Brief aan Harm Brouwer

Geachte heer Brouwer,

U behoeft geen nadere introductie over mij, u weet wie ik ben en wat ik u te laste leg. In dat kader verzoek ik u dringend een aantal vragen te beantwoorden.

Op 1 mei 1999 was u hoofdofficier van Justitie van het parket Leeuwarden. In die functie was u verantwoordelijk voor het onderzoek naar de moord op Marianne Vaatstra, wiens lichaam op die datum werd gevonden.

Langs officiele weg heeft u laten weten dat u de hoofdofficier was tot 1 mei 1999. Dit blijkt onder meer uit kamervragen, beantwoord door minister Opstelten:

Antwoord 5, 6

In mijn antwoorden op eerdere schriftelijke vragen van het lid Brinkman (Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2011–2012, nr. 2969) heb ik aangegeven dat de heer Brouwer de verantwoordelijke hoofdofficier was. Dat was hij tot 1 mei 1999. F.M. is echter pas op 27 mei 1999 overgeplaatst naar het AZC te Drachten. Op dat moment was de heer Severein plaatsvervangend hoofdofficier van het parket te Leeuwarden. Voor de overwegingen omtrent de overplaatsing van F.M. verwijs ik naar mijn eerdere antwoorden van 5 juli 2012.

Vraag 1) Hoe is het statement dat u de verantwoordelijke hoofdofficier was te rijmen met het statement dat u dat tot  mei 1999 was? Was u nu wel of niet hoofdofficier op 1 mei 1999? 

Uit het boek van Simon Vuyk:

De arts stelt formeel vast dat het slachtoffer een onnatuurlijke dood is gestorven. Het rapport wordt onmiddellijk doorgezonden naar het Openbaar Ministerie in Leeuwarden. Om 12.15 uur krijgt de politie Friesland opdracht een recherchebijstandsteam (RBT) te formeren. Jan Verkaik wordt aangesteld als onderzoekscoördinator. Mr. Roelof de Graaf als officier van justitie. En hoofdofficier van justitie mr. Harm Brouwer is eindverantwoordelijk voor het moordonderzoek.

De vraag is relevant omdat uw beweerde afscheid als hoofdofficier exact samenvalt met de sterfdag van Marianne Vaatstra. Dit was overigens een zaterdag, een vrije dag. De dag ervoor was Koninginnedag, ook een vrije dag. Uw beweerde afscheid heeft dus sowieso op een vrije dag plaatsgevonden, althans op papier. U zult begrijpen dat dit vragen oproept.

Uit krantenartikelen blijkt dat u na 1 mei 1999 nog interviews heeft gegeven als HOvJ en dat 12 mei 1999 uw laatste werkdag als HovJ was. Onder meer uit uw interview met Marc van den Eerenbeemt van de Volkskrant:

Vraag 2) Wat is nu uw eigen stellingname? Dat u tot (of tot en met) 1 mei 1999 hoofdofficier was? Of dat uw laatste dag 12 mei 1999 was? 

De vraag is relevant omdat u tot 12 mei als verantwoordelijke hoofdofficier op de hoogte moet zijn gehouden van de ontwikkelingen in de Vaatstra zaak. En dat waren er veel. In het bovenstaande artikel rept u overigens met geen woord over de twee weken eerder vermoorde Marianne Vaatstra, een zaak die op dat moment veel breder in het nieuws was dan de zaak Tjoelker.

Vraag 3) Wat is daar de reden van? 

Het zal u inmiddels uitputtend bekend zijn dat Faek Mustafa als verdachte in de moord op Marianne Vaatstra is gehoord. Dat is immers door uw eigen OM toegegeven, onder meer in het onder uw verantwoordelijkheid als hoogste man van het OM opgestelde rapport “Onderzoek Ali H.”.  Ik citeer uit het rapport:

Feik is in het onderzoek naar de moord op Marianne voor de politie al gauw een interessant persoon. Getuigen verklaren over een ruzie die hij en Marianne in februari 1999 hebben in de Ringobar in Veenklooster. Hij maakt volgens andere discotheekbezoekers een beweging naar Marianne alsof hij een keel doorsnijdt.

[…………]

Feik wordt op 19 mei 1999 verhoord en staat wangslijm af om zijn dna te vergelijken met de sporen van de moordenaar. Dat komt niet overeen. Hij kan zich niet herinneren met wie hij precies op Koninginnedag in Kollum was.

Het is dus via u eigen OM vast komen te staan – 12 jaar na dato (uw rapport is van 2011) -dat Faek Mustafa als verdachte is in de Vaatstra zaak is gehoord.

Vraag 4) Waarom is dit altijd in de jaren voor het rapport ontkend? Waarom liet u uw mensen ontkennen dat Faek als verdachte was gehoord, terwijl u en uw OM nu zelf erkennen dat deze ontkenningen leugens waren? 

