Klacht ten aanzien van de voorzitter CTIVD, mr. H.N. Brouwer, verzoek tot opvolging.

Van: Wim Dankbaar [mailto:dank@xs4all.nl]
Verzonden: dinsdag 13 maart 2018 10:54
Aan: cie.jv@tweedekamer.nl
Onderwerp: Klacht ten aanzien van de voorzitter CTIVD, mr. H.N. Brouwer, verzoek tot opvolging.

Geachte commissie voor Justitie en Veiligheid,

Het mag u naar aanleiding van mijn vorige klacht inmiddels bekend zijn dat ik de heer H.N. Brouwer reeds jaren lang beschuldig van een reeks ambtsmisdrijven zoals samengevat in onderstaande email aan de heer Riedstra, de secretaris-generaal van het ministerie van justitie en veiligheid. De heer Brouwer heeft hier desgevraagd nooit op gereageerd, behalve dan twee keer met deze reactie:

From: info [mailto:info@CTIVD.nl]
Sent: donderdag 10 september 2015 16:06
To: ‘Wim Dankbaar’
Subject: RE: Bericht voor uw voorzitter Harm Brouwer
 

Geachte heer Dankbaar, 

De heer Brouwer zal niet reageren op uw e-mail. 

Vriendelijke groet, 

Hilde Bos

Secretaris CTIVD

Daar komt de recente reactie van de heer Riedstra bij:

Van: Burgerbrieven – DJOA [mailto:Burgerbrieven@minvenj.nl]
Verzonden: vrijdag 23 februari 2018 12:28
Aan: ‘dank@xs4all.nl’
Onderwerp: bericht aan de Secretaris-Generaal
 

Geachte heer Dankbaar,

Ik heb uw mails van de afgelopen weken ontvangen en gelezen. Ik zie echter geen aanleiding om hier nader inhoudelijk op in te gaan.

S.Riedstra,

Secretaris-generaal

Namens deze

G.M. Bos

Afdelingshoofd Juridische, Bestuurlijke en Operationele Zaken

Ik meen dat de beschuldigingen veel te ernstig van aard zijn om dit soort (non)reacties te rechtvaardigen.  Het schuurt des te meer omdat de heer Brouwer niet alleen rechter is, maar ook de hoogste man van het Openbaar Ministerie is geweest, tijdens welke periode hij zich altijd heeft uitgesproken voor openheid en transparantie. Enkel citaten uit zijn (inmiddels van de OM site verdwenen) speech van 2006 “Zwijgen is zilver, spreken is goud”:

Om mij tot mijn éigen organisatie te beperken, waarom hecht het huidige OM zo aan openbaarheid?

Uiteraard gelden ook voor ons de gewone eisen van openheid als voor ieder ander overheidsorgaan in een democratische staat. De volksvertegenwoordiging moet immers zicht hebben op de wijze, waarop overheidsorganen zich van hun publieke taak kwijten.

De noodzaak voor het OM om openheid te betrachten, gaat echter veel verder. Uitgerekend wij, die het gedrag van anderen beoordelen en kwalificeren en daar zo nodig een straf voor eisen, dienen door middel van openbaarheid verantwoording af te leggen, althans ons toetsbaar op te stellen voor de buitenwereld. Het gaat daarbij niet alleen om de uiteindelijke uitkomst van een strafzaak, maar ook om de vraag of de regels aan de hand waarvan de zaak is onderzocht, keurig zijn toegepast. Willekeur is zéker zo funest voor het vertrouwen in de strafrechtspleging als het gevoel, dat een beslissing onjuist is.

Vergeet in dit verband ook niet, dat het openbaar ministerie monopolist is op het gebied van vervolging. Wij zijn de enige instantie, die iemand voor de strafrechter kan brengen. Dergelijke macht schept verplichtingen binnen een samenleving. Het is aan het OM om zichtbaar te maken, waarom het in dit verband de keuzen heeft gemaakt, díe het heeft gemaakt. Dat geldt net zo goed voor een beslissing om wél te vervolgen, als om níet te vervolgen. Het OM moet zichtbaar maken op welke wijze het invulling geeft aan het algemeen belang. Als het OM geen openheid van zaken zou geven, laadt het in ieder geval de verdenking van willekeur op zich.

