De politie, uw beste vriend?

Geachte heer Erol,

U weet ongetwijfeld dat ik weer ben uitgenodigd op 3 maart voor een verhoor in verband met een nieuwe aangifte van de heer Hebben. Ik vraag mij af of ik moet komen, gezien het feit dat de vorige aangifte van hem geseponeerd is. Ook gezien de manier waarop de politie Zandvoort mij behandeld heeft de afgelopen jaren, voel ik mij helemaal niet geroepen om te komen. Die behandeling is partijdig, vooringenomen en onrechtmatig.  Meten met twee maten. Mijn aangiftes worden geseponeerd of anderszins niet in behandeling genomen, maar nu moet ik weer opdraven voor een nieuwe aangifte van deze meneer?  Ik verzoek u in elk geval om bij het verhoor aanwezig te zijn. Ik wil dat dan combineren met een aangifte tegen u alhoewel het natuurlijk afdoet aan uw eigen belang en standpunt wanneer u zelf een aangifte tegen uzelf opneemt. U heeft immers geweigerd om mijn aangifte tegen uw officier van Justitie mevrouw K. Sanders op te nemen terwijl u zelf weet dat ik gelijk had dat zij mijn aangifte tegen Faek Mustafa heeft geseponeerd met een keiharde leugen, zijnde dat uw recherche onderzoek heeft gedaan naar de valsheid in geschrifte van Mustafa en dat daaruit niet is gebleken dat Mustafa valse verklaringen heeft ingebracht. U weet als geen ander dat dit beweerde onderzoek niet is gedaan alsmede dat haar uitspraken gelogen zijn. De officier pleegt in feite meineed door te liegen in een ambtelijk stuk, in dit geval een sepot. Overigens mag u helemaal niet weigeren om een aangifte op te nemen wanneer ik dat als rechtzoekende wil. Het hele verhaal is hier te lezen.

https://rechtiskrom.wordpress.com/2020/04/03/de-onrechtstaat-nederland/

Een relevant fragment uit dit verhaal:

Begin citaat – Dit mailtje aan Jos Zandvliet brengt mij bij uw vierde sepotbeslissing om Faek Mustafa niet te vervolgen voor mijn aangifte van meineed, valsheid in geschrifte en het doen van een valse aangifte. Dit is de meest laakbare van allemaal. U schrijft:

Ik heb besloten dat er geen strafzaak komt tegen de heer Mustafa. Uit het onderzoek van de politie is gebleken dat er voor alle feiten waarvan u aangifte hebt gedaan onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is.

Dat bewijs is wel degelijk wettig en overtuigend geleverd. Voor wat betreft de meineed zal deze zonneklaar aangetoond worden wanneer Faek wordt vervolgd en onder ede de vragen moet beantwoorden zoals die ook in mijn WOB verzoeken worden gesteld. Dit betekent dus dat het OM als de dood is dat die meineed wordt bewezen en daarom niet wil dat Faek wordt vervolgd. Anders gezegd probeert het OM nu al vijf jaar te voorkomen dat ik mijn gelijk in rechte kan bewijzen.

U schrijft verder:

Ten aanzien van de valsheid in geschrifte is uit onderzoek gebleken dat, zoals u stelt in uw aangifte, de verklaringen niet op schrift zijn gesteld door de getuigen zelf. Wel waren zij op de hoogte van de inhoud van de verklaringen en stonden zij achter de inhoud daarvan. Dat maakt dat er geen sprake is van valsheid in geschrifte.

Excusez les mots, maar u zit hier gewoon vet te liegen. Ik heb keihard aangetoond dat de verklaringen van de beweerde financiers van Faek zo vals als een kraai zijn. Allereerst door te stellen dat ik de heren Hemen Hamarashid, Dekan Said en Salar Hama absoluut niet ken en dus ook nooit benaderd kan hebben, laat staan bij hen langs kan zijn geweest. Dit staat echter wel in de verklaringen, dus het kan onmogelijk waar zijn wat u stelt, namelijk dat ze op de hoogte zijn van die verklaringen en achter de inhoud staan, ofschoon u wel erkent dat ze die verklaringen niet zelf hebben opgesteld. U vergeet daarbij echter dat er wel namen en handtekeningen onder die verklaringen staan als waren die van hen. Dan moet u mij toch eens uitleggen hoe dit geen valsheid in geschrifte kan zijn als zij de verklaringen niet zelf hebben opgesteld en die handtekeningen door iemand anders (=Faek) zijn gezet? Ik zal u haarfijn aantonen hoe u de waarheid geweld aandoet. Hier kunt u mijn eerste gesprek van 9 mei 2018 met Jos Zandvliet, de destijds verantwoordelijke rechercheur, beluisteren (productie 12).

