Morgen 16 februari uitspraak in hoger beroep tegen de Staat.

Morgen zullen we weten of de (onafhankelijke) rechtspraak de Staat assisteert om haar misdrijven in de doofpot te houden.

Verder relevante informatie:

https://rechtiskrom.wordpress.com/2020/12/18/een-offensief-pleidooi/

Hieronder volgt het beroepschrift, waarover het Hof Den Haag morgen uitspraak doet:

Toevoeging met nummer 4OC7631 verleend door de Raad voor Rechtsbijstand

 

Beroepschrift ex art. 359 Rv.

 

Gerechtshof Den Haag

T.a.v. de griffie Handelszaken

Postbus 20302

2500 EH DEN HAAG

 

 

 

Geeft eerbiedig te kennen:

 

Verzoeker is Willem Jan DANKBAAR, hierna te noemen: “Dankbaar”, wonende te (2051 BB) Overveen aan de Zijlweg 14A, in deze zaak woonplaats kiezende te (2011 JX) Haarlem aan de Bakenessergracht 44 RD, ten kantore van mr T.J. Stapel, die voor appellant als gemachtigde zal optreden.

 

Verweerder is de STAAT DER NEDERLANDEN, ministerie van Justitie en Veiligheid, hierna te noemen “de Staat”, gevestigd te (2511 DP) Den Haag, aan de Turfmarkt 147. In eerste aanleg werd verweerster bijgestaan door de mrs. R.W. Veldhuis en S.J.M. Bouwman van het kantoor Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn N.V. te Den Haag.

 

  1. Dankbaar heeft kennisgenomen van de beschikking de rechtbank te Den Haag d.d. 5 maart 2020 in de zaak met nummer C/09/572977 / HA RK 19-302, waarbij zijn verzoek tot het horen van getuigen werd afgewezen. Dankbaar wenst van de beschikking van rechtbank in hoger beroep te komen, omdat de rechtbank het verzoek tot het horen van bepaalde getuigen naar zijn oordeel ten onrechte heeft afgewezen. Een kopie van het procesdossier in eerste aanleg, inclusief de eindbeschikking van 5 maart 2020, is bijgevoegd.

 

  1. Na een omschrijving van de feiten komt de rechtbank in de beschikking onder 4.1 tot en met 4.12 toe aan de beoordeling van Dankbaar’s verzoek om een getuigenverhoor. Onder 4.1 en 4.2 wordt in het algemeen aangegeven in welke gevallen een verzoek tot het houden van een voorlopige getuigenverhoor toewijsbaar is. Vervolgens wordt onder 4.3 omschreven hoe Dankbaar als gevolg van zijn onderzoek naar de moord op Marianne Vaatstra in diverse civielrechtelijke en strafrechtelijke procedures betrokken is geraakt en onder 4.4 en 4.5 waarom Dankbaar een getuigenverzoek wenst. Daarna wijst de rechtbank het getuigenverzoek af om verschillende redenen, genoemd in de alinea’s 4.6 tot en met 4.10.

 

  1. Voordat grieven naar voren worden gebracht tegen de in 4.4 tot en met 4.10 opgenomen overwegingen van de rechtbank, wil Dankbaar naar voren brengen dat hij zich bij het indienen van het verzoek om een getuigenverhoor terdege bewust geweest van de gronden waarop dat toewijsbaar is en van de aan een dergelijk verzoek klevende beperkingen. Hij wist en weet dat het precies zo geregeld is als de rechtbank onder 4.1 en 4.2 heeft overwogen. Een getuigenverhoor strekt ertoe om bij een eventueel bij de rechter aanhangig te maken geding vooraf helderheid te krijgen omtrent de feiten, teneinde de verzoeker in staat te stellen zijn positie beter te kunnen beoordelen. Dat is precies wat hier het geval is. Verder was het gevraagde getuigenverhoor heel duidelijk niet bedoeld om feiten te doen ophelderen ten behoeve van een procedure bij een andere rechter. De veronderstelling dat hij het getuigenverhoor wenst om de uitslag van de tegen hem gevoerde straf- en civiele zaken te veranderen is dan ook onjuist. Weliswaar zal een getuigenverhoor mogelijk kunnen leiden tot een herziening van de vonnissen in de tegen Dankbaar gevoerde civielrechtelijke en strafrechtelijke procedures, maar dat is niet het primaire doel van het gevraagde getuigenverhoor. Het primaire doel is om aan te tonen dat hij op valse aangiftes is vervolgd en derhalve de Staat onrechtmatig tegen hem heeft gehandeld en uiteraard om boven water te krijgen wat er in 1999 nu precies is gebeurd in het strafrechtelijk onderzoek naar de moord op M. Vaatstra.