En ten slotte: wij moeten met ons handhavende optreden potentiële wetsovertreders ervan weerhouden om in de fout te gaan. Gelet op het brede scala aan normen, die wij hebben te handhaven, behoort heel Nederland tot onze doelgroep. Dat betekent, dat onze boodschap bij een publiek van zestien miljoen mensen terecht moet komen. Dat kunnen wij niet zonder de media, hetgeen nog een reden te meer is, waarom het OM transparantie aan de dag moet leggen.

Openbaarheid is voor ons geen keuze, maar een essentiële bestaansvoorwaarde. Wij kunnen onze taak alleen dan uitoefenen, wanneer wij naar buiten gericht zijn.

Het is aan het OM om zichtbaar te maken, waarom het in dit verband de keuzen heeft gemaakt, díe het heeft gemaakt. Dat geldt net zo goed voor een beslissing om wél te vervolgen, als om níet te vervolgen. Het OM moet zichtbaar maken op welke wijze het invulling geeft aan het algemeen belang. Als het OM geen openheid van zaken zou geven, laadt het in ieder geval de verdenking van willekeur op zich.

Overigens geldt ook hierbij een volstrekte openheid als wij een fout zouden maken. Niet hopen of gokken, dat het zal overwaaien, beste collega’s, maar actieve openheid en verantwoording.

De heer Brouwer maakt zijn openheid, transparantie en actieve verantwoording in de onderhavige kwestie op geen enkele wijze waar. Daar komt bij dat de heer Brouwer momenteel weer een zeer hoge functie bekleedt als voorzitter van de CTIVD, een organisatie die nota bene belast is met het toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Een organisatie die dus onder meer waakt over de veiligheid van onze samenleving en terrorisme moet bestrijden. Een functie die meer dan andere functies een smetteloze, onberispelijke staat van dienst en onbesproken gedrag vereist. Een overheidsfunctionaris die medeverantwoordelijk is geweest voor het stiekem wegsluizen van een moordenaar van Marianne Vaatstra, zeg maar gerust een terrorist, brengt de veiligheid en de rechtsgang ernstig in gevaar, en mag deze functie helemaal niet vervullen. Dan rust op hem in elk geval de plicht om een dergelijke beschuldiging met kracht te ontkennen.  Zoals hij zelf zegt: “Als het OM geen openheid van zaken zou geven, laadt het in ieder geval de verdenking van willekeur op zich.”

Het rapport Onderzoek Ali H. dat in 2011 onder zijn eindverantwoordelijkheid werd uitgebracht, maakt het zo mogelijk nog erger. Dit is immers een bewijsbare aaneenschakeling van leugens aan het publiek van 16 miljoen mensen, waar hij het over heeft . Zie misdrijf 6 in onderstaande email aan de heer Riedstra.

Ik verzoek uw commissie dan ook minister Grapperhaus in de kamer te vragen om een officiële reactie c.q. verantwoording ten aanzien van deze beschuldigingen aan het adres van met name de heer Brouwer, alsmede waarom zijn secretaris-generaal meent te mogen reageren zoals hij heeft gedaan. Specifiek verzoek ik uw commissie ook aan de minister te vragen waarom in het kader van het rapport Ali H.  geen van de door mij genoemde, meer dan 20 getuigen is gevraagd of de juiste Ali H. in Istanbul is gearresteerd. In het bijzonder Faek Mustafa die in het rapport wordt genoemd als vriend van Ali H. Voorts waarom de heer Riedstra weigert om deze Faek Mustafa alsnog die vraag voor te leggen, hetgeen meer dan ooit opportuun is, nu Faek Mustafa zelf herhaaldelijk heeft aangegeven te willen verklaren voor Justitie of de rechter.

