Briefje aan Harm

Van: Wim Dankbaar [mailto:dank@xs4all.nl]
Verzonden: dinsdag 26 maart 2019 11:04
Aan: info@CTIVD.nl; Kervel-de Goei, J. (J.Kervel-deGoei@CTIVD.nl)
Onderwerp: Briefje voor uw voorzitter

Geachte heer Brouwer,

Indachtig uw speech “Zwijgen is zilver, spreken is goud” (inmiddels verdwenen van de OM website) vind ik het maar raar dat u ervoor kiest te zwijgen in plaats van te spreken over mijn zeer ernstige beschuldiging dat u als verantwoordelijke hoofdofficier in conclaaf met de heer Demmink de moordenaars van Marianne Vaatstra  een heimelijke vrijgeleide heeft gegeven. Als u het spreekwoord van de titel van uw speech kent, dan kent u vast ook het spreekwoord: Wie zwijgt stemt toe. Nog raarder vind ik het allemaal omdat ik u als getuige vraag, hetgeen ik motiveer als hieronder. Ligt het niet op u weg om voordat het zover komt, te spreken in plaats van te zwijgen volgens uw eigen adagium?

Met vriendelijke groet,

W.J. Dankbaar

1)De heer H.N. Brouwer.

De heer Brouwer was tijdens de moord op Marianne Vaastra hoofdofficier van justitie van het parket Leeuwarden/Friesland, als zodanig eindverantwoordelijk voor het onderzoek naar de moord op Marianne Vaatstra. In zijn latere functie als voorzitter van het College Procureurs Generaal (2005-2011) heeft hij diverse preken gehouden over “open verantwoording en transparantie” die zijn OM dient te betrachten. “Niet hopen dat het overwaait beste collega’s! Open verantwoording!”

De heer Brouwer in zijn inmiddels van de OM site verdwenen speech “Zwijgen is zilver, spreken is goud:”

 Uiteraard gelden ook voor ons de gewone eisen van openheid als voor ieder ander overheidsorgaan in een democratische staat. De volksvertegenwoordiging moet immers zicht hebben op de wijze, waarop overheidsorganen zich van hun publieke taak kwijten.

De noodzaak voor het OM om openheid te betrachten, gaat echter veel verder. Uitgerekend wij, die het gedrag van anderen beoordelen en kwalificeren en daar zo nodig een straf voor eisen, dienen door middel van openbaarheid verantwoording af te leggen, althans ons toetsbaar op te stellen voor de buitenwereld. Het gaat daarbij niet alleen om de uiteindelijke uitkomst van een strafzaak, maar ook om de vraag of de regels aan de hand waarvan de zaak is onderzocht, keurig zijn toegepast. Willekeur is zéker zo funest voor het vertrouwen in de strafrechtspleging als het gevoel, dat een beslissing onjuist is. 

Vergeet in dit verband ook niet, dat het openbaar ministerie monopolist is op het gebied van vervolging. Wij zijn de enige instantie, die iemand voor de strafrechter kan brengen. Dergelijke macht schept verplichtingen binnen een samenleving. Het is aan het OM om zichtbaar te maken, waarom het in dit verband de keuzen heeft gemaakt, díe het heeft gemaakt. Dat geldt net zo goed voor een beslissing om wél te vervolgen, als om níet te vervolgen. Het OM moet zichtbaar maken op welke wijze het invulling geeft aan het algemeen belang. Als het OM geen openheid van zaken zou geven, laadt het in ieder geval de verdenking van willekeur op zich. 

En ten slotte: wij moeten met ons handhavende optreden potentiële wetsovertreders ervan weerhouden om in de fout te gaan. Gelet op het brede scala aan normen, die wij hebben te handhaven, behoort heel Nederland tot onze doelgroep. Dat betekent, dat onze boodschap bij een publiek van zestien miljoen mensen terecht moet komen. Dat kunnen wij niet zonder de media, hetgeen nog een reden te meer is, waarom het OM transparantie aan de dag moet leggen. 

Openbaarheid is voor ons geen keuze, maar een essentiële bestaansvoorwaarde. Wij kunnen onze taak alleen dan uitoefenen, wanneer wij naar buiten gericht zijn.

Deze openheid en transparantie is echter in geen velden of wegen te bekennen als Dankbaar hem vragen stelt over de zaak Vaatstra. Dan zegt hij steevast via zijn secretaresses:

From: info [mailto:info@CTIVD.nl]

Sent: donderdag 10 september 2015 16:06

To: ‘Wim Dankbaar’

Subject: RE: Bericht voor uw voorzitter Harm Brouwer 

Geachte heer Dankbaar, 

De heer Brouwer zal niet reageren op uw e-mail. 

Vriendelijke groet, 

Hilde Bos

Secretaris CTIVD

Sterker nog, het OM Leeuwarden heeft de telefoniste al in 2011 (dus voor de arrestatie van Steringa) opdracht gegeven om de verbinding te verbreken als Wim Dankbaar belt voor een vraag of een tip. Zonder opgaaf van reden. Ook daar heeft Dankbaar meerdere bewijzen van.