U weet ook dat de heer Mauritz en ik in 2014 contact hebben gemaakt met Faek Mustafa. Naar aanleiding van zijn verhaal, heeft de heer Mauritz de volgende verklaring opgetekend. Deze verklaring is in ons boek (“Het verboden dagboek van Maaike Vaatstra”) gepubliceerd:

Op zaterdag 1 mei 1999 heb ik op het politiebureau te Buitenpost een verklaring afgelegd inzake de moord op Marianne Vaatstra. Ik wil niet prijsgeven hetgeen ik heb verklaard maar wens wel aan te geven dat ik in ruil voor het vertellen van het adres van mijn vriend Ali Hussein Hassan in Leeuwarden men mij verder met rust zou laten en men in ruil daarvoor men mij verder met rust zou laten. Men wekte bij mij de indruk dat Ali aldaar gearresteerd zou worden. Vervolgens heb ik Ali nooit meer gezien

Ik ben tegen mijn wil in getuige geweest van de moord op Marianne Vaatstra maar wens over de details niet te verklaren. Wel verklaar ik bij deze dat Ali Hussein Hassan Marianne heeft gedood in de caravan van (………), bewoner van het AZC Kollum op dat deel dat niet tot het AZC behoorde maar werd bewoond door vaste standplaatshouders uit de periode dat het AZC nog niet bestond.

Marianne kwam wel vaker in de caravan van (………). Zij is die bewuste nacht daarheen gebracht door Ludger Dill in diens auto, een donkergrijze Mercedes stationcar.

Ik verklaar dat ik weet wie een derde persoon heeft gebeld om Ali in de nacht van de moord naar Leeuwarden te brengen. Ik verklaar dat ik er met niemand over heb durven praten maar wel op zondagmiddag twee mei 1999 met een vriend heb besproken wat er in de afgelopen nacht is gebeurd. De identiteit van die vriend heb ik gedeeld met de auteur(s) van het boek ‘Het verboden dagboek van Maaike Vaatstra.’

Ik verklaar dat de mij bekende Ali Hussein Hassan, die Marianne heeft gedood, niet de persoon was die door Justitie is gearresteerd in Istanbul in oktober 1999. Deze persoon ken ik niet en heb ik slechts gezien op TV. Ik heb hem nooit in levende lijve gezien.

U weet ook dat Faek’s toenmalige beste vriend Rida Hashimi, de vriend waar het in bovenstaande verklaring van Faek over gaat, nadat hij mij zijn verhaal heeft verteld, het volgende aan mij heeft verklaard:

Bij deze wil ik op verzoek van de heer W.J. Dankbaar een verklaring afleggen over hetgeen ik weet over de moord op Marianne Vaatstra. Destijds was Faek Mustafa een klasgenoot en een zeer goede vriend van mij. Wij waren beiden 15 jaar oud. Faek woonde in het toenmalige AZC te Kollum en ik woonde in Leeuwarden met mijn familie. Wij zaten allebei op de Piter Jelles scholengemeenschap te Kollum. lk zag Faek bijna elke dag en wij trokken erg veel met elkaar op. Wij waren niet echt voorbeeldige tieners, niet echt lieverdjes, hetgeen erin heeft geresulteerd dat wij beiden tijdelijk van school gestuurd werden eind april 1999. Andere vrienden en klasgenoten van mij en Faek, waren Faris en Farhad, Wij deden veel dingen samen, maar Faek was mijn beste vriend. Vrijwel elk weekend kwam ik bij Faek Iogeren op het AZC te Kollum. Zo ook het weekend van 1 mei 1999. lk ben op zaterdag 1 mei 1999 met de bus naar Faek gegaan, zoals ik dat bijna elk weekend deed. Tijden herinner ik mij niet precies, maar ik kwam daar eind van de middag aan. lk merkte meteen dat Faek niet in zijn normale doen was. Het beste kan ik dit omschrijven als stil, teruggetrokken, angstig en gestresst, heel anders dan hij normaal was. lk voelde meteen dat er iets aan de hand was of dat hij iets ernstigs had meegemaakt.

Ik heb de nacht van 1 op 2 mei 1999 geslapen in de caravan van Faek en zijn vader. Deze laatste was er overigens dat weekend niet, zoals dat vaker het geval was. lk weet dat de vader van Faek vaak naar Den Haag was. Hij stond bekend als een man die een leider was geweest in Noord lrak en respect afdwong onder de Koerdische gemeenschap in het AZC. Als er amok was, kon hij de gemoederen bedaren. De volgende dag, zondag 2 mei, heb ik er bij Faek op aangedrongen te vertellen wat hem dwars zat. Dat hij van slag was over iets, was mij inmiddels zeer duidelijk. Hij heeft mij toen verteld dat hij bij de politie was geweest om gehoord te worden over de moord op Marianne Vaatstra en dat hij daarover een verklaring had afgelegd. Hij vertelde mij dat deze moord was gepleegd door een gemeenschappelijk kennis van ons, Ali Hassan, die ook bewoner was op het AZC. Ik begreep uit zijn verhaal dat hij dit ook aan de politie had verklaard. Hij heeft mij niet verteld dat hij getuige van de moord was geweest, maar wel dat deze in een caravan was gepleegd. Welke caravan dat was heeft hij mij ook niet verteld. Van de heer Dankbaar begrijp ik dat dit de caravan van ene [……..] zou moeten zijn geweest maar dat kan ik niet bevestigen of ontkennen. Ik kende deze [……..] niet, maar weet wel dat Faek veel meer vrienden en kennissen had dan waar ik weet van had.

Ali Hassan was veel ouder dan Faek en ik kende hem dan ook niet bijzonder goed, maar wist wel hoe hij eruit zag. Daarom kan ik ook met zekerheid zeggen dat dit niet dezelfde man was die in 1999 in Turkije werd gearresteerd. lk heb van deze man een interview op Youtube gezien. Deze man was lang en slank en had een verzorgd voorkomen. lk heb hem nooit op het AZC Kollum gezien. De Ali Hassan die ik kende van het AZC Kollum was korter dan Faek en had een dikker postuur. Bovendien had hij een baardje en zijn uiterlijk was niet verzorgd, heel anders dan de man die op Youtube staat.

