Brief aan de OvJ

Van: Wim Dankbaar [mailto:dank@xs4all.nl]
Verzonden: maandag 29 mei 2017 11:58
Aan: ‘Noord-Holland@om.nl’
CC: Thijs Stapel (stapel@stapeladvocatuur.nl)
Onderwerp: Ter attentie van OvJ Mw. Mr. A. ten Velden

Geachte mevrouw ten Velden,

Inzake parket nr. 15087172-17 deel ik u mede als volgt:

Tot mijn spijt moet ik u meedelen dat ik niet op de bijgesloten uitnodiging zal ingaan van mevrouw Smits van het NFIP . Ten eerste omdat dit instituut rechtstreeks onder het bewind van het Openbaar Ministerie valt, de organisatie die ik in deze zaak als mijn wederpartij zie. Daarmee is het instituut allesbehalve onafhankelijk.

Ten tweede impliceert uw uitnodiging een suggestie dat er mogelijk een psychische stoornis of ander mentaal probleem aan mijn handelen ten grondslag zou kunnen liggen. Een suggestie die ik resoluut van de hand wijs en ik vind passen in de strategie van het OM mij te belasteren en te criminaliseren. Het is niet de eerste keer dat Justitie mij tracht te onderwerpen aan een psychologisch onderzoek.

Ten derde meld ik u dat ik mijn beschuldigingen jegens Wolfgang Hebben, Joris Demmink en Harm Brouwer,  baseer op deugdelijk en gedegen onderzoek, onder meer tal van getekende verklaringen en opgenomen telefoongesprekken, niet gelimiteerd tot de twee onderstaande verklaringen.

Faek Mustafa:

Op zaterdag 1 mei 1999 ben ik door de politie opgehaald en heb ik op het politiebureau te Buitenpost een verklaring afgelegd inzake de moord op Marianne Imke Vaatstra. Ik wil niet prijsgeven hetgeen ik heb verklaard maar wens wel aan te geven dat ik in ruil voor het vertellen van het adres van mijn vriend Ali Hussein Hassan in Leeuwarden men mij verder met rust zou laten. Men wekte bij mij de indruk dat Ali aldaar gearresteerd zou worden. Vervolgens heb ik Ali nooit meer gezien.

Ik ben tegen mijn wil in getuige geweest van de moord op Marianne Vaatstra maar wens over de details niet te verklaren. Wel verklaar ik bij deze dat Ali Hussein Hassan Marianne heeft gedood in de caravan van Wolfgang Hebben, bewoner van het AZC Kollum op dat deel dat niet tot het AZC behoorde maar werd bewoond door vaste standplaatshouders uit de periode dat het AZC nog niet bestond.

Ik verklaar dat ik weet wie een derde persoon heeft gebeld om in de nacht van de moord naar Leeuwarden te brengen. Ik verklaar dat ik er met niemand over heb durven praten maar wel op zondagmiddag twee mei negentienhonderd negenennegentig in de namiddag met een vriend heb besproken wat er in de afgelopen nacht is gebeurd. De identiteit van die vriend heb ik gedeeld met de auteur(s) van het boek ‘Het verboden dagboek van Maaike Vaatstra’.

Marianne kwam wel vaker in de caravan van Wolfgang Hebben. Zij is die bewuste nacht daarheen gebracht door Ludger Dill in diens auto, een donkergrijze Mercedes stationcar.

Ik verklaar dat de mij bekende Ali Hussein Hassan, die Marianne heeft gedood, niet de persoon was die door Justitie is gearresteerd in Istanbul in oktober 1999. Deze persoon ken ik niet en heb ik slechts gezien op TV. Ik heb hem nooit in levende lijve gezien.