Dankbaar heeft twee keer kamerleden bereid gevonden om kamervragen te stellen over de zaak Vaatstra. In 2010 door het kamerlid Teeven aan de toenmalige minister Hirsch Ballin.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20092010-2952.html

In 2012 door het kamerlid Brinkman aan de toenmalige minister Opstelten.

https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20122013-309.html

Uiteraard baseerden de ministers hun antwoorden op informatie van het OM, toenmalig van de heer Brouwer. De ministers blijven wel verantwoordelijk voor de juistheid van die informatie. Dankbaar heeft echter aantoonbaar vastgesteld dat de antwoorden in beide gevallen bol van de onwaarheden staan. Tot zijn verbazing heeft dat niet tot verontwaardiging van de Tweede Kamer geleid. Het parlement onjuist informeren is immers normaal gesproken een politieke doodzonde. Dankbaar denkt dat dit veel te maken heeft met de kort daarop volgende aanhouding van Jasper Steringa. Dat was immers voor het publiek een geloofwaardige oplossing met toverspreuken als 100% DNA match en “volledige bekentenis”.

Allereerst werd uit de kamervragen en antwoorden – die op instigatie van Dankbaar werden gesteld – duidelijk dat veel informatie die nu noodgedwongen openbaar werd, in de weken, maanden en jaren na de moord altijd geheim gehouden is, ja zelfs categorisch is ontkend.

Voorbeelden van die geheimgehouden, ontkende informatie zijn onder meer:

– Faek Mustafa is als verdachte in de moord op Marianne Vaatstra gehoord.
– Faek Mustafa is overgeplaatst naar een ander AZC

Deze informatie is pas officieel bekend geworden aan de hand van de kamervragen ruim een decennium na dato. In de weken na de moord werd immers krachtig en herhaald gesteld dat er geen enkele aanwijzing was om de daders onder asielzoekers te zoeken.

Eindelijk werd dan toegegeven dat er wel degelijk aanwijzingen waren, dat Faek Mustafa is aangehouden en verhoord, en zelfs heimelijk is overgeplaatst. Dit laatste werd immers ook ontkend onder meer door AZC-directrice Nettie Groeneveld (RIP). Wat Faek heeft verklaard, laat staan of hij Ali Hassan heeft aangewezen als de moordenaar, laat staan waar Marianne is vermoord, waarom hij werd overgeplaatst, werd niet bekend gemaakt.

Sommige antwoorden zijn zelfs voor de leek intelligentiebeledigend zoals deze van minister Hirsch Ballin:

F.M. is enkele maanden voor de dood van Marianne betrokken geweest bij een ruzie met (vrienden van) Marianne in een horecagelegenheid. F.M. is daarover gehoord en zei dat juist hij en zijn vriend werden bedreigd en niet andersom.

Ondanks dat er vele getuigen bij waren (niet enkele maanden, maar twee weken voor haar dood) wordt toch de ridicule verdediging van Faek genoemd. Los van het feit dat het verhoor van Faek altijd stil is gehouden, zelfs ontkend, toont dit aan hoezeer de werkelijke daders en medeplichtigen beschermd zijn. De reden hiervoor is Dankbaar niet bekend, hij kan slechts speculeren dat het draagvlak voor het asielbeleid niet in gevaar mocht komen.

Ook over de datum van zijn verhoor en zijn overplaatsing wordt glashard gelogen. De datum van zijn verhoor was 1 mei 1999, niet 19 mei 1999. De datum van zijn overplaatsing was 3 mei 1999, niet 27 mei 1999. Hij werd niet naar Drachten overgeplaatst maar naar Musselkanaal. Voor beide statements heeft Dankbaar talloze getuigen, die uitgebreid aan bod zijn gekomen in zijn boek en op zijn website. Zoals de getekende verklaringen van Ron Pander (click), Sikko Pander (click) en Jacob Hoeksma (click) die allen ook bereid zijn om voor Dankbaar te getuigen. Ook de toenmalige AZC-adjunctdirecteur Louis Uijl (RIP) heeft de data van het verhoor en overplaatsing van Faek aan Dankbaar bevestigd in een telefoongesprek (click).

De allergrootste onwaarheid is wellicht nog wel dat de heer Brouwer hoofdofficier was tot 1 mei 1999, de zaterdag dat Marianne Vaatstra dood werd gevonden. Dit is aantoonbaar niet waar, zoals blijkt uit een Volkskrant artikel van 14 mei 1999 (click) over een interview met Brouwer op woensdag 12 mei 1999, “zijn laatste dag als hoogste man van het OM Leeuwarden”. In dit artikel wordt overigens met geen woord gerept over de moord op Marianne Vaatstra, op dat moment vers en volop in het nieuws. Brouwer was dus wel degelijk eindverantwoordelijk voor het verhoor van Faek en zijn overplaatsing. Dat dit krampachtig wordt ontkend, zonder te melden wie dan wel verantwoordelijk was, spreekt boekdelen. Hij had dus genoeg tijd voor de acties waar Dankbaar hem verantwoordelijk voor acht, onder meer de heimelijke arrestatie en uitzetting van Ali Hassan in het weekend van de moord. Ook dit is aantoonbaar gebeurd.