Allereerst valt op dat de heer Mauritz als ‘getuige’ zal worden gehoord. Dat is al raar, want de heer Mauritz is de bron van de stelling dat Faek Mustafa op 1 mei 1999 verklaringen aan de politie heeft afgelegd over de ware toedracht van de moord. Mauritz stelt dat Faek dit zelf aan hem heeft verklaard. Waarom heeft Faek dan geen aangifte tegen Mauritz gedaan en wordt Mauritz slechts als getuige, niet als verdachte gehoord? Die vraag is eigenlijk retorisch want het antwoord is: Omdat Faek donders goed weet dat hij dit aan Mauritz heeft verklaard en dit onder ede niet zal durven te ontkennen. Voorts kunt u horen dat ik ook binnenkort voor een verhoor (als verdachte) zal worden uitgenodigd. Dit verhoor heeft echter nooit plaatsgevonden, ongetwijfeld omdat Jos Zandvliet toen al heeft begrepen dat de aangifte van Faek (productie 13) hartstikke vals is en hij een groot probleem op zijn bord heeft gekregen. Net als u overigens.

Belangrijker is echter dat ik de heer Zandvliet meld dat de ingebrachte verklaringen van Faek’s beweerde compagnons vals moeten zijn, omdat ik de heren niet ken en ook niet kan vinden. Ik vraag hem vervolgens of hij de heren kan opsporen, teneinde in mijn belang vast te stellen dat de verklaringen inderdaad vals zijn. Heer Zandvliet bleek hier niet echt voor te porren en heeft dan ook niets op dit vlak ondernomen. Waaruit al bleek dat de politie niet bereid was om ook voor mij onderzoek te doen.

– Einde citaat

Door niet in te gaan op mijn vragen of u het door de officier beweerde onderzoek heeft gedaan, hield u de leugen van de officier in stand, anders gezegd beschermde u haar strafbare feit. U hield zich op de vlakte, terwijl u eenvoudig zou kunnen bevestigen dat de officier liegt. Het was hier uw plicht om de van belang zijnde ontbrekende feiten te vermelden. Bedrog/ oplichting ligt immers ook in het niet vermelden van feiten die van substantieel belang zijn voor de beoordeling. U handelt daarmee even onrechtmatig jegens mij als de officier. Daar komt bij dat u zich laat commanderen door het OM om mijn aangifte tegen de officier niet op te nemen. Daarmee spant u op onrechtmatige doch tevens strafrechtelijke wijze samen met de betreffend Officier van Justitie. Ook daarmee schendt u mijn rechten. Het OM maakt zich daarmee immuun en onschendbaar  voor het plegen van strafbare feiten, althans verbiedt de politie om aangiftes van die feiten op te nemen. Het kan natuurlijk niet de bedoeling van de wetgever zijn dat de wet voor leden van het OM niet geldt. Ik heb de rechter gevraagd om deze wantoestand te corrigeren, maar ben nog in afwachting van de uitspraak.  Dat u het onfatsoenlijk vindt dat ik gesprekken met ambtenaren van openbare instanties opneem, leg ik naast mij neer, temeer omdat daarmee vastgelegd is wat uw opstelling in deze kwestie was. Aldus had ik daarin tevens geen andere reële mogelijkheden ter beschikking om de waarheid boven tafel te krijgen en heb ik daarin simpelweg rechtmatig gehandeld. Overigens is mij bekend dat de politie elk gesprek opneemt, dus ik zie ook vanuit die optiek het  probleem niet.

https://rumble.com/ve1ecv-gesprek-met-recherche-zandvoort.html

https://rumble.com/ve1ef3-gesprek-met-politie-zandvoort.html

Ook heeft u mijn aangifte tegen de heren Brouwer en Demmink niet in behandeling genomen:

 

Van: Erol, Ergün (E.) [mailto:ergun.erol@politie.nl]
Verzonden: donderdag 3 maart 2016 18:48
Aan: ‘dank@xs4all.nl’
Onderwerp: aangifte 2015288447

Geachte heer Dankbaar,

Op 3 december 2015, heeft u aangifte gedaan ter zake artikel 189 van het Wetboek van Strafrecht.

