Riad, Faek, Rida, Farhad

Bovenstaande jongens weten alle drie dat Marianne Vaatstra niet is vermoord door Jasper Steringa, maar door Ali Hassan. Het absurde van de zaak is dat zij dit alle vier ook hebben verklaard. Riad, Faek, Rida en Farhad zijn alle vier ex-asielzoekers die door Nederland zijn opgenomen en hier een eerlijk en goed leven hebben opgebouwd. De belangrijkste van de drie is natuurlijk Faek. Die was zo dapper om te verklaren dat hij getuige is geweest van de moord op Marianne en dit meteen aan de politie heeft verteld. Op de dag van de moord op Marianne. De op één na dapperste is Riad. Want die heeft ook het nodige verklaard. De op twee na dapperste is Rida. Want die heeft ook het nodige verklaard.  Daarom vind ik jou de minst dappere, Farhad. Jij hebt het alleen maar uit de derde hand, van je beste vriend Faek. Maar je kunt niet even tegen Faek zeggen: Volgens mij is het beter dat we het gewoon vertellen, Faek! Je hoeft mij niet te beschermen! Ik weet ook wat jij weet! Jij had tenminste de guts om het te vertellen. Ik zal je ondersteunen, pal!

VERZOEK TOT VOORLOPIG GETUIGENVERHOOR EX ARTIKEL 187 RV

Aan de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam

Verzoeker

Willem Jan DANKBAAR, wonende te (2051 BB) Overveen, aan de Zijlweg 14a, in deze zaak woonplaats kiezende te (2011 MT) Haarlem, aan het Kenaupark 24, op het kantoor van mr T.J. Stapel, die in deze zaak als advocaat zal optreden;

Verweerder

Faek MUSTAFA, wonende te [ ……………………..] 

Bevoegdheid 

  1. Verweerder, verder te noemen: “Mustafa”, woont te Rotterdam, derhalve binnen het rechtsgebied van de rechtbank Rotterdam. Deze rechtbank is daarmee bevoegd om kennis te nemen van het onderhavige verzoek. 

