Het proces-verbaal van de zitting strafzaak Wolfgang.

Na drie keer zeuren werd dan uiteindelijk het PV van de zitting vrijgegeven. Mijn commentaar in vet gedrukte cursieve tekst.

proces-verbaal

RECHTBANK NOORD-NEDERLAND

Afdeling strafrecht Locatie Leeuwarden parketnummer 18/730314-15

vordering na voorwaardelijke veroordeling parketnummer 18/650651-12

proces-verbaal van de in het openbaar gehouden terechtzitting van de meervoudige strafkamer in bovengenoemde rechtbank op 21 juni 2016

Tegenwoordig:

  1. J.G.W. Lootsma-Oude Nijeweme, voorzitter, mr. F. Sieders en mr. N.A. Vlietstra, rechters, en mr. A. Dijkstra, griffier.

Als officier van justitie is ter terechtzitting aanwezig mr. S.E. Eijzenga.

De voorzitter doet de zaak tegen na te noemen verdachte uitroepen.

De verdachte, ter terechtzitting aanwezig, antwoordt op de vragen van de voorzitter te zijn genaamd:

Willem Jan Dankbaar,

geboren op 13 november 1961 te Groningen, wonende te 2051 BB Overveen, Zijlweg 14a.

Merk op dat medeverdachte Hans Mauritz niet genoemd wordt. 

Als raadsman van verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. T. Stapel, advocaat te Haarlem.

De vordering na voorwaardelijke veroordeling wordt gelijktijdig behandeld.

De behandeling van de zaak tegen de verdachte geschiedt -op praktische gronden- gelijktijdig met de behandeling van de zaak onder parketnummer 18/730315-15 tegen de medeverdachte J. Mauritz, maar zonder dat deze zaken worden gevoegd.

De voorzitter vermaant verdachte oplettend te zijn op hetgeen hij zal horen en deelt hem – mede dat hij niet tot antwoorden verplicht is.

De raadsman voert een preliminair verweer. Hij deelt daartoe -zakelijk weergegeven- het volgende mede:

Ik bepleit de niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie. Dit openbaar ministerie is niet onbevooroordeeld in deze zaak om op een voldoende objectieve manier naar de zaak te kijken. Het openbaar ministerie ziet Jasper S. als moordenaar van Marianne Vaatstra. Alles wat in strijd is met deze denkrichting is per definitie niet de waarheid. Dit volgt ook uit het feit dat het openbaar ministerie aan het dossier stukken uit het dossier van Jasper S. heeft toegevoegd, te weten de pleitnotitie van mr. Vlug en het vonnis van de rechtbank. Verdachte, die van mening is dat er een alternatieve dader is, zal reeds om die reden door dit openbaar ministerie als schuldig aan smaad of belediging worden geacht. Het is derhalve moeilijk voor verdachte om vertrouwen te hebben in dit openbaar ministerie als onafhankelijke tegenpartij in deze strafzaak. Het was beter geweest wanneer een ander openbaar ministerie dan het openbaar ministerie Noord-Nederland de zaak had behandeld.

De officier van justitie deelt in reactie op het bovenstaande -zakelijk weergegeven- het volgende mede:

Verdachte is co-auteur van het boek. Hem wordt verweten dat hij zich in bijzonder kwetsende en grievende zin heeft uitgelaten over aangever. Dat kun je niet los zien van een onherroepelijk veroordelend vonnis. Het gaat om het karakter van de uitlatingen waarvoor hij hier terechtstaat. Het openbaar ministerie is op zich onbevooroordeeld, zij het dat het openbaar ministerie wel een specifiek doel nastreeft.

De raadsman deelt vervolgens -zakelijk weergegeven- het volgende mede:

Er wordt van een officier van justitie een bepaalde mate van professionele onafhankelijkheid verwacht. Een officier van justitie kan vrijspraak vorderen. Dat aspect van professionele onafhankelijkheid ontbreekt hier. Het is duidelijk in welke richting het openbaar ministerie denkt, namelijk dat Jasper S. de moord op Marianne Vaatstra heeft gepleegd. Het openbaar ministerie is te veel bevooroordeeld om op een goede manier naar deze zaak te kijken.

De officier van justitie ziet af van het geven van een nadere reactie.

Geen reactie. 

Verdachte verklaart -zakelijk weergegeven- het volgende:

Mijn bezwaar is niet zozeer gericht tegen het gehele openbaar ministerie, maar in het bijzonder tegen het openbaar ministerie van Leeuwarden. Dat krijgt er namelijk nogal van langs in mijn boek.