Ook heeft het OM onder leiding van de heer Brouwer in 2011 het zogeheten rapport  “Onderzoek Ali H.” uitgebracht, mede door de toenemende druk van de publicaties van Dankbaar. Ook dit rapport staat bol van de onwaarheden, zoals uitgebreid gedocumenteerd in het boek van Dankbaar en Mauritz. In feite staat er weinig in wat wel waar is, nog minder wat verifieerbaar is, anders dan op de blauwe ogen van de schrijvers. Ook hier zijn sommige statements intelligentiebeledigend, zoals:

Feik wordt op 19 mei 1999 verhoord en staat wangslijm af om zijn dna te vergelijken met de sporen van de moordenaar. Dat komt niet overeen. Hij kan zich niet herinneren met wie hij precies op Koninginnedag in Kollum was.

Deze is nog absurder: 

Feik is in het onderzoek naar de moord op Marianne voor de politie al gauw een interessant persoon. Getuigen verklaren over een ruzie die hij en Marianne in februari 1999 hebben in de Ringobar in Veenklooster. Hij maakt volgens andere discotheekbezoekers een beweging naar Marianne alsof hij een keel doorsnijdt.

Immers, in 1999 was Faek helemaal geen interessant persoon volgens de berichtgeving. Zijn identiteit en verband met de moord werd angstvallig geheim gehouden. Het publiek werd bezworen dat er geen enkele aanleiding was om naar het AZC te kijken, dat daar niemand was gehoord. Dus nu wordt in 2011 erkend dat dit een leugen was.

Helemaal bont wordt het met dit statement:

In het asielzoekerscentrum werpt Ali zich op als ‘aanvoerder’ van de jongere Turkmenen. Ook gaat hij om met Feik Mostafa (15) en zijn vader.

Allereerst wordt Faek Mustafa verkeerd gespeld (dit kan niet anders dan bewust zijn) maar bovenal wordt erkend dat Faek en zijn vader bekenden waren van Ali Hassan. De opzet van het rapport wordt bewezen door niet te melden of Faek en zijn vader is gevraagd of de hen bekende Ali Hassan de gearresteerde man in Istanbul was. Dit is de onderzoeksvraag van het rapport! Daar begint het mee:

“Justitie heeft in het onderzoek naar de onopgeloste moord op Marianne Vaatstra een verkeerde verdachte opgepakt en daarmee de mogelijke dader laten lopen’’, stelt actualiteitenprogramma EenVandaag in maart 2010. Dat is niet de eerste keer dat bij het publiek twijfel rijst over de arrestatie van Ali Hussein Hassan. Rechercheurs van de Friese politie hebben daarom alle feiten over zijn aanhouding nog eens uitvoerig tegen het licht gehouden. Een blik in het dossier.   

De enige twee bekenden van Ali Hassan die in het rapport worden genoemd (in werkelijkheid waren het tientallen) wordt de hamvraag dus niet gesteld! Waarom niet, daar is nooit een verklaring voor gegeven (onkunde zal het toch niet zijn?) maar voor Dankbaar is het evident: Het antwoord van Faek en zijn vader past niet in de conclusie van het rapport. In 1999 niet, in 2011 niet, in 2019 niet als Faek als getuige zou moeten worden gehoord.

Hoe malafide en gelogen dit rapport wel niet is, wordt duidelijk aan de hand van het feit dat bijna alle getuigen die Dankbaar vraagt of opvoert, de juiste Ali Hassan, de vriend van Faek, kenden! Faek, Rida, Farhad, Riad, Stephanie, Spencer, Isabella, Ronnie, Sikko, Jacob, Aafke, Wietze, Gerrit enzovoort. Allen komen zij in het rapport niet voor. Allen kunnen de conclusie van het rapport onderuit halen:

Conclusie: Er zijn geen aanwijzingen die er op duiden dat in 1999 de verkeerde Ali is aangehouden.

Iemand die Dankbaar nu nog van “onzorgvuldig onderzoek” of onvoldoende inspanning durft te betichten, is niet zuiver. Als de kamerantwoorden en het rapport Ali H. niet talloze bewijsbare onwaarheden zouden bevatten dan heeft een rechter nog enig recht van spreken.

Het is dus van het allergrootste maatschappelijke belang en de hoogste tijd, niet alleen voor Dankbaar maar voor heel Nederland, dat de heer Brouwer eindelijk eens de open verantwoording en transparantie, die hij zelf zo propageert, gaat betrachten, in plaats van structureel te duiken. Dat zou ook geen probleem moeten zijn als de heer Brouwer en zijn OM niets te verbergen heeft in deze zaak. Als eindverantwoordelijke hoofdofficier voor het onderzoek van het eerste uur, maar ook als eindverantwoordlijke OM baas voor de talloze vervolgonderzoeken in de afgelopen jaren. De aantoonbare onwaarheden in de antwoorden op de kamervragen en in het rapport Ali H. maken die noodzaak alleen maar groter en urgenter.

Over Wim Dankbaar

researcher/publicist/ondernemer
Dit bericht werd geplaatst in Joris Demmink, Marianne Vaatstra. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s