 

  1. Ten overvloede – het is in de aan de afwijzing ten grondslag liggende overwegingen 4.1 t/m 4.10 niet genoemd, maar wel namens de Staat naar voren gebracht (zie 3.2) – wordt hier benadrukt dat er geen sprake is van een zogeheten “fishing expedition”, omdat Dankbaar vrijwel alle getuigen reeds zelf heeft gesproken. Wat de getuigen aan feiten op te helderen zouden hebben is Dankbaar dus al bekend. Er behoeft dan ook helemaal niet te worden ‘gevist’. Zo kan Dankbaar door middel van getuigen aantonen dat de aangifte van W. Hebben tal van onwaarheden bevat. Hij wil de door de verschillende getuigen aangedragen feiten en omstandigheden slechts bekrachtigd zien door de getuigen hun verhaal onder ede laten bevestigen, zodat er bewijskracht vanuit gaat. Dit recht om getuigen te mogen horen is hem tot nu toe stelselmatig onthouden, maar maakt wel onderdeel uit van Dankbaar’s wettelijke grondrecht op een eerlijk en onpartijdig proces (art. 6 EVRM).

 

  1. Onder 4.2 overweegt de rechtbank dat uitgangspunt voor een getuigenverhoor dient te zijn dat de feiten die de verzoeker opgehelderd wenst te krijgen worden betwist. Ook dat is het hier het geval. Er wordt immers betwist dat de aangiftes tegen Dankbaar vals zijn. Ook wordt het betoog van Dankbaar betwist, dat de juiste Ali Hassan kort na de moord met medeweten van het OM uit Nederland heeft kunnen vertrekken en dat de in oktober 1999 aangehouden Ali Hassan niet de juiste Ali H. is (de betwisting is te vinden in het rapport “Onderzoek Ali H.” van het OM uit 2011). Het OM heeft daarmee in de visie van Dankbaar niet alleen onrechtmatig gehandeld tegenover hem maar tegenover het gehele Nederlandse volk. Elke Nederlander heeft immers belang bij een integer opererend OM/ ministerie van Justitie en Veiligheid, dat het publiek geen onwaarheden voorhoudt. Vrijwel alle getuigen die Dankbaar zou willen horen kunnen desgevraagd bevestigen dat de aangehouden Ali Hassan niet de Ali Hassan was die zij kenden uit het AZC als (onder meer) de vriend van Faek Mustafa. Het behoeft nauwelijks verder betoog dat het niet alleen in Dankbaar’s belang, maar zelfs in groot maatschappelijk belang is om vast te stellen of Justitie in een openbaar rapport onwaarheden heeft opgenomen.

 

De veronderstelling dat de feiten niet betwist (kunnen) worden en/of dat Dankbaar met zijn getuigenverzoek misbruik zou maken van procesrecht, is daarom pertinent onjuist. Op deze gronden mag zijn getuigenverzoek dan ook niet worden afgewezen.