De raadsman deelt -zakelijk weergegeven- het volgende mede:

Een oplossing zou ook kunnen zijn dat de rechtbank zich onbevoegd verklaard. De voorzitter vraagt mij op welke grond die onbevoegdheid gebaseerd zou moeten worden. Ik antwoord hierop dat verdachte geen vertrouwen heeft in dit openbaar ministerie. De oplossing zou kunnen zijn een verwijzing naar het arrondissement Noord-Holland.

De officier van justitie geeft aan geen behoefte te hebben aan het geven van een nadere reactie.
Weer geen reactie.

De rechtbank trekt zich terug ter beraadslaging. Na de beraadslaging zet de rechtbank het onderzoek voort.

De voorzitter deelt -zakelijk weergegeven- het volgende mede:

Het openbaar ministerie is dominus litis en bepaalt of zaken worden aangebracht. Officieren van justitie zijn magistraten. Per definitie is het openbaar ministerie niet geheel onbevooroordeeld. Bij het aanbrengen van een zaak bestaat er de overtuiging dat het tot een veroordeling kan komen. De rechtbank moet vervolgens een beslissing nemen. Niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie is pas aan de orde als geen redelijk handelend lid van het openbaar ministerie tot een vervolging had kunnen komen. Een dergelijke situatie is naar het oordeel van de rechtbank thans niet aan de orde. De rechtbank verklaart het openbaar ministerie derhalve ontvankelijk in de vervolging. De rechtbank ziet voorts geen aanleiding om de zaak te verwijzen naar een andere rechtbank in Nederland.

Ondanks het feit dat het OM Leeuwarden het Vaatstra onderzoek heeft gedaan en Jasper Steringa voor de moord heeft laten opdraaien, mag ditzelfde bevooroordeelde OM de zaak blijven doen. 

De officier van justitie draagt de zaak voor, alsmede de vordering na voorwaardelijke veroordeling.

De raadsman deelt -zakelijk weergegeven- het volgende mede:

Voorafgaand aan de zitting heb ik de officier van justitie gevraagd getuigen op te roepen. Dit heeft de officier van justitie geweigerd. Aldus wil ik nu het verzoek aan de rechtbank doen de betreffende getuigen te horen. Dit verzoek heb ik reeds op voorhand per brief aan de rechtbank doen toekomen. De betreffende getuigen kunnen verklaren of de beschuldigingen aan het adres van aangever op waarheid berusten en dat is van belang voor de beoordeling van hetgeen in artikel 261 lid 3 van het Wetboek van Strafrecht staat vermeld. Met de getuigen wil ik aantonen dat verdachte te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat de verklaringen waar zijn. Zonder die getuigen is die mogelijkheid er niet. Het is van groot verdedigingsbelang dat deze getuigen worden gehoord.

De officier van justitie deelt -zakelijk weergegeven- het volgende mede:

Ik zal niet herhalen wat ik reeds in mijn brief van 6 juli jl. heb aangegeven. Ik wil toevoegen dat verdachte bewust niet voor laster wordt vervolgd. Dan zou wel moeten worden aangetoond dat de uitlatingen in strijd met de waarheid zijn geweest. Voor smaad hoeft dat niet te worden bewezen. Het waarheidsgehalte is niet bepalend. Het gaat erom op welke wijze de uitlatingen zijn gedaan. In casu zijn deze op een bijzonder kwetsende en grievende manier gedaan. Ik vind dat niet terzake doet wat anderen richting de auteurs hebben geuit. De auteurs hebben namelijk een eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van de inhoud van het boek en de wijze waarop deze inhoud daarin wordt weergegeven. Ik blijf bij het standpunt dat het getuigenverzoek moet worden afgewezen.

Uiteraard wijst de officier van justitie van het vooringenomen OM Leeuwarden het getuigenverzoek af.  Thomas Vos, Isabella en Faek mogen onder geen beding hun verhaal vertellen in een openbare zitting. Dan stort heel justitie in elkaar (courtesy of Harry Borghouts).

De raadsman deelt -zakelijk weergegeven- het volgende mede:

Ik persisteer bij het verzoek tot het horen van getuigen. Ik doe derhalve het verzoek de zaak daartoe aan te houden om de getuigen ofwel door de rechter-commissaris te doen horen, ofwel om de getuigen op een later moment ter terechtzitting te horen. De eerste manier lijkt mij praktischer.