Kort nadat Faek mij dit verteld had, ben ik met de bus teruggegaan naar mijn familie in Leeuwarden. lk was zelf ook behoorlijk ontdaan over wat Faek mij verteld had. Daarom heb ik sinds die dag besloten om niet meer terug te gaan naar Kollum. lk heb Faek dan ook nooit meer gezien en hij heeft ook nooit meer contact met mij gezocht. Tot voor kort wist ik niet eens dat Faek in Nederland woont. Mijn school heb ik dat jaar afgemaakt in Leeuwarden. Omdat ik voor een andere zaak kort in jeugddetentie heb gezeten, een ruzie waarbij klappen waren gevallen, heb ik het jaar niet gehaald en het schooljaar overgedaan. Nu zeventien jaar later heb ik mijn leven reeds lang op orde en mijn vrouw en twee kinderen zijn mijn alles.

lk hoop maar dat mijn verklaring mij geen problemen gaat opleveren met de Nederlandse Justitie.

Aldus verklaar ik naar waarheid,

Rida Hashimi

Vraag 5) Bent u op 1 mei 1999 als verantwoordelijke hoofdofficier op de hoogte gebracht van het feit dat Faek Mustafa op 1 mei 1999 een verklaring aan de politie heeft afgelegd als bovenstaand? 

Inmiddels is ook komen vast te staan dat Faek is overgeplaatst. Dat heeft uw eigen OM immers ook bevestigd in de kamerantwoorden van ministers Hirsch Ballin en Opstelten:

Opstelten: F.M. is echter pas op 27 mei 1999 overgeplaatst naar het AZC te Drachten.

Hirsch Ballin: In 2007 heeft de politie Fryslân onderzoek verricht naar aanleiding van een anonieme brief waarin werd vermeld dat er op 3 mei 1999 een bewoner van het azc in Kollum heimelijk uit het land zou zijn verwijderd. Het onderzoek heeft uitgewezen dat dit niet het geval was.

De persoon F.M. is op 27 mei 1999 overgeplaatst vanuit het azc in Kollum naar het azc in Drachten. De overplaatsing van F.M. had geen relatie met de moord op Marianne Vaatstra. F.M. werd verdacht van een zedenmisdrijf (zie ook het antwoord op vraag 4).

Gelet op de gespannen situatie rondom het azc in Kollum werd besloten om F.M. over te plaatsen naar het azc te Drachten. Van daaruit is F.M. op 2 juni 1999 overgeplaatst naar het azc Alphen aan den Rijn. Als verblijfsvergunninghouder is hij, in mei 2000, vervolgens regulier gehuisvest.

Vraag 6: Los van de vraag of Faek nu op 3 mei 1999 (mijn versie) of op 27 mei 1999 (uw versie) is overgeplaatst: Waarom is deze overplaatsing 11 jaar lang door uw OM onder uw verantwoordelijkheid ontkend? 

We zien hier dus dat in een officieel OM rapport en door ministers keihard gelogen wordt. Willens en wetens en met disrespect voor de ook bij het OM bekende feiten. Zoals de getekende verklaringen van Ron Pander (click), Sikko Pander (click) en Jacob Hoeksma (click). Hieruit blijkt dat Faek op maandag 3 mei 1999 is overgeplaatst naar Musselkanaal en dat AZC directeuren Nettie Groeneveld (RIP) en Louis Uijl (RIP) daarvan op de hoogte waren. We hebben het hier dus over AZC personeel in dienst van Justitie! Niemand heeft Faek ooit nog op het AZC gezien na 3 mei 1999. Zelfs zijn vriendinnetje Stephanie van Reemst niet. Betere bronnen kun je niet krijgen, maar hoewel bekend, worden ze allemaal geheimgehouden. Nog zo’n bron is Age Bruining, de sportleraar van het AZC. Ook zijn verklaringen en zijn proces verbaal zijn gewoon bekend bij Justitie. Een fragment:

Ik begreep wel dat Feik weg moest uit Kollum, want het AZC ‘stond in brand’. Ik heb gezien dat Feik uitgeleide werd gedaan door Netty Groeneveld, de directeur van het AZC en haar plaatsvervanger. In een krantenartikel loochende zij dit later. Dit stoorde mij omdat ik het zelf had gezien.

En:

Ik kende Feik Mostafa  heel goed,  evenals heel veel andere bewoners die sportten. Behalve sportleraar, was ik ook leider/trainer van het voetbal-elftal waarin Feik speelde. Ik herinner mij nog goed dat Feik nooit een wedstrijd miste, behalve op zaterdag, 1 mei 1999.

En:

Hilly Veenstra wilde het gesprek opnemen, maar dat wilde ik niet en het is niet gebeurd. Ook tijdens dit gesprek, dat ging over het vertrek van Feik of Ali op de betreffende maandag, is niet over Eén Vandaag gerept.

De betreffende maandag was 3 mei 1999. Faek mistte zijn voetbalwedstrijd omdat hij op het politiebureau van Jan Verkaik zat te vertellen waar en door wie Marianne is vermoord. Nettie Groeneveld heeft inderdaad keihard gelogen:

https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/om-beweringen-anonieme-brief-moord-vaatstra-vals~bbf34334/

Volgens de auteur van de anonieme brief is op 3 mei 1999 onder strikte geheimhouding een asielzoeker overgeplaatst van het azc in Kollum, vlak bij Veenklooster, naar een speciale afdeling van het azc in Musselkanaal. ,,Dit is gewoon niet gebeurd, daar ben ik absoluut zeker van”, aldus Groeneveld.