Achtergrond van het verzoek 

  1. Verzoeker, Wim Dankbaar, verder te noemen: “Dankbaar”, is een onderzoeker en publicist die al jaren stelt dat de moordzaak Marianne Vaatstra een doofpot is van Justitie. Hij heeft harde bewijzen dat het Friese meisje is vermoord door asielzoekers in een caravan op het toenmalige AZC, en niet in het weiland waar haar lichaam werd gevonden, en derhalve ook niet door de veeboer Jasper Steringa die in 2013 voor de moord werd veroordeeld.
  1. Op zijn weblog Recht is Krom publiceert Dankbaar regelmatig over zijn bevindingen. Basis voor zijn controversiële stellingen is dat hij beschikt over verklaringen van getuigen, één van de destijds 15 jarige asielzoeker Mustafa, die stelt dat hij ongewild getuige is geweest van de moord, dat deze is gepleegd door ene Ali Hassan in de caravan van ene Wolfgang Hebben en dat hij dit op de dag van de moord reeds aan de politie heeft verklaard. De jongen werd destijds verhoord als verdachte. Ook beschikt Dankbaar over een getuigenverklaring van een man, Riad Elmakhour, die Ali Hassan in de nacht van de moord een lift heeft gegeven naar zijn huuradres in Leeuwarden. Deze verklaringen worden bijgevoegd als productie 1.
  1. Ali Hassan was sinds de moord niet meer teruggekeerd op het AZC en had Marianne kort voor haar dood met een keeldoorsnijdend gebaar bedreigd. Daarom werd hij aanvankelijk als hoofdverdachte aangemerkt en internationaal gesignaleerd. In oktober 1999 werd een man met de naam Ali Hassan aangehouden in Istanbul. Een DNA-test pleitte deze man vrij omdat zijn DNA niet bleek overeen te komen met het daderspoor.
  1. Dankbaar stelt echter dat dit een heel andere Ali Hassan was. Dit wordt door meer dan 10 getuigen bevestigd. Hij spreekt van een bewust bedrog van Justitie om de juiste Ali Hassan uit te sluiten. Die is volgens Dankbaar direct in het weekend van de moord heimelijk door Justitie zelf het land uitgezet. De 15 jarige Faek Mustafa werd overgeplaatst naar een ander AZC en kreeg later een verblijfsvergunning.
  1. Dat bepaalde personen de publicaties van Dankbaar niet in dank afnemen, is wel gebleken. Zo moest hij al meermaals terecht staan.  Het OM vervolgde hem onlangs voor smaad jegens Wolfgang Hebben, de voormalige eigenaar van de caravan waarin de moord gepleegd zou zijn. Dit leidde tot een veroordeling van 3 maanden onvoorwaardelijke gevangenisstraf en een aan hebben te betalen schadevergoeding van € 10.000,00. Dankbaar heeft hoger beroep aangetekend, onder meer omdat de rechtbank weigerde om de getuigen te horen die zijn verhaal kunnen bevestigen. In hoger beroep heeft hij opnieuw om een getuigenverhoor van onder meer Mustafa gevraagd, maar het is vooralsnog onzeker in hoeverre dat vrhoor ook daadwerkelijk zal gaan plaatsvinden, terwijl Dankbaar er belang bij heeft dat het verhoor thans op niet al te lange termijn gaat plaatsvinden.
  1. Hebben heeft ook een civiele procedure tegen Dankbaar geëntameerd, waarin hij heeft gevorderd dat Dankbaar bepaalde publicaties staakt, waarin wordt uiteengezet dat Hebben betrokken zou zijn bij de moord op Marianna Vaatstra in 1999, althans dat hij de moordenaar zou kennen en dat de moord is gepleegd in een destijds aan Hebben toebehorende caravan, waarin zich ook allerlei andere criminele activiteiten afspeelden. Tevens heeft Hebben rectificatie en schadevergoeding geëist.
  1. Inmiddels heeft Dankbaar ook zelf aangifte tegen Hebben gedaan, omdat hij van oordeel is dat Hebben jegens hem een valse aangifte heeft gedaan terzake smaad en smaadschrift. Dankbaar stelt in dat verband dat Hebben in diens aangifte (en ook in de civiele procedure) in strijd met de waarheid heeft aangegeven dat de beweringen over hem in de publicaties van Dankbaar onwaar zijn. Deze aangifte van Dankbaar is bijgevoegd als productie 2. Inmiddels heeft de politie aan Dankbaar per brief laten weten dat zijn aangifte niet in behandeling wordt genomen omdat de zaak nog onder de rechter is. Echter een nieuwe aangifte van de heer Hebben is wel in behandeling genomen. Dankbaar meent dat hier sprake is van rechtsongelijkheid en meten met twee maten van de zijde van justitie.
  1. Dankbaar heeft deze opmerkingen over Hebben in een boek en andere publicaties opgenomen, om in het algemeen maatschappelijk belang te kunnen aantonen, dat justitie en het Openbaar Ministerie bepaalde verdachten en bewijzen met betrekking tot de moord op Marianne Vaatstra bewust buiten het opsporingsonderzoek hebben willen houden om op die manier de werkelijke toedracht van de moord niet bekend te maken.