 

  1. Dankbaar brengt tegen de in alinea’s 4.6 tot en met 4.10 van de beschikking verwoorde afwijzing van zijn getuigenverzoek de volgende grieven naar voren:

 

 

Grief 1

  1. Ten onrechte heeft de rechtbank in overweging 4.5 overwogen dat Dankbaar met het verlangde getuigenverzoek zou willen aantonen dat hem in de strafzaak op aangifte van Hebben een beroep toekomt op de rechtvaardigingsgrond van art. 261 lid 3 WvSr.

 

Toelichting:

  1. Dit is volkomen onjuist. Zoals ook duidelijk te lezen is in het getuigenverzoek gaat het Dankbaar erom, te bezien of hij door middel van getuigenbewijs kan aantonen dat door of onder verantwoordelijkheid van de Staat bepaalde onrechtmatige daden tegen hem zijn gepleegd, die voor hem uiteindelijk hebben geleid tot zeer omvangrijke materiële en immateriële schade. Niet minder, maar zeker ook niet meer dan dat.

 

 

Grief 2

  1. Ten onrechte heeft de rechtbank in overweging 4.6 en 4.7 overwogen dat het door Dankbaar verlangde getuigenverzoek afstuit op het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in strafzaken.

 

Toelichting:

  1. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen zou Dankbaar uitsluitend kunnen worden tegengeworpen indien hij zijn getuigenverzoek bezwaar zou maken tegen zijn strafrechtelijke veroordeling en om die reden een getuigenverzoek zou wensen. Dat is allerminst het geval. Het door Dankbaar ingediende getuigenverzoek is een zelfstandig verzoek dat niets te maken heeft met zijn strafrechtelijke veroordeling. Het verzoek ziet op opheldering van de feiten en het vaststellen van onrechtmatige daden van de Staat jegens Dankbaar en staat geheel los van andere strafzaken of aangiftes. In feite zou iedere Nederlander eenzelfde getuigenverzoek kunnen en mogen indienen. Elke Nederlander heeft er immers belang bij dat het Openbaar Ministerie het publiek niet voor de gek houdt, zoals Dankbaar gemotiveerd heeft beredeneerd, welke redenering in belangrijke mate zou kunnen worden onderbouwd door middel van de door Dankbaar gevraagde getuigen.

 

 

Grief 3

  1. Ten onrechte heeft de rechtbank in overweging 4.8 overwogen dat het door Dankbaar verlangde getuigenverzoek eveneens afstuit op het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in civiele zaken.

 

Toelichting:

  1. De rechtbank overweegt dat het gesloten stelsel evengoed van toepassing is in civiele procedures en dat dit beginsel er dus aan in de weg staat om over bepaalde kwesties, die onderdeel zijn geweest van een civiele procedure, een getuigenverzoek in te dienen. Kennelijk heeft de rechtbank niet goed begrepen dat het Dankbaar er niet om te doen is eerdere procedures “over te doen:”. Nogmaals, het getuigenverzoek ziet niet op de rechtmatigheid van zijn verloren rechtszaken. Dit blijkt alleen al uit het feit dat het verzoek is ingediend tegen De Staat als verweerder en niet tegen de wederpartijen in de diverse civiele procedures. Het gaat er Dankbaar om te bezien of hij een civiele vordering tegen de Staat aanhangig kan maken. Daartoe dient het gevraagde getuigenverhoor en niet voor iets anders. Dat een dergelijk verhoor mogelijk “bijvangst” zal opleveren die kan worden gebruikt in het kader van eventuele herziening van de vonnissen in de strafzaken en civiele zaken tegen Dankbaar doet daaraan niet af.

 

 

Grief 4

  1. Ten onrechte heeft de rechtbank in overweging 4.9 overwogen dat een verzoek om getuigen te mogen horen niet mogelijk is indien de gevraagde getuigen volgens verzoeker in het algemeen belang moeten worden gehoord.