In uw aangifte geeft u aan, dat een aantal personen hulp hebben verleend aan de dader(s) van een misdrijf. U benoemt hierin de moord op Marianne Vaatstra.

Ik heb destijds uw aangifte beoordeeld en in algemene zin besproken met een officier van justitie.

De officie van justitie heeft inhoudelijk NIETS van uw zaak gevonden. De zaak is terug verwezen naar de politie.

Na bestudering van uw aangifte heb ik ook besloten uw zaak niet in behandeling te nemen.

Zoals u zelf ook al heb opgemerkt is er een communicatiestoornis vanaf de zijde van de politie wat betreft de sepotcode 74.

Er is nimmer door een officier van justitie in uw zaak een sepot afgegeven.

Indien u zich niet kunt vinden in de beslissing van mij, kunt u een heroverweging van uw zaak vragen bij de politie.

Ik zal u mijn beslissing ook telefonisch toelichten.

Op uw website verwijst u ook naar de genoemde sepot. Ik verzoek u deze foutieve informatie te verwijderen van uw site.

Zoals gezegd heeft het openbaar ministerie of een officier van justitie geen standpunt of beslissing in uw aangifte genomen.

Ik zou het op prijsstellen als u dit ook van uw site afhaalt.

Met vriendelijke groet,

Ergun Erol

Operationeel Chef. Opsporing

Politie  | Noord-Holland | Kennemerland | Basisteam Kennemerkust

@  ergun.erol@kennemerland.politie.nl

 

Al met al ontstaat er een beeld dat u allerminst in mijn belang handelt en zeker geen onderzoek verricht om mijn stellingen te bewijzen. Sterker nog, u laat het toe dat er door het OM wordt gelogen over uw onderzoek. Om die reden voel ik mij dan ook niet geroepen om op 3 maart andermaal te verschijnen voor een verhoor door politie onder uw leiding. Consequent zou zijn dat het OM ook deze aangifte seponeert. Ik geef u in overweging om de beslissing tot vervolging dan wel sepot aan het OM voor te leggen zonder mij verder te horen. Ik kan immers toch niet veel toevoegen aan dit schrijven. Mocht u mij toch willen horen dan wil ik van de gelegenheid gebruik maken om aangifte tegen u te doen.

Voorts deel ik nog mijn afweging met u. Ik kan in deze kwestie twee  keuzes maken. Vol de confrontatie aangaan of een schikking aanbieden die al dan niet geaccepteerd wordt. In feite heb ik zelf om deze aangifte gevraagd door klager te blijven beschuldigen. Consequent zou zijn om de confrontatie niet uit de weg te gaan. Ik heb immers ook bezwaar gemaakt tegen het sepot van de vorige aangifte van klager, waar klager dat zelf heeft nagelaten.  Ik meen dan ook dat ik behoorlijk sterk sta  in mijn bewijspositie tegenover een nieuwe aangifte van klager.  Echter besef ik ook dat ik reeds een procedure in deze  kwestie heb verloren, waardoor ik uiteindelijk ook 3 maanden in de cel ben beland.  Ik blijf van mening dat mijn rechten in deze procedure op tal van manieren zijn ontzegd en geschonden. Anders gezegd dat mijn veroordeling onrechtmatig was. Ofschoon ik meen nu nog sterker te staan, acht ik het huidige justitie in deze kwestie corrupt genoeg om nog een keer hetzelfde te presteren. Wat dat betreft vind het ook jammer dat Faek Mustafa geen nieuwe aangifte heeft gedaan, want daarin sta ik nog veel sterker. Los van het feit dat ik bereid ben de confrontatie voor deze aangifte van Hebben nogmaals aan te gaan, vraag ik mij wel af of dit mij op dit moment het beste dient. Ik meen dat ik mij beter op andere zaken kan richten. Daarom wil ik inmiddels wel aanbieden om de angel uit deze kwestie te halen door de gewraakte artikelen te verwijderen en verwijderd te houden van mijn website.  Ik heb dat inmiddels gedaan als teken van goede wil. Ik denk te weten om welke artikelen het gaat waar klager zich beledigd door voelt. Mocht ik iets over het hoofd hebben gezien, dan verzoek ik u mij dit mede te delen, zodat ik ook die artikelen kan verwijderen.