Vraag 7: Bent u er ook absoluut zeker van dat Faek niet is overgeplaatst? Hoe kan dat dan als twee ministers dat namens u zeggen? 

Nu het via uw eigen OM in kamervragen vast is komen te staan dat Faek is overgeplaatst, los van de vraag op welke datum, is de vraag in wiens opdracht dat is gebeurd en waarom?  Volgens AZC directeur Louis Uijl is dat gebeurd in opdracht van de driehoek. U weet als geen ander dat de driehoek de hoofdofficier, de korpschef en de burgemeester is.

Louis Uijl: Nou, Wij waren volop bezig met Marianne Vaatstra, met politie en met het hele centrum en met de directie en op dat moment diende zich dit aan waarbij dus die verkrachtings- dan wel aanranding aangegeven werd door, ik weet niet meer of zij Stefanie heette maar in ieder geval is er dus gewoon de zoon van Mustafa is ook DNA afgenomen en op dat moment is er besloten met goed weten in de Driehoek dat er dus een overplaatsing naar een ander centrum zou plaatsvinden en dat is Drachten geworden.

[………………]

Wim Dankbaar: Maar ik vind het een beetje vreemd klinken, eerlijk gezegd, het was bekend dat deze man verdacht werd van de verkrachtingszaak van een jong meisje, ik kan u nu wel zeggen, kan u zeggen dat ze Stefanie heet maar dat doet er eigenlijk niet zo veel toe, maar dan wordt hij direct overgeplaatst naar een ander AZC?

Louis Uijl: Nee, nee, Dit was in volledig overleg met burgemeester en met politie , dus ik zeg al in de driehoek…

Vraag 8: Was u de hoofdofficier in de driehoek die de overplaatsing van Faek heeft gelast en zo ja, waarom?

Vraag 9: Heeft die overplaatsing op 3 mei 1999 plaatsgevonden of op 27 mei 1999?

Op Wikipedia kunnen we het volgende over u lezen:

Vier jaar later, in 1996, aanvaardde hij het aanbod van de toenmalige procureur-generaal Arthur Docters van Leeuwen om over te stappen naar het Openbaar Ministerie. Ondanks zijn gebrek aan ervaring met de specifieke werkwijze van een openbaar aanklager, kreeg hij als hoofdofficier van justitie de leiding over het parket Leeuwarden. Volgens Brouwer zei Docters van Leeuwen tegen hem: “ga het maar leren in Friesland, daar gebeurt niets.” Dat laatste bleek niet te kloppen. De moord op Meindert Tjoelker bracht een ongekende publieke belangstelling.

In 1998 werd hij gevraagd voor de functie van rechtbankpresident in Utrecht, maar dat wees hij af, omdat er in korte tijd al twee bestuurders van het korps Fryslân, de korpschef en de korpsbeheerder, waren vertrokken en hij het nodig vond als ‘constante factor’ op die post te blijven.

Is het dan niet vreemd dat u als “constante factor” rond de moord op Marianne Vaatstra wél genoegen neemt met de functie van rechtbankpresident in Utrecht? Terwijl u geen opvolger had geregeld, anders dan de “plaatsvervangende” hoofdofficier Michiel Severein, die u zelf vanuit Groningen naar Leeuwarden had gehaald? Zegt u dan dat Severein verantwoordelijk was voor de overplaatsing van Faek?

De heer Severein zegt daar het volgende over:

Van: Severein, M.H. (Rechtbank Leeuwarden) [mailto:m.severein@rechtspraak.nl] 
Verzonden: woensdag 2 juni 2010 13:19
Aan: ‘Wim Dankbaar’
Onderwerp: uw mailbericht van 1 juni jl.

Geachte heer Dankbaar,

In antwoord op uw onderstaand e-mailbericht van 1 juni jl. bericht ik u als volgt.

Voor wat de door genoemde data betreft heb ik u al medegedeeld dat ik daarover geen gegevens heb.

De overige in uw bericht genoemde onderwerpen zeggen mij niets. Ik weet er niets van en heb er geen informatie over.

Als u inlichtingen wenst over een zaak die door de officier van justitie in Leeuwarden wordt behandeld of is behandeld, adviseer ik u contact op te nemen met het arrondissementsparket aldaar.

Ik kan u verder niet van dienst zijn.

Hoogachtend,

M.H. Severein.

Geachte heer Severein,

De heer Brouwer, uw voorganger destijds als HOvJ, is wel in staat deze gegevens te verschaffen. Hij stelt dat hij per zaterdag 1 mei 1999 de taken heeft overgedragen aan de plaatsvervangende HOvJ, hoewel hij niet meer weet dat u dat was.

Hij maakt u in feite verantwoordelijk voor beslissingen na 1 mei 1999, dus ook de beslissing om “in de driehoek” te besluiten tot de geheime afvoering op 3 mei 1999 uit het AZC Kollum van Feik Mustafa, een belangrijke verdachte in de moord op Marianne Vaatstra en een andere verkrachting. Een dergelijk afbreukgevoelige en geheime beslissing wordt niet genomen zonder medeweten van de hoofdofficier.

Eén van de bronnen voor deze nieuwe informatie is de toenmalige plaatsvervangende AZC directeur:

http://jfkmurdersolved.com/audio/Uijl.wav

De stellingname van de heer Brouwer is om de navolgende redenen onwaarschijnlijk:

– Functies binnen de rechterlijke macht worden in de regel niet op zaterdagen begonnen, dan wel beëindigd.