 

Toelichting

  1. De rechtbank overweegt dat een dat een getuigenverzoek in het algemeen belang niet toewijsbaar zou zijn. Dankbaar vraagt zich af waarom eigenlijk niet. Nergens is in het wetboek van burgerlijke rechtsvordering bepaald dat een getuigenverzoek in het algemeen belang niet toewijsbaar is. Aan het algemeen belang kunnen immers onder omstandigheden zeker bepaalde civiele vorderingen jegens de overheid worden ontleend. Zo is bijvoorbeeld het in de grondwet opgenomen discriminatieverbod in het algemeen belang. Als een individu zich door een overheidsinstantie gediscrimineerd voelt en daar een bepaalde civiele vordering op wil baseren en hij ter ondersteuning van zijn vordering getuigenbewijs wil, dan is dat getuigenverzoek in beginsel toewijsbaar.

 

  1. Dankbaar zou deze overweging overigens nog kunnen begrijpen in het geval van een verzoek om een getuigenverhoor in het algemeen belang, zonder dat wordt aangeduid wat dat algemene belang precies inhoudt. Dat is in de onderhavige zaak echter niet aan de orde. Zoals te lezen is in alinea 29 van zijn verzoekschrift om een getuigenverhoor, gaat het hem erom te kunnen beoordelen in hoeverre zijn vorderingen jegens de Staat enige kans van slagen hebben. Dat is een veel duidelijker motivering dan een niet nader onderbouwd getuigenverzoek op grond van het algemeen belang.

 

 

Grief 5

  1. Ten onrechte heeft de rechtbank in overweging 4.10 overwogen dat de veroordeling van Jasper S. dwingende bewijskracht heeft en dat de civiele rechter in een bodemprocedure uit zou moeten gaan van de juistheid van die veroordeling.

 

Toelichting

  1. Het punt is juist dat Dankbaar deze veroordeling op goede gronden in twijfel trekt. Hij wijst er in dit verband op dat in het verleden vaak genoeg is gebleken dat een onherroepelijke veroordeling herzien moest worden. Voorbeelden zijn de Puttense moordzaak, de Schiedammer Parkmoord, Ina Post, Lucia de Berk, enzovoort. Overigens is het Dankbaar om het even of Jasper S. een gevangenisstraf ondergaat voor een moord die hij in de ogen van Dankbaar niet kan hebben gepleegd. Waar het Dankbaar om gaat is dat hij wil kunnen bewijzen dat de Staat/ het Openbaar Ministerie al in 1999 heeft gelogen over de ware toedracht van de moord op Marianne Vaatstra, deze inderdaad in de doofpot heeft gestopt, en in dat proces verschillende leugens zijn verkondigd en (ambts-)misdrijven zijn gepleegd. Dat staat los van de pas in 2013 voorgevallen veroordeling van Jasper S. Alleen op grond van die veroordeling kan het getuigenverzoek van Dankbaar dan ook niet worden afgewezen.

 

 

Conclusie

  1. Op grond van bovenstaande omstandigheden en de geformuleerde grieven is Dankbaar van mening dat zijn verzoek om een getuigenverhoor door de rechtbank ten onrechte is afgewezen.

 

Redenen waarom:

 

Verzoeker het Gerechtshof verzoekt:

 

De beschikking van rechtbank Den Haag d.d. 5 maart 2020 te vernietigen en alsnog te bepalen dat het verzoeker wordt toegestaan de verschillende door hem opgesomde getuigen te horen.

 

 

 

Haarlem, 2 juni 2020

 

 

 

 

T.J. Stapel, advocaat

 

https://rumble.com/vbh88k-presentatie-moordzaak-doofpot-marianne-vaatstra.html

Over Wim Dankbaar

researcher/publicist/ondernemer
Dit bericht werd geplaatst in Joris Demmink, Marianne Vaatstra. Bookmark de permalink .

Een reactie op Morgen 16 februari uitspraak in hoger beroep tegen de Staat.