Ik hoef u vermoedelijk niet te wijzen op uw controlerende taak als kamercommissie op het ordentelijk, integere functioneren van onze democratische rechtsstaat. Omdat ik deze brief ook op mijn weblog rechtiskrom zal publiceren, kunt u de komende dagen nogal wat steunbetuigingen verwachten voor deze klacht. Ik verzoek u de ontvangst van deze en mijn voorgaande klacht te bevestigen.

Inmiddels verblijf ik,

met vriendelijke groet,

W.J. Dankbaar

Bijlage: email aan de heer Riedstra:


Geachte heer Riedstra,

Ondanks alle tegenwerking en vernielingsacties vanuit het OM jegens mijn persoon, wil ik u, wellicht ten overvloede, de ernst van de situatie schilderen. Voor de beginneling lijkt het misschien een misdrijf van 19 jaar geleden maar het is in feite een hele reeks van ambtsmisdrijven, waarvan de laatste zeer veel recenter zijn gepleegd en heden nog steeds verhuld worden.

Misdrijf 1: Het stiekem wegsluizen van moordenaar Ali Hassan, het laten ontsnappen van moordenaar Haval Ali, het uit de wind houden van medeplichtigen, het overplaatsen van kroongetuige Faek Mustafa.

Dit is het oorspronkelijke misdrijf dat in vereniging is gepleegd, met als hoofdverantwoordelijken Joris Demmink als DG Vreemdelingzaken en Harm Brouwer als HOvJ van Friesland.

Misdrijf 2: Het verhullen van de waarheid aan, het liegen tegen de familie Vaatstra.

Misdrijf 3: Het verhullen van de waarheid aan, het liegen tegen de Nederlandse samenleving.

Misdrijf 4: Het belemmeren van de rechtsgang en rechtmatig/eerlijk onderzoek. Speurhonden zijn op last van de driehoek teruggetrokken toen deze richting AZC liepen. Een bebloed trainingsjack is verdonkeremaand. De vinder van dit jack, de badmeester, en vele andere getuigen zijn bedreigd en geïntimideerd. De plaats delict, een chalet op het AZC, zoals vanaf dag 1 bekend uit het verhoor van Faek Mustafa, is ongemoeid gelaten tot deze geheel in vlammen opging in de nacht van 25 juni 1999. Over de oorzaak van de brand werd gelogen door Jan Verkalk (verfbrander, midden in nacht, later werd dat kortsluiting). Het verhoor van Faek Mustafa (en dus de waarheid) werd geheim gehouden, onder meer met bezweringen dat er geen aanleiding was om verdachten in het AZC te zoeken.  Valse getuigenissen zoals het fietsverhaal zijn tot waarheid verheven en gepromoot, ware getuigenissen zoals Verry Brouwer zijn genegeerd of anderszins onderdrukt en stilgehouden. Het verhoor uit 2007 van getuige Rashid over de ontsnapte Irakees Haval Ali Mawloud  is eveneens stilgehouden. OvJ Henk Mous heeft zelfs aan de advocaat van Rashid gevraagd om het feit dat Haval Ali Mawloud bewoner was van het AZC en na de moord is verdwenen, stil te houden. Dat geldt ook voor de getuigenis van Geke Haarsma over Marianne en Stephanie, lekke banden, Spencer en Wietze die door Spencer’s moeder met de auto om half twee ‘s nachts werden opgehaald. Zulks geldt ook voor de getuigenis van Jan Kloppenburg dat de gevonden fiets aan de Keningswei zijn fiets was die hij uitleende aan Ludger Dill die hem op zijn beurt weer liet gebruiken door Ali Hassan. Sommige verdachten, zijn op oneigenlijke gronden uitgesloten omdat hun DNA niet overeenkwam met het DNA daderprofiel, hetgeen niets zegt over eventuele aanwezigheid/medeplichtigheid bij de moord. Gesjoemeld is ook met het sporenbeeld in het weiland. Twee loopsporen heen, één terug, is geënsceneerd en rijmt aantoonbaar niet met de waarheid, omdat vele andere getuigen (Spencer, Bauke, Gerrit, Hans, Freddy, etc) reeds over dit traject waren gebanjerd.  Waar er eerst sprake was van (vrijwel) geen bloed, is er na de bekentenis van Jasper Steringa sprake van “een plas bloed”, bijna drie liter (bron: requisitoir Henk Mous).  Bovenstaande opsomming van malversaties is uiteraard niet uitputtend.