– Neerleggen van een functie op de dag dat een gruwelijk vermoord meisje wordt gevonden, ligt niet zeer voor de hand.

– Het klinkt ongeloofwaardig dat de heer Brouwer niet meer weet dat u zijn opvolger als plaatsvervangende HOvJ was.

– Uit krantenartikelen blijkt dat hij na 1 mei 1999 nog interviews heeft gegeven als HOvJ en dat 12 mei 1999 zijn laatste werkdag als HovJ was:

http://www.volkskrant.nl/archief_gratis/article802312.ece/Soms_kan_het_OM_beter_de_publiciteit_zoeken

– U heeft later tegen de pers gezegd dat dit “geen Europese moord” was, en dat het AZC pas 4 weken na de moord in het buurtonderzoek betrokken werd. Dit zijn weinig logische uitspraken als u zelf verantwoordelijk was voor het stiekem wegsluizen van een verdachte Irakees, op de eerste werkdag na de moord.

De functiewisseling op 1 mei 1999, lijkt mij dus in strijd met de waarheid. Mocht u echter de uitspraken van de heer Brouwer niet willen bestrijden, kan ik er dan van uitgaan dat niet hij, maar u (mede) verantwoordelijk was voor de beslissing om Feik Mustafa uit het AZC Kollum te verwijderen en buiten bereik van het onderzoeksteam te brengen?

Met vriendelijke groet en dank voor uw antwoord,

Wim Dankbaar

De heer Severein ontkent dus iets te weten van de overplaatsing van Faek Mustafa. Maar iemand van het OM moet deze overplaatsing toch hebben gelast. Vindt u het dan gek dat ik u op u uitkom?

Op Wikipedia kunnen we ook het volgende over u lezen:

Volgens de website van het OM behoren onder andere de volgende onderwerpen tot Brouwers beleidsportefeuille:

  • Gevoelige zaken
  • Terreur

U had dus als hoogste man van het OM “gevoelige zaken” in uw portefeuille. Mag ik aannemen dat de zaak Vaatstra een gevoelige zaak was, met name voor uzelf als destijds verantwoordelijke hoofdofficier? Of is dat een retorische vraag?

In de antwoorden op kamervragen van minister Hirsch Ballin, die ontegenzeggelijk gemaakt zijn onder uw auspiciën als OM baas, lezen we het volgende:

Antwoord 4

F.M. is enkele maanden voor de dood van Marianne betrokken is geweest bij een ruzie met (vrienden van) Marianne in een horecagelegenheid. F.M. is daarover gehoord en zei dat juist hij en zijn vriend werden bedreigd en niet andersom.

Los van de vraag hoe krankzinnig het is dat Marianne Faek zou hebben bedreigd, neem ik aan dat minister Hirsch Ballin zich baseert op een proces verbaal van het verhoor van Faek.

Vraag 10: Bent u bereid om het OM opdracht te geven om het proces verbaal van het verhoor van Faek openbaar te maken? Zodat de familie Vaatstra en heel Nederland kennis kan nemen van wat hij heeft verklaard? Kunt u mij anders zeggen wat nog de redenen zijn om dit proces verbaal nog langer geheim te houden? 

U zult het nu met mij eens zijn dat Faek is overgeplaatst. Dat kan niet anders, nu twee ministers dit een decennium later namens u aan ons parlement hebben bevestigd. Dat roept de volgende vraag op:

Vraag 11: Kon u, of wie het ook was, als provinciale hoofdofficier de overplaatsing van asielzoeker Faek Mustafa in deze gevoelige zaak gelasten, zonder overleg, medeweten en goedkeuring van de Directeur-Generaal Vreemdelingenzaken, de baas van het COA, te weten de latere Secretaris-Generaal van  Justitie, uw collega Joris Demmink?

Zoals vele zaken nu vast staan, die altijd zijn ontkend, maar die u nu zelf heeft erkend, staat het ook vast dat Faek op 3 mei 1999 Isabella Wagenaar telefonisch met de dood heeft bedreigd met de woorden “Als jij niet stopt met praten, word jij ook vermoord!” Het staat ook vast dat zij hiervan, samen met haar vader op, 4 mei 1999 aangifte heeft gedaan. Dit weet ik niet alleen van Isabella zelf, maar ook van cold case agent Anjo van der Helm, die mij mij heeft bevestigd dat deze aangifte in de politiecomputers staat. Los van de vraag hoe Faek nog dezelfde dag wist dat Isabella met de politie had gesproken over de mogelijke betrokkenheid van Faek en Ali bij de moord, moet u hier als verantwoordelijke hoofdofficier van op de hoogte zijn gebracht. Niettemin liet u minister Opstelten de aangifte van doodsbedreiging door Faek (die niet anoniem was) ontkennen. Als volgt:

Vraag 1, 2

Onder verwijzing naar uw antwoorden op eerdere vragen 1, is het waar dat, zoals I.W. zelf stelt, zij direct na de moord op Marianne Vaatstra op dinsdag 4 mei 1999 ook aangifte heeft gedaan tegen F.M. vanwege de genoemde doodsbedreiging? Zo nee, waarom niet?

Is het waar dat er geen onderzoek naar F.M. is ingesteld omdat er door I.W. geen aangifte zou zijn gedaan wegens de genoemde doodsbedreiging? Is er wel onderzoek gedaan naar het motief van de bedreigingen uit september, waarom juist I.W. werd bedreigd in verband met de moord op Marianne Vaatstra? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 1, 2

I.W. heeft geen aangifte gedaan tegen F.M. wegens doodsbedreiging. Aangezien het bewuste telefoontje anoniem was, was een onderzoek naar het motief van de beller niet mogelijk.