  1. Wim Dankbaar zegt:

    Van: Wim Dankbaar [mailto:dank@xs4all.nl]
    Verzonden: maandag 15 februari 2021 13:10
    Aan: moszkowicz@moszkowicz-law.nl
    CC: HansMauritz@Home.nl
    Onderwerp: FW: Voila > Fw: Hoor en wederhoor inzake valse verklaringen

    Heer Moszkowicz,

    Onderstaand een eerdere email van de heer Mauritz van 15 oktober 2018. Bij mijn weten heeft u hier nooit gereageerd. Ik verzoek u bij deze dat alsnog te doen. In aanvulling vraag ik u ook het volgende. In de betreffende email schreef de heer Mauritz het volgende:

    “Mij is bekend dat u op de hoogte bent van een aanstaande documentaire (vierluik) over de Vaatstra-zaak op de Nederlandse televisie waarin naast de rol van uw cliënt Mustafa ook bovenstaande aan de orde zal komen alsmede meerdere spraakmakende scoops. Reden te meer uwerzijds te reageren op bovenbedoeld aangetoonde valsheid in geschrifte welke niet alleen juridisch en in rechte grote gevolgen zal hebben maar andermaal uw cliënt op een alles onthullende en catastrofale wijze zal afficheren.”

    Mijn vraag is of het klopt dat u bekend was met deze “aanstaande documentaire (vierluik) over de Vaatstra-zaak op de Nederlandse televisie”. De heer Mauritz beweert nu ook dat u deze documentaires eigenhandig heeft tegengehouden door de makers onder meer te dreigen met een kort geding. Ik vraag u of dat ook klopt. Met het oog op lopende zaken zult u begrijpen dat het van belang is om vast te stellen wie hier nu de waarheid spreekt.

    Graag van u vernemend,

    Wim Dankbaar

    cc aan de heer Mauritz

    From: J. Hans Mauritz – Kantoor Thuis
    Sent: Monday, October 15, 2018 2:20 PM
    To: Moszkowicz Advocaten Utrecht
    Cc: Moszkowicz direct Y. Moszkowicz || Moszkowicz Advocaten Utrecht
    Subject: Hoor en wederhoor inzake valse verklaringen

    Heer Hoogendoorn, heer Moszkowicz,

    Zoals reeds aangegeven in mijn mail aan u van 20 juli j.l. staat de uitgifte van ‘Het verboden dagboek van Maaike Vaatstra, deel II’ op stapel voor verschijning in december 2018. In dat kader wend ik mij tot u ter zake een evident en uiterst belanghebbend hoor en wederhoor. Ten opzichte van de vorige uitgave is er de weglating van de weergave van het originele dagboekje van uw cliënt Terpstra maar met een uitgebreide verhandeling van alle nieuwe ontwikkelingen, enkele heftige ontdekkingen, alle verleden rechtszaken tussen u en de heer Dankbaar en de vele beslagleggingen c.q. manifeste plunderingen van de bankrekening van de heer Dankbaar

    Welnu, op vrijdag 21 september 2018 bracht ik, samen met de heer Dankbaar als getuige, in het kader van research t.b.v. bovenbedoelde uitgave een bezoek aan de heer Hemen Hamarashid alsmede aan de heer Salar Hama, beiden op hun bedrijf in Rotterdam. Uit deze ontmoetingen is vast komen te staan dat u dan wel uw cliënt Mustafa, dan wel in samenspanning tijdens het verleden kort geding tussen Mustafa en Dankbaar meerdere verklaringen zijn ingebracht (zie bijlage) welke thans door de verklaarders worden bestempeld als vals, niet door hen afgelegd en niet door hen ondertekend. Dit Brengt met zich mee dat – onder meer – een schadevergoeding, althans een voorschot daarop, is afgedwongen op basis van aantoonbare valsheid in geschrifte zijdens Mustafa, dan wel indien het collecteren van deze verklaringen door u zijn geïnitieerd, zijdens u zelf dan wel in samenspanning tussen u en uw cliënt. Wij hebben van de heer Dankbaar inmiddels begrepen dat hij doende is met het entameren van een civiele procedure, feitelijk ook als ‘opvolging’ van het door hem verloren kort geding als eerder aangespannen door Mustafa.