Misdrijf 5: Moedwillig en bewust is in Istanbul een verkeerde Ali Hassan onrechtmatig aangehouden in de wetenschap dat dit niet de “gezochte” Ali Hassan was, zuiver om de juiste Ali Hassan in de ogen van het publiek uit te sluiten en aldus te verhullen dat deze in het weekend van de moord onder leiding van heren Brouwer en Demmink is weggesluisd.

Misdrijf 6:  Het Rapport Onderzoek Ali H. van het OM uit 2011 , toen ook nog onder verantwoordelijkheid van de heren Demmink en Brouwer, inmiddels gepromoveerd tot SG van Justitie en topman van het OM,  is een bewuste en moedwillige valse voorstelling van zaken, uitsluitend om andermaal te verhullen dat de juiste Ali Hassan onder hun verantwoordelijkheid is weggesluisd. Niets minder dan een grove leugen aan het Nederlandse volk. Waar Faek Mustafa nota bene in het rapport als vriend wordt genoemd van Ali Hassan, is hem niet gevraagd of de juiste Ali Hassan in Istanbul werd opgepakt. Evenmin de meer dan twintig andere getuigen die Ali kenden en deze vraag kunnen beantwoorden, zoals Spencer Sletering, Wietze Steenstra, Stephanie van Reemst, Isabella Wagenaar, Farhad Bawar, Khatera Bawar, Aage Bruining, Ron Pander, Sikko Pander, Jacob Hoeksma, Rosalyn van Zessen, Gerrit Alma, Shuwan Mustafa, Aranka Farkas en haar vader, Aafke Kloosterman, Bertus Veenstra, Louis Uijl, Nettie Groeneveld, Rida Hashima, Riad Elmakhour, Faris Haidar, Ranya Haidar, Sahl Dawed, Jano Hassan, Zaya Benjamin, Jacob Visser, Sietse den Iseger, Nienke Buist-Hoekstra, enzovoort, enzovoort.

Misdrijf 7: Het vals voorlichten van de Tweede Kamer. Zowel minister Hirsch Ballin als Opstelten hebben de Tweede Kamer namens het OM valselijk geïnformeerd op kamervragen van leden Fred Teeven en Hero Brinkman. Gelogen werd onder meer over de reden van het verhoor van Faek Mustafa, de datum waarop dit verhoor plaatsvond (1 mei 1999) en de datum van zijn overplaatsing (3 mei 1999). Waar minister Halbe Zijlstra moet aftreden voor een dom leugentje over Poetin, mogen Demmink en Brouwer met deze doodzondes blijven zitten.

Misdrijf 8: Het afdwingen van een valse bekentenis van vermeende dader Jasper Steringa in strijd met de waarheid.

Misdrijf 9: Het onder druk zetten met allerlei sancties en dreigementen naar Jasper Steringa om zijn “bekentenis” te handhaven, nu hij deze wil intrekken.

Misdrijf 10: Onrechtmatige vervolging van ‘klokkenluider’ Wim Dankbaar. Het OM vervolgt Wim wegens “smaad” jegens de eigenaar van het chalet waarin de moord op Marianne is gepleegd. In de wetenschap dat Faek Mustafa dit op 1 mei 1999 heeft verklaard. In de wetenschap dat derhalve van smaad geen sprake kan zijn, omdat 1) zijn publicaties een algemeen maatschappelijk belang dienen en 2) zijn publicaties gewoon de waarheid zijn. Daarmee is deze vervolging malafide en onrechtmatig, welk beeld nog versterkt wordt door het feit dat Wim geen getuigen mag oproepen om zijn onschuld/gelijk te bewijzen, een loopje nemend met mijn grondrechten volgens het EVRM.

(Deel 5 van de analyse grootste doofpot aller tijden volgt)

Over Wim Dankbaar

researcher/publicist/ondernemer
Dit bericht werd geplaatst in Joris Demmink, Marianne Vaatstra. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s