Dit antwoord is reeds intrinsiek tegenstrijdig. Er wordt gesteld dat er geen aangifte is gedaan, maar vervolgens dat het bewuste telefoontje anoniem was. Dus de doodsbedreiging is wel gedaan, zij het volgens Opstelten anoniem? Hoe weet Opstelten dat er een telefoontje is gedaan, als Isabella geen aangifte heeft gedaan?

Vraag 12: Waarom heeft uw OM Leeuwarden ervoor gekozen niets met de aangifte van Isabella en haar vader te doen? Waarom stelt u, via minister Opstelten, dat die aangifte niet bestaat en/of het dreigtelefoontje anoniem zou zijn gedaan? Bent u bereid om het OM opdracht te geven de aangifte van Isabella openbaar te maken? Hij staat immers in de politiecomputers.

In de antwoorden van minister Hirsch Ballin, die onder uw verantwoordelijkheid als OM baas zijn gemaakt, lezen we het volgende:

De persoon F.M. is op 27 mei 1999 overgeplaatst vanuit het azc in Kollum naar het azc in Drachten. De overplaatsing van F.M. had geen relatie met de moord op Marianne Vaatstra. F.M. werd verdacht van een zedenmisdrijf (zie ook het antwoord op vraag 4).

Gelet op de gespannen situatie rondom het azc in Kollum werd besloten om F.M. over te plaatsen naar het azc te Drachten. Van daaruit is F.M. op 2 juni 1999 overgeplaatst naar het azc Alphen aan den Rijn. Als verblijfsvergunninghouder is hij, in mei 2000, vervolgens regulier gehuisvest.

Volgens Hirsch Ballin had de overplaatsing van Faek geen relatie met de moord op Marianne Vaatstra? Hij was slechts verdachte van een zedenmisdrijf in dezelfde nacht dat Marianne werd vermoord? Hoe belachelijk is dit, nu we weten dat Faek volgens het OM het keelsnijgebaar naar Marianne heeft gemaakt? Dat wordt immers gesteld in uw latere rapport Onderzoek Ali H.

Hoe rijmt de stelling van Hirsch Ballin dat Faek niets te maken had met de moord op Marianne, met de stelling uit uw rapport Ali H. dat hij als verdachte is gehoord in de moord op Marianne?

Wat was nu dit “zedenmisdrijf”  waar Faek (ook) van verdacht werd? Dat was de beweerde verkrachting van zijn vriendinnetje Stephanie van Reemst. Reeds in uw berichtgeving van de weken na de moord op Marianne, deed het OM er alles aan om deze  beweerde verkrachting niet in verband te brengen met de moord op Marianne. Faek werd niet genoemd, laat staan dat hij asielzoeker was of dat hij Marianne had bedreigd of reeds was als verdachte was gehoord in de moord op Marianne.

De zogenaamde aangifte van Stephanie tegen Faek werd pas gedaan op 14 mei 1999, nadat zij was ontboden op het politiebureau  om gehoord te worden over de moord moord op Marianne!

Hoe wist uw OM dat Stephanie iets kon vertellen over de moord op Marianne? Dat kan toch niet anders zijn dan uit het eerdere verhoor van Faek op 1 mei 1999? Omdat Faek had verteld dat Stephanie er getuige van was geweest dat hij de ventielen uit de fietsbanden van Spencer en Wietze had getrokken en zij ook om andere redenen wist dat  het gestolen-fiets-verhaal kletskoek was! Daarom is die aangifte van verkrachting tegen Faek verzonnen. Dat blijkt wel uit het vervolg, want waarom zou Stephanie pas aangifte doen na twee weken? Waarom werd er gelogen dat Stephanie haar aangifte had ingetrokken? En daar heeft Faek 4 dagen voor vastgezeten? Voor een ingetrokken aangifte? Zonder tussenkomst van een rechter-commissaris? Was de 15 jarige Faek een terreurverdachte ofzo? En waarom werd die aangifte zo snel geseponeerd, als Stephanie zo ernstig verkracht was door Faek?

Vraag 13: Waarom werd Stephanie door de politie ontboden om te verklaren over de moord op Marianne Vaatstra? Waarom werd haar beweerde aangifte tegen Faek zo snel geseponeerd? Waarom mocht haar vader niet bij haar verhoor zijn? Bent u bereid om het OM opdracht te geven om het proces verbaal van haar verhoor openbaar te maken? Zodat de familie Vaatstra en heel Nederland kennis kan nemen van wat zij tijdens dat verhoor heeft verklaard? 

Minister Hirsch  Ballin blijft uiterst vaag over de reden waarom Faek werd overgeplaatst. Hij brabbelt iets over een gespannen situatie: Gelet op de gespannen situatie rondom het azc in Kollum werd besloten om F.M. over te plaatsen

Vraag 14: Waarom werd Faek overgeplaatst? Waarom juist hij en alleen hij? Wat waren uw overwegingen? Hoe is dit mogelijk als hij niets had verteld over de moord op Marianne Vaatstra? Waarom werd zijn verhoor en overplaatsing geheim gehouden en zelfs ontkend? U moet de antwoorden als verantwoordelijke hoofdofficier en OM baas toch weten op deze vragen? 