    Ook heeft Dankbaar zijn verklaring m.b.t. de aangifte welke uw cliënt in strafrechtelijke zin tegen hem heeft gedaan thans aangevuld met het gegeven van de thans door uw cliënt gepleegde valsheid in geschrifte zoals hij ook zijn aangifte tegen Mustafa ter zake het doen van een valse aangifte heeft uitgebreid en gecompleteerd via de heer Zandvliet, rechercheur die met het onderzoek is belast.

    IK verwijs ook in dat verband naar de bijlage (word-document) waarin u een selectie treft van veelzeggende relevante correspondentie.

    Ik verwijs ook naar een eerder door de heer Dankbaar aan u gestuurde e-mail van 7 juni j.l. waarin toen al vast stond dat minstens de verklaring van Hamarashid vervalst was (er is u zelfs een audio-file gezonden waaruit dat bleek, doch deze werd door u, heer Hoogendoorn, afgedaan als ‘woorden in de mond leggen’) maar dan nu onomstotelijk vast is komen te staan dat minstens drie van de vier verklaringen vervalst zijn en door u cliënt, al dan niet in samenwerking met u, in elkaar zijn gedraaid. Ik stel 3 van de 4 omdat we nog geen uitsluitsel hebben van verklaarder Gurwara, dewelke overigens feitelijk overbodig is geworden. Drie verklaarders zijn op dit moment doende e.e.a. op schrift te stellen als was het maar in de vorm van een verklaring vastgelegd bij proces verbaal door de heer Zandvliet voornoemd. Ook hebben zij zich bereid verklaard e.e.a te bevestigen onder ede, zowel in één der beide aanstaande strafzaken als wel in de op handen zijnde bodemprocedure tegen uw cliënt Mustafa.

    Uw reactie in het kader van hoor en wederhoor is uiteraard ook van belang als het gaat om de aanstaande boekuitgave, waarin wij bij het uitblijven van uw reactie zullen opnemen dat u niet heeft gereageerd op dit voorliggende wederhoor, niets ervan heeft weersproken, laat staan heeft weerlegd. Iets wat ook geldt voor het door u niet beantwoorde wederhoor zoals ik u dat heb doen toekomen op 20 juli jongstleden als het gaat om mijn wederhoor gericht aan uw cliënt Terpstra. Dit wederhoor zal integraal opgenomen worden in ‘Het verboden dagboek van Maaike Vaatstra, deel II’

    Mij is bekend dat u op de hoogte bent van een aanstaande documentaire (vierluik) over de Vaatstra-zaak op de Nederlandse televisie waarin naast de rol van uw cliënt Mustafa ook bovenstaande aan de orde zal komen alsmede meerdere spraakmakende scoops. Reden te meer uwerzijds te reageren op bovenbedoeld aangetoonde valsheid in geschrifte welke niet alleen juridisch en in rechte grote gevolgen zal hebben maar andermaal uw cliënt op een alles onthullende en catastrofale wijze zal afficheren.

    Ten overvloede zend ik bijgaand tevens een audio-file van een gesprek met Salar Hama n.a.v. mijn bezoek van 21 september j.l. Een eerder gesprek met de heer Hamarashid is reeds in uw bezit en thans qua authenticiteit en zeggingskracht vervolmaakt middels zijn verklaring van 21 september j.l. als wel de thans door hem af te leggen schriftelijke verklaring bij de politie als wel rechtstreeks aan Dankbaar t.b.v. de op handen zijnde procedure

    Ik bericht langs deze weg uitsluitend in het kader van mijn journalistieke plicht.

    Per aangetekende post zend ik een kopie van dit schrijven vergezeld van alle bijlage naar uw cliënt Mustafa om er zeker van te zijn dat dit wederhoor ook hem daadwerkelijk bereikt.

    Graag van u vernemend.

    J. Hans Mauritz,

    auteur ‘Het verboden dagboek van Maaike Vaatstra, deel II’

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s