Met vriendelijke groet,

W.J. Dankbaar

 

PS:

Zoals besproken in ons telefoongesprek van 9 juli 2019 had ik nog voor u opgezocht wat exact het strafbare feit is van de OvJ als ook Faek Mustafa.

 

Van: Wim Dankbaar [mailto:dank@xs4all.nl]

Verzonden: donderdag 11 juli 2019 12:30

Aan: ‘nh-brkennemerkust@kennemerland.politie.nl’; k.sanders@om.nl

CC: e.denengelse@nationaleombudsman.nl

Onderwerp: Ter attentie van de heer Erol, chef recherche

 

Artikel 207 Wetboek van Strafrecht.

1.

Hij die in de gevallen waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vordert of daaraan rechtsgevolgen verbindt, mondeling of schriftelijk, persoonlijk of door een bijzonder daartoe gemachtigde, opzettelijk een valse verklaring onder ede aflegt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of geldboete van de vierde categorie.

2.

Indien de valse verklaring is afgelegd in een strafzaak ten nadele van de beklaagde of verdachte, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren of geldboete van de vijfde categorie.

3.

Met de eed staat gelijk de belofte of bevestiging die krachtens de wet voor de eed in de plaats treedt.

4.

Ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 1°, 2° en 4°, vermelde rechten kan worden uitgesproken.

Het OM, met name OvJ mw. Sanders, heeft zich ook schuldig gemaakt aan overtreding van dit artikel door een valse verklaring te geven voor een sepotbeslissing, wat een ambtelijk stuk is. De valse verklaring is onder meer deze:

“Ten aanzien van de valsheid in geschrifte is uit onderzoek gebleken dat, zoals u stelt in uw aangifte, de verklaringen niet op schrift zijn gesteld door de getuigen zelf. Wel waren zij op de hoogte van de inhoud van de verklaringen en stonden zij achter de inhoud daarvan. Dat maakt dat er geen sprake is van valsheid in geschrifte.”

Het feit dat deze valse verklaring door een ambtenaar (met ambtseed) wordt gegeven in een ambtelijk stuk, waaraan rechtsgevolgen worden verbonden (= geen vervolging), maakt het strafbare nog ernstiger.

De aangifte tegen het OM wil ik bij u doen, mijnheer Erol, omdat u als leider van het onderzoek als geen ander weet dat het sepot gebaseerd is op een valse verklaring. U weet dat dit beweerde onderzoek niet is gedaan, dat de getuigen niet achter de inhoud staan van de door Faek Mustafa vervalste verklaringen waarbij deze laatste ook nog hun handtekeningen heeft vervalst. Ik heb uw recherche hier de bewijzen voor gegeven onder meer met telefoongesprekken waarin de heren Hemen Hammarashid en Salar Hama toegeven mij niet eens te kennen, laat staan dat ik bij hen langs ben geweest of anderszins heb lastig gevallen. Het gaat dus om een zeer ernstige, brutale  vorm van valsheid in geschrifte met voor mij grote schadelijke gevolgen, waarbij het OM mij met een onware verklaring de pas tracht af te snijden om die in rechte te bewijzen. Datzelfde geldt voor de meineed die Mustafa in kort geding heeft gepleegd. Als mij ook nog de mogelijkheid wordt onthouden om aangifte tegen OvJ Sanders en het OM Noord-Holland te doen, is dat helemaal schandalig en onrechtmatig. Nogmaals verzoek ik mw. Sanders volgens de wet openbaar bestuur mij de bewijzen (processen-verbaal of andere verslaglegging) voor uw beweerde onderzoek te leveren. Ik verzoek mw. Sanders tevens de hoofdofficier van het parket Noord-Holland van dit schrijven op de hoogte te stellen.

Met vriendelijke groet,

W.J. Dankbaar

Over Wim Dankbaar

researcher/publicist/ondernemer
Dit bericht werd geplaatst in Joris Demmink, Marianne Vaatstra. Bookmark de permalink .

Een reactie op De politie, uw beste vriend?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s