Het mag duidelijk zijn dat de zogenaamde “oplossing” in deze zaak heel anders was gelopen als u in 1999 of later antwoorden had gegeven op deze vragen, in plaats van te zwijgen, te liegen en te duiken.  Ik stel dat u dat u dat tot vandaag blijft doen. Uw rapport Onderzoek Ali H. is daar een bewijs van. Dit rapport begint immers met de conclusie:

Conclusie: Er zijn geen aanwijzingen die er op duiden dat in 1999 de verkeerde Ali is aangehouden.

Ik kan er niet bij dat Nederland zich zo in het ootje laat nemen door u en uw OM. In het hele rapport worden slechts 2 mensen genoemd die Ali Hassan kenden. Faek en zijn vader: In het asielzoekerscentrum werpt Ali zich op als ‘aanvoerder’ van de jongere Turkmenen. Ook gaat hij om met Feik Mostafa (15) en zijn vader.

Dit terwijl u en het OM weet dat u meer dan veertig mensen, die Ali Hassan kenden, de onderzoeksvraag van het rapport had kunnen voorleggen: Was de Ali Hassan die we in Turkije hebben opgepakt de Ali Hassan uit het AZC Kollum, de vriend van Faek? Terwijl  u en het OM weten dat talloze mensen hebben verklaard, deels ook aan Justitie, dat dit NIET de hen bekende Ali Hassan was:

Faek Mustafa (vriend van Ali)

De vader van Faek Mustafa

Farhad Bawar (vriend van Faek en Ali)

Rida Hashimi  (vriend van Faek)

Faris Haidar (vriend van Faek)

Khatera Bawar (zus van Farhad)

Ranya Haidar (zus van Faris)

Aranka Farkas (gaf Ali en Faek lesjes Nederlands)

Ersi, de moeder van Aranka (vond Ali een griezel)

De vader van Aranka (vervoerde Ali en Faek in zijn taxi)

Jano Hassan (vriend van Faek en Ali)

Ron Pander (beveiliger AZC)

Sikko Pander (broer van Ron, bracht Faek, Ali en Jano vaak naar de voetbalwedstrijd)

Jacob Hoeksma (hoofd beveiliging AZC)

Nettie Groeneveld (directrice AZC)

Louis Uijl (adjunct-directeur AZC)

Age Bruining (sportleraar AZC)

Isabella Wagenaar (vrijwilligster kinderopvang AZC)

Spencer Sletering (vriend van Marianne)

Wietze Steenstra (vriend van Spencer)

Gerrit Alma (vriend van Spencer)

Henk Kerkhof (beveiliging AZC)

Stephanie van Reemst (vriendinnetje van Faek)

Tineke Visser (vriendinnetje Stephanie)

Riad Elmakhour (gaf Ali een lift naar Leeuwarden in de nacht van de moord)

Sahl Dawed (vriend van Ali)

Aafke Kloosterman (vriendin van Marianne)

Nienke Hoekstra (kwam op het AZC, kende Faek en Ali)

Zaya Benjamin (deelde AZC caravan met Ali, keeper in het voetbalteam van Faek)

Jacob Visser (huurbaas van het pand aan de Kleine Kerkstraat waar Ali een kamer huurde)

Rosalyn van Zessen (huurde kamer aan de Kleine Kerkstraat te Leeuwarden)

Sietze den Iseger (huurde daar ook een kamer)

De heer X, eigenaar van de afgebrande caravan

De meerderheid van deze leerlingenlijst.

Maar wat doet u? U noemt in het rapport alleen Faek en zijn vader als bekenden van Ali Hassan! En zelfs hen heeft u niet gevraagd: Was de u bekende Ali Hassan de man die we in Turkije hebben opgepakt? Dat komt omdat u hun antwoord wel weet. Faek heeft dit antwoord immers al op 1 mei 1999 gegeven aan de politie van teamleider Jan Verkaik waar u eindverantwoordelijk voor was. En Rida en Faek en talloze anderen hebben het antwoord ook aan mij gegeven.

Vraag 15: Waarom heeft het OM de hamvraag van het Onderzoek Ali H.  niet aan Faek en zijn vader gesteld? Hoe is de conclusie van het rapport te verkopen als die hamvraag niet aan hen is gesteld? 

Dan is er de kwestie Haval Ali Mawloud, een zware Koerdische crimineel die na de moord op Marianne ook niet meer in het AZC is gezien, terug naar Irak is gevlucht omdat hij naar eigen zeggen betrokken was bij de moord op een meisje in het AZC.

Vraag 16: Waarom werd de ontsnapping van Haval Ali Mawloud uit het AZC geheim gehouden?

U weet donders goed wie ik ben.  We hebben elkaar zelfs een keer gesproken tijdens een boekpresentatie van Peter van Koppen. “Leuk om je eens te ontmoeten, Wim! , maar Ik moet me nu even voorbereiden op mijn speech, wellicht spreken we elkaar later nog”. En weg was u. Niet alleen beschuldig ik u van het bovenstaande, maar ook van het voorliegen van de Tweede Kamer door twee ministers (Hirsch Ballin en Opstelten). Normaal gesproken een politieke doodzonde.  Zie wat dat betreft nogmaals het Getuigenverzoek. Ook daar wenst u niet op te reageren. Hoe is dit nu te verklaren voor een man die zelf zegt: Je moet wel kunnen terugblaffen? U was zo vermetel om zelf in uw (van de OM site verdwenen)  speech  “Zwijgen is zilver, spreken is goud:” te refereren aan mijn poll van jaren geleden:

“Deze kleine verkenning op het internet bewijst ook, dat het gezag van een procureur-generaal inderdaad niet meer vanzelf spreekt. Een aantal nieuwssites komt met het bericht van vorig jaar, dat tachtig procent van de Nederlanders mijn ontslag zou willen Op één van de weblogs kan men aanklikken of ik moet aftreden. De stand deze week: 92,17% is voor. Overigens hartelijk dank aan het adres van die negen mensen, die mij het voordeel van de twijfel gunnen!”