  1. Voor een juiste beoordeling van de strafzaak tegen Dankbaar en de civiele vorderingen van Hebben is het van het grootste belang, dat wordt vastgesteld in hoeverre Dankbaar te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat wat hij publiceerde de waarheid was. Een verklaring onder ede van Mustafa is daartoe onontbeerlijk. Immers, als Mustafa als getuige onder ede herhaalt wat hij ooit tegen Dankbaar heeft gezegd, ontstaat er voor het eerst een heel concreet bewijs voor de stellingen van Dankbaaar over de toedracht van de moord op Marianne Vaatstra en de wijze waarop jusitite/ het Openbaar Ministerie daarmee zijn omgegaan.
  1. Gezien het belang van Mustafa als getuige heeft Dankbaar hem gedurende de afgelopen jaren verschillende malen gevraagd of hij zijn eerder geuite opmerkingen over de toedracht van de moord op Marianne Vaatstra zou willen bevestigen in een ten overstaan van een notaris op te stellen verklaring. Mustafa weigert echter stelselmatig zijn medewerking, en zegt uitsluitend zijn medewerking aan een verhoor te willen geven indien hij daartoe door de rechter wordt opgeroepen. Als gevolg van deze houding van Mustafa blijven alle stellingen van Dankbaar in het luchtledige hangen en kan de juistheid daarvan door de verschillende rechters, die zich inmiddels in strafrechtelijke of civielrechtelijke zin over de stellingen van Dankbaar hebben gebogen, niet adequaat worden beoordeeld.
  1. Omdat Mustafa weigerachtig blijft om te verklaren, terwijl hetgeen hij als getuige zou kunnen verklaren van doorslaggevend belang zal zijn voor Dankbaar en voor de verschillende gerechtelijke procedures waarin Dankbaar als verdachte of gedaagde wordt geconfronteerd met beschuldigingen van smaad, meent Dankbaar dat Mustafa onrechtmatig jegens hem handelt door te blijven weigeren om te verklaren. De onrechtmatigheid van zijn handelen zit met name in het feit dat hij blijft weigeren te verklaren, terwijl hij weet dat hij Dankbaar daardoor opzadelt met steeds groter wordende problemen en zelfs met een strafrechtelijke veroordeling tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Dankbaar is ervan overtuigd dat Mustafa met zijn weigering een onrechtmatige daad jegens hem pleegt. Het hierbij verzochte getuigenverhoor is dan ook van groot belang om te kunnen beoordelen of die door Dankbaar jegens Mustafa in te stellen vordering kans van slagen zal hebben. Immers: indien Mustafa zal verklaren conform hetgeen Dankbaar eerder van en over hem heeft vernomen, dan is Dankbaar’s visie op de toedracht van de moord op Marianne Vaatstra juist en als die visie juist zal blijken te zijn, zal Dankbaar zich in alle tegen hem aanhangige procedures met succes kunnen verweren tegen de verschillende beschuldigingen. Tevens zal hij dan in die procedures in hoger beroep met een grote kans op succes kunnen bewerkstelligen, dat hij (strafrechtelijk) wordt vrijgesproken en dat de (civielrechtelijk) tegen hem uitgesproken veroordelingen zullen worden vernietigd. Indien Mustafa mocht verklaren dat hij nimmer getuige is geweest van de moord, zal aan de andere kant duidelijk kunnen worden dat de door Dankbaar jegens Mustafa in te stellen vordering geen deugdelijke grondslag zal hebben. 
  1. Het spreekt welhaast vanzelf dat de verklaring van Mustafa – zo deze inderdaad zal verklaren zoals Dankbaar verwacht dat hij zal verklaren – eveneens van groot belang zal zijn voor de andere lopende gerechtelijke procedures.
  1. Teneinde de onrechtmatigheid van het handelen van Mustafa te kunnen aantonen en al dan niet te kunnen vorderen dat Mustafa zijn verhaal over de toedracht van de moord bekend en/ of openbaar maakt, wordt verzocht om een voorlopig getuigenverhoor van onderstaande getuigen. Zij kunnen immers aangeven hoe betrouwbaar de bronnen en informatie waren waarop Dankbaar zijn publicaties heeft gebaseerd. Met hun verhoor zal kunnen worden beoordeeld in hoeverre Dankbaar te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat de informatie die hij over de moord op Marianne Vaatstra en over Hebben had vernomen juist was en hij er daardoor vanuit heeft mogen gaan dat hij deze informatie mocht publiceren vanwege het grote maatschappelijke belang van die informatie.

