Briefje aan hoofdofficier Jeroen Steenbrink

Van: Wim Dankbaar [mailto:dank@xs4all.nl]
Verzonden: zaterdag 8 juli 2017 09:51
Aan: ‘Noord-Holland@om.nl’
Onderwerp: Uw brief de dato 26 juni 2017

Geachte heer Steenbrink,

Ik ontving onlangs uw bijgaande brief. Kunt u mij en/of mijn advocaat de redenering geven waarom het OM zou menen dat een uitnodiging van het NIFP in deze zaak opportuun zou zijn?

Kunt u er tevens zorg voor dragen dat de bijgaande brief d.d. 1 juni 2017 van mijn advocaat aan uw collega mr. ten Velden wordt beantwoord?

Bij voorbaat dank en met vriendelijke groet,

Wim Dankbaar

Wat betreft uw bovenstaande videoboodschap zeg ik u Chapeau! Zo moet het dus! Hoe verfrissend om eens een hoofdofficier te zien die zich sterk maakt voor een uitstekend contact tussen OM en nabestaanden van een moordslachtoffer. Waarbij de nabestaanden het warme gevoel krijgen van: Justitie is je beste vriend! Hoe het niet moet, zou u eens moeten vragen aan de familie Vaatstra. Ook zou u het openbare dagboek van de moeder van Marianne Vaatstra moeten lezen. Een simpele Google zoekopdracht voor “Dagboek Maaike Vaatstra” volstaat. In feite verplichte kost voor elke oprechte magistraat! Ik ben benieuwd of u meent dat de handelwijze van het OM daar ook een dikke 10 verdient.

Arrondissementsparket Noord Holland

Locatie Haarlem

T.a.v. de Edelachtbare Vrouwe

Mr A. Ten Velden

Postbus 601

2003 RP HAARLEM

Haarlem, 1 juni 2017

Inzake: Dankbaar/ OM

Edelachtbare Vrouwe,

Mijn cliënt W. J. Dankbaar zond u op 29 mei jl. via het algemene e-mailadres van het Openbaar Ministerie Noord Holland een e-mail met bijlagen betreffende een mogelijke strafzaak tegen hem met parketnummer 15/ 087172-17. Namens cliënt verzoek ik u de ontvangst van die e-mail aan mij te bevestigen. Meer in het bijzonder vraag ik u om de onderstaande vragen uit die e-mail te beantwoorden:

“Bijgaand vindt u mijn aangifte tegen de heer Hebben wegens het doen van een valse aangifte, smaad en laster. Bijgaand vindt u tevens de afwijzing van de politie (van mevrouw A.J. Nijssen) om deze aangifte in behandeling te nemen, alsmede mijn twee bezwaarschriften daarop. 

Ik verzoek u mij mede te delen waarom mijn aangifte niet in behandeling wordt genomen, maar een nieuwe aangifte van de heer Hebben wel. In mijn ogen zou het consequent zijn als ook de aangifte van Hebben niet in behandeling wordt genomen  met hetzelfde argument dat de kwestie nog onder de rechter is. Nu de aangifte van de heer Hebben wel in behandeling is genomen, zou het nog consequenter zijn om mijn aangifte ook in behandeling te nemen.  Een zaak op basis van een valse, leugenachtige aangifte is immers geen zaak. Des te vreemder dat ik niet mag bewijzen dat de aangifte inderdaad vals is. Ik verzoek u vriendelijk deze in mijn ogen onacceptabele gang van zaken uit te leggen en te duiden. Tevens verzoek ik u mij te melden waarom ik ondanks herhaalde aanmaningen nooit een reactie van de politie op mijn bezwaarschriften heb mogen ontvangen.  

Tot slot vraag ik u  waarom deze “nieuwe” zaak nu wel vanuit Haarlem mag worden gedaan, terwijl de “oude” zaak per se vanuit Leeuwarden moest.

Cliënt vindt het onacceptabel dat nieuwe aangiftes van de heer Hebben kennelijk in behandeling worden genomen en nu mogelijk leiden tot vervolging van cliënt, terwijl de aangifte van cliënt tegen Hebben niet in behandeling is genomen. Cliënt acht deze gang van zaken weinig zorgvuldig. Het is voor hem onbegrijpelijk dat hij enerzijds hemel en aarde moet bewegen om te bewerkstelligen dat zijn aangifte op een serieuze manier wordt beoordeeld en (hopelijk alsnog) in behandeling wordt genomen,  en anderzijds iedere aangifte van de heer Hebben de toets der kritiek van het OM kennelijk moeiteloos kan doorstaan. Met name acht cliënt dit onacceptabel, omdat de te bewijzen (strafbare) feiten in zijn aangifte allesbepalend zullen zijn voor het oordeel van de rechter over de tegen hem bij het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden aanhangige strafzaak, alsmede een eventuele toekomstige strafzaak tegen hem (in het geval de nu gestarte vervolging onverhoopt tot een nieuw strafzaak tegen cliënt zou leiden).

Het is voor zowel cliënt, het OM als de rechtbank van doorslaggevend belang, om te onderzoeken of de aangifte van de heer Hebben, waarop mijn cliënt in eerste aanleg door de rechtbank Noord Nederland, locatie Leeuwarden is veroordeeld, op waarheid is gebaseerd. Ik verzoek u dan ook met klem de aangifte van mijn cliënt alsnog in behandeling te nemen. Graag verneem ik op korte termijn uw beslissing. Mocht die beslissing afwijzend zijn, deel ik u mee dat cliënt mij voor dat geval heeft gevraagd een klaagschrift ex art. 12 Sv in te dienen.

Met vriendelijke groet,

T.J. Stapel

Advertenties

Over Wim Dankbaar

researcher/publicist/ondernemer
Dit bericht werd geplaatst in Joris Demmink, Marianne Vaatstra. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s