Vraag 17: Bent u bereid om het OM te vragen uw speech “Zwijgen is zilver, spreken is goud:” terug op de site van het OM te zetten? Deze geweldige speech over open verantwoording en transparantie, waar ik helemaal achter sta, toont namelijk hoe u in elkaar zit. Of althans, hoe u zegt in elkaar te zitten.

Om mij tot mijn éigen organisatie te beperken, waarom hecht het huidige OM zo aan openbaarheid?

Uiteraard gelden ook voor ons de gewone eisen van openheid als voor ieder ander overheidsorgaan in een democratische staat. De volksvertegenwoordiging moet immers zicht hebben op de wijze, waarop overheidsorganen zich van hun publieke taak kwijten.

De noodzaak voor het OM om openheid te betrachten, gaat echter veel verder. Uitgerekend wij, die het gedrag van anderen beoordelen en kwalificeren en daar zo nodig een straf voor eisen, dienen door middel van openbaarheid verantwoording af te leggen, althans ons toetsbaar op te stellen voor de buitenwereld. Het gaat daarbij niet alleen om de uiteindelijke uitkomst van een strafzaak, maar ook om de vraag of de regels aan de hand waarvan de zaak is onderzocht, keurig zijn toegepast. Willekeur is zéker zo funest voor het vertrouwen in de strafrechtspleging als het gevoel, dat een beslissing onjuist is.

Vergeet in dit verband ook niet, dat het openbaar ministerie monopolist is op het gebied van vervolging. Wij zijn de enige instantie, die iemand voor de strafrechter kan brengen. Dergelijke macht schept verplichtingen binnen een samenleving. Het is aan het OM om zichtbaar te maken, waarom het in dit verband de keuzen heeft gemaakt, díe het heeft gemaakt. Dat geldt net zo goed voor een beslissing om wél te vervolgen, als om níet te vervolgen. Het OM moet zichtbaar maken op welke wijze het invulling geeft aan het algemeen belang. Als het OM geen openheid van zaken zou geven, laadt het in ieder geval de verdenking van willekeur op zich.

En ten slotte: wij moeten met ons handhavende optreden potentiële wetsovertreders ervan weerhouden om in de fout te gaan. Gelet op het brede scala aan normen, die wij hebben te handhaven, behoort heel Nederland tot onze doelgroep. Dat betekent, dat onze boodschap bij een publiek van zestien miljoen mensen terecht moet komen. Dat kunnen wij niet zonder de media, hetgeen nog een reden te meer is, waarom het OM transparantie aan de dag moet leggen.

Openbaarheid is voor ons geen keuze, maar een essentiële bestaansvoorwaarde. Wij kunnen onze taak alleen dan uitoefenen, wanneer wij naar buiten gericht zijn.

Het is aan het OM om zichtbaar te maken, waarom het in dit verband de keuzen heeft gemaakt, díe het heeft gemaakt. Dat geldt net zo goed voor een beslissing om wél te vervolgen, als om níet te vervolgen. Het OM moet zichtbaar maken op welke wijze het invulling geeft aan het algemeen belang. Als het OM geen openheid van zaken zou geven, laadt het in ieder geval de verdenking van willekeur op zich.

Overigens geldt ook hierbij een volstrekte openheid als wij een fout zouden maken. Niet hopen of gokken, dat het zal overwaaien, beste collega’s, maar actieve openheid en verantwoording.

Geachte heer Brouwer, Waar bent u dan nu met uw actieve openheid en verantwoording? U heeft mij nu drie keer laten weten dat u niet tot zulke actieve openheid en verantwoording bereid bent. Twee keer via u secretaris Hilde Bos en één  keer via uw secretaris Kervel De Goei.

Geachte heer Dankbaar,

De heer Brouwer zal niet reageren op uw e-mail.

Vriendelijke groet,

Hilde Bos

Secretaris CTIVD

Vraag 18: Waarom heeft u het OM nog geen opdracht gegeven om Faek Mustafa en Rida Hashimi te benaderen met de vraag of ze hun bovenstaande verklaringen tegenover mij en Mauritz hebben afgelegd?  Het is toch met name in uw belang om vast te stellen of die verklaringen waar zijn of niet? 

Vraag 19: Waarom stelt het OM niet alsnog de onderzoeksvraag uit het rapport Ali H. aan Faek Mustafa en ander getuigen?  Was de gearresteerde Ali de juist Ali H.? 

 

Over Wim Dankbaar

researcher/publicist/ondernemer
Dit bericht werd geplaatst in Joris Demmink, Marianne Vaatstra. Bookmark de permalink .

3 reacties op Brief aan Harm Brouwer

  1. Pieter Postma zegt:

    Doe je dit in de vorm van een open brief? Wat heb je in gedachten?

    Like

  2. johnloup zegt:

    Fijn dat in Simon Vuyks boek ook staat vermeld dat Brouwer eindverantwoordelijk is voor het onderzoek.
    Zijn jullie het toch nog ergens over eens en is zijn boek ook nog ergens goed voor.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s