Te bewijzen feiten en te horen getuigen

De getuigen zijn:

  1. De heer Faek MUSTAFA, wonende aan de [……………] te Rotterdam.

Mustafa heeft aan Hans Mauritz, mede-auteur en uitgever van het boek van Dankbaar, onder meer verklaard dat hij ongewild getuige is geweest van de moord op Marianne Vaatstra, gepleegd door Ali Hassan in de caravan van Wolfgang Hebben. Tevens heeft hij verklaard dat de bedoelde Ali Hassan niet de Ali Hassan was die in 1999 door het OM in Istanbul werd gearresteerd. Ook dit is voor Dankbaar van groot belang om uit de mond van Mustafa onder ede bevestigd te krijgen, aangezien Dankbaar wil aantonen dat het Openbaar Ministerie niet de waarheid heeft verteld in het zogeheten “rapport onderzoek Ali H.” (2011) dat concludeerde dat er geen aanwijzingen zijn gevonden dat een verkeerde Ali H. is aangehouden. Overigens wordt Mustafa in dit rapport genoemd als vriend van Ali H., maar Mustafa zelf heeft verklaard dat hij nooit door het OM is benaderd met de vraag of de hem bekende Ali H. in 1999 werd aangehouden in Istanbul. Wat Dankbaar betreft is deze gang van zaken volstrekt logisch. Hij stelt immers dat het OM zelf de juiste Ali H. in het weekend van de moord het land heeft uitgezet en dat dit gedaan is naar aanleiding van het verhoor van Faek Mustafa op de dag van de moord, 1 mei 1999, in welk verhoor Faek Mustafa de juiste Ali H. heeft aangewezen als de moordenaar. In dat geval wist het OM ook in 2011 hoe Faek de onderzoeksvraag: ”Is de juiste Ali H. gearresteerd?” zou hebben beantwoord. Dit antwoord paste niet in het straatje van de conclusie van het rapport. Het behoeft verder geen nader betoog of toelichting dat er een groot algemeen maatschappelijk belang mee gemoeid om aan te tonen dat het OM de waarheid geweld heeft aangedaan in een officieel en lijvig rapport op kosten van de gemeenschap.

Daarnaast heeft Mustafa verklaard dat de heer Hebben een goede kennis was van Ludger Dill, hetgeen door Hebben wordt ontkend. De heer Mustafa heeft meegedeeld, dat hij het bovenstaande ook heeft verklaard ten tijde van een verhoor door de politie in hetzelfde weekend dat de moord op Marianne Vaatstra heeft plaatsgevonden (1 en 2 mei 1999). De heer Mustafa is ervan op de hoogte, dat zijn verklaring in het boek van Dankbaar is opgenomen en ook via internet te lezen is, maar heeft daartegen tot op heden nimmer bezwaar gemaakt. Aangezien de vorderingen van Hebben mede zijn gebaseerd op deze opmerkingen van de heer Mustafa, die Dankbaar vervolgens in zijn boek heeft opgenomen, is het voor Dankbaar van groot belang dat Mustafa als getuige wordt gehoord, zodat hij kan uitleggen of, en, zo ja, waarom hij bovenstaande mededelingen heeft gedaan en in hoeverre die mededelingen volgens Mustafa op waarheid berustten. De getuigenverklaring van Mustafa raakt daarmee de kern van waar het in deze zaak om gaat. Immers: er is geen sprake van enige onrechtmatige publicatie (of in strafrechtelijke zin: smaad) indien Dankbaar te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat hetgeen hij in zijn boek heeft geschreven waar was. Indien Mustafa verklaart conform hetgeen hij destijds heeft meegedeeld en die verklaring door de rechtbank op  betrouwbaarheid zal kunnen worden getoetst, wordt de rechtbank in staat gesteld te beoordelen in hoeverre de vorderingen tegen Dankbaar in de lopende procedures moeten worden toe- of afgewezen, alsmede in hoeverre Dankbaar recht heeft op rehabilitatie en schadevergoeding.

Dat de heer Mustafa de bovenbeschreven verklaringen bij de politie heeft afgelegd, wordt ook bevestigd door de als productie 3 bijgevoegde schriftelijke verklaring van Rida Hashimi, destijds (in 1999) bevriend met Mustafa. Uit de reactie van Mustafa op een mededeling van Dankbaar, inhoudende dat hij door Hebben is aangeklaagd blijkt impliciet dat hij Hebben inderdaad kent, iets wat Hebben zelf ook weer ontkent in zijn aanklachten tegen Dankbaar. Hiervoor wordt verwezen naar een schriftelijke weergave van een opgenomen telefoongesprek tussen Dankbaar en Mustafa, bijgevoegd als productie 4. Verder heeft Mustafa in gesprekken aangegeven dat hij verder en uitgebreider wil verklaren dan in zijn getekende verklaring, mits hij als getuige voor de rechter zal moeten verschijnen. De betreffende gesprekken zijn tussen Mustafa en Hans Mauritz (productie 5) en tussen Mustafa en weblogger Rob Arts (productie 6). Een fragment uit dit laatste gesprek luidt als volgt:

Rob: Oh maar kun je ook niet zeggen of dat die handtekening wél van jou is of dat die niet van jou is? 