Riad Elmakhour:

Van vrijdag op zaterdag 30 april en 1 mei 1999 was ik bij een vriend op bezoek op het AZC te Kollum. Rond 02.30 uur werd mijn vriend gebeld door iemand die wist dat ik bij hem op bezoek was en dat ik nog die nacht terug zou gaan naar Leeuwarden. Eerst werd er gebeld of ik nog aanwezig was en enkele minuten later met het verzoek of ik iemand een lift kon geven naar Leeuwarden. Ik heb daar positief op geantwoord en mij werd gevraagd om via de Lauwersmeerweg langs de Badweg in Kollum te rijden en vervolgens in de richting van Veenklooster. Zo reed ik ook altijd van het AZC terug naar huis. Onderweg zou de lifter zoals ik hierboven bedoel zich wel laten zien zo werd ij gezegd. Ik heb dat vervolgens gedaan en de betreffende persoon meegenomen. Ik kende de man die ik meenam als een bewoner van het AZC en had hem vaker gezien in het bijzijn van andere vrienden van mijn vriend. Ik schrok heel erg toen ik zag dat hij behoorlijk onder het bloed zat en erg overstuur was. Ik schrok nog meer toen hij mij vertelde dat hij iemand vermoord had. Het was en zeer onsamenhangend verhaal maar het werd mij wel duidelijk dat het om een meisje ging. Ik heb hem afgezet aan de Kleine Kerkstraat in Leeuwarden. Hij heeft me onderweg wel verteld dat hij Ali heette. Pas enkele dagen later drong het allemaal tot mij door waar  zijn verhaal mee te maken had. Ik durfde daarmee niet naar de politie omdat ik bang was dat men ook mij zou verdenken. Ook toen ik later werd verzocht om me te melden op het politiebureau heb ik niet gezegd wat er gebeurd was uit angst dat ik er problemen mee zou krijgen. De politie confronteerde mij met een verklaring van mijn vrouw maar ik heb dat toen ontkend. Omdat ik bang was voor sporen heb ik mijn kleren nog diezelfde nacht uitgedaan en bij een vriend op het AZC in Burgum andere kleren aangetrokken. Die kleren zijn, zo heb ik begrepen, later teruggevonden maar gelukkig wezen deze niet naar mij. Ik betreur het dat ik dit niet allemaal eerder hebt verteld maar ik was bang dat ik gearresteerd zou worden.

Voorts vraag ik uw aandacht en reactie op het volgende:

Bijgaand vindt u mijn aangifte tegen de heer Hebben wegens het doen van een valse aangifte, smaad en laster. Bijgaand vindt u tevens de afwijzing van de politie (van mevrouw A.J. Nijssen) om deze aangifte in behandeling te nemen, alsmede mijn twee bezwaarschriften daarop.

Ik verzoek u mij mede te delen waarom mijn aangifte niet in behandeling wordt genomen, maar een nieuwe aangifte van de heer Hebben wel. In mijn ogen zou het consequent zijn als ook de aangifte van Hebben niet in behandeling wordt genomen  met hetzelfde argument dat de kwestie nog onder de rechter is. Nu de aangifte van de heer Hebben wel in behandeling is genomen, zou het nog consequenter zijn om mijn aangifte ook in behandeling te nemen.  Een zaak op basis van een valse, leugenachtige aangifte is immers geen zaak. Des te vreemder dat ik niet mag bewijzen dat de aangifte inderdaad vals is. Ik verzoek u vriendelijk deze in mijn ogen onacceptabele gang van zaken uit te leggen en te duiden. Tevens verzoek ik u mij te melden waarom ik ondanks herhaalde aanmaningen nooit een reactie van de politie op mijn bezwaarschriften heb mogen ontvangen, alsmede of het rechtmatig is dat de politie een aangifte mag afwijzen zonder deze aan het OM voor te leggen.

Tot slot vraag ik u  waarom deze “nieuwe” zaak nu wel vanuit Haarlem mag worden gedaan, terwijl de “oude” zaak per se vanuit Leeuwarden moest.

Bij voorbaat dank en met vriendelijke groet,

Wim Dankbaar

CC aan mijn raadsman Mr. Stapel.

Advertenties

Over Wim Dankbaar

researcher/publicist/ondernemer
Dit bericht werd geplaatst in Joris Demmink, Marianne Vaatstra. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s