Faek: Oh eh.. Ik heb tegen Wim gezegd van eh… ik zeg alles in het openbaar en wanneer ik naar de rechter moet, zeg maar, wanneer …..Wim, breng me  naar de rechter, dan pas kan ik verder wat zeggen daarover. 

Hier geeft Mustafa zelf aan dat hij bereid is onder ede te verklaren over zijn kennis over de  moord op Marianne Vaatstra. Voorts heeft Mustafa tegenover Hans Mauritz aangegeven niet aanvullend op zijn getekende verklaring te willen/durven verklaren, anders dan voor een rechter onder ede, omdat hij bang is voor represailles vanuit Justitie of andere onderdelen van de overheid. Niettemin lijdt Dankbaar hierdoor schade en heeft deze schade reeds geleden. Het is immers zeer onwaarschijnlijk dat Dankbaar veroordeeld had kunnen worden in eerste aanleg of veroordeeld zal gaan worden in hoger beroep, nu het duidelijk is dat Mustafa en Mauritz de bronnen zijn van zijn publicaties, en zowel Mustafa als Mauritz hun verklaringen onder ede zouden bevestigen. Derhalve is het voor Dankbaar en de waarheidsvinding cruciaal, in feite de sine qua non, om deze getuigen te mogen horen.

  1. De heer Hans MAURITZ, wonende aan de Paul van Ostayenstraat 36, 5003 PS Dongen, telefoon 0162-313289 / 06- 24956840.

Mauritz heeft Dankbaar meegedeeld dat hij bewijzen heeft van de verklaringen van de hierboven genoemde getuigen Mustafa en Elmakhour. Inmiddels heeft hij deze bewijzen ook aan Dankbaar overhandigd. Tevens stelt Mauritz dat Hebben zijn rol bij de moord aan Mauritz zou hebben toegegeven en dat Hebben hem heeft meegedeeld dat de moord door asielzoekers is gepleegd. Ook de verklaringen van Mauritz zijn voor Dankbaar van groot belang. Ook aan de hand van zijn verklaringen zal immers  kunnen worden vastgesteld of Dankbaar te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat hetgeen hij in zijn boek heeft geschreven op waarheid berustte. In dit verband wordt ook  verwezen naar een overeenkomst tussen Dankbaar en Mauritz aan Dankbaar, bijgevoegd als productie 7, waarin Mauritz stelt dat hij onder ede wil verklaren over de totstandkoming van de verklaringen van onder meer Mustafa en Elmakhour.

Op voormelde gronden verzoekt Dankbaar uw rechtbank een voorlopig getuigenverhoor te gelasten teneinde bovenvermelde personen als getuige te doen horen.

Haarlem, 16 mei 2017

T.J. Stapel, advocaat

Advertenties

Over Wim Dankbaar

researcher/publicist/ondernemer
Dit bericht werd geplaatst in Joris Demmink, Marianne Vaatstra. Bookmark de permalink .

6 reacties op Riad, Faek, Rida, Farhad

  1. N.E. Derlander zegt:

    Als de rechtsstaat in Nederland goed functioneert zal dit verzoek van je aan de rechtbank Rotterdam bij toekenning rechtvaardigheid bieden!

  2. Pjetnak zegt:

    Ik ben bijna door het boek van Flip de Meij heen,
    hoe denk je daarover?

  3. Pingback: Eindtijdsignalen en andere opmerkelijke nieuwsfeiten | Silvia's Boinnk!!!

  4. Hanky zegt:

    Met dit verhaal, en alle bewijsstukken,getuigen en verklaringen zoals gesteld! Is in Nederland de rechtstaat compleet in handen van een stel horigen, die doodsbenauwd zijn voor de kasteelheren!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s