Verdachte verklaart -zakelijk weergegeven- het volgende:

Het gaat mij er niet zozeer om de misstand aan de kaak stellen dat Jasper S. niet de moordenaar is, maar vooral om de misstand dat justitie vanaf dag één al wist wie de moordenaars waren en besloten heeft dat dat niet bekend mocht worden en die personen vrijgeleide heeft gegeven.

De rechtbank trekt zich terug ter beraadslaging. Na de beraadslaging zet de rechtbank het onderzoek voort.

De voorzitter deelt -zakelijk weergegeven- het volgende mede:

In het kader van de beoordeling van de onderhavige zaak wil de rechtbank wel aannemen dat de uitlatingen door de getuigen zijn gedaan, zoals door en namens verdachte is gesteld. De in het derde lid van artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht opgenomen “te goeder trouw” is echter geobjectiveerd. De rechtbank zal dit marginaal toetsen. Het is derhalve niet de vraag of de getuigen betrouwbaar waren, maar of verdachte te goeder trouw mocht aannemen dat het te last gelegde waar was en dat het algemeen belang de telastlegging eiste. De rechtbank acht het in dit stadium niet van belang om de getuigen te horen en wijst het verzoek tot het horen van de getuigen voor dit moment af. Mocht in een later stadium anders blijken, dan zal de rechtbank de zaak alsnog aanhouden of heropenen.

De meest verontrustende beslissing van de rechtbank. De getuigen worden betrouwbaar geacht en de verdachte mocht te goeder trouw aannemen dat het te last gelegde waar was en dat het algemeen belang de telastlegging eiste. Toch wordt het horen van deze getuigen afgewezen in het voordeel van het OM Leeuwarden! De uiteindelijke uitspraak zou heel anders worden: Verdachte mocht niet te goeder trouw aannemen dat het te last gelegde waar was, in lijnrechte tegenspraak met bovengenoemde redenering van de rechtbank. Dit terwijl het horen van de getuigen voor eens en voor altijd de waarheid naar boven zou brengen. Conclusie: Deze rechtbank wilde de waarheidsvinding geen recht doen. Het vonnis was al geschreven voordat de zitting begon. 

De voorzitter deelt mondeling mede de korte inhoud van de stukken van het voorbereidend onderzoek, waaronder die welke als bewijsmiddel zijn gebezigd, alsmede van

–  het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland d.d. 30 mei 2016;

–  het uittreksel uit de justitiële documentatie d.d. 27 mei 2016;

–  de op de vordering na voorwaardelijke veroordeling betrekking hebbende stukken.

Verdachte, ter terechtzitting ondervraagd, geeft -zakelijk weergegeven- onder meer op:

Ik heb met medeverdachte Mauritz een boek geschreven en uitgegeven met als titel: “Het verboden dagboek van Maaike Vaatstra”, met als ondertitel “de schokkende onthulling over de werkelijke daders van de moord op Marianne Vaatstra”. De in de tenlastelegging opgenomen passages omtrent W. Hebben staan in dit boek opgenomen. Ik heb in het boek willen aangeven dat Wolfgang Hebben iets met de moord op Marianne Vaatstra te maken heeft.

Ik heb de conclusie getrokken dat Wolfgang Hebben iets met de moord te maken heeft, omdat ik de personen die ik hierover gehoord heb, betrouwbaar acht. Het bewijs is niet lichtvaardig tot stand gekomen. Ik vertrouwde medeverdachte Mauritz. Hij was uitgever en financier van het boek en we hebben het boek samen geschreven. Ik mag er dan toch te goeder trouw vanuit gaan dat hij mij niet belazert? Hij heeft tegenover mij aangegeven dat Hebben zijn betrokkenheid bij de moord heeft erkend. Mij wordt gevraagd waarom Hebben op deze wijze in het boek moest worden genoemd. Ik antwoord hierop dat dat de aanpak van Mauritz was. Hij hanteerde een harde manier van journalistiek. We vulden elkaar aan. Het ging er niet zozeer om Hebben in een kwaad daglicht te stellen. Het is echter wel raar dat hij niet als verdachte is aangemerkt en dat de caravan niet als plaats delict is aangemerkt. Mauritz verzekerde mij dat hij de getuigenverklaring van Faek Mustafa bij een notaris had gedeponeerd. Een dergelijke verklaring vind ik een sterke verklaring. Deze is dan niet lichtvaardig tot stand gekomen. Er zijn overigens meerdere verklaringen waarin wordt aangegeven dat Hebben Dill kende en dat Marianne in de caravan kwam en dat Hebben veel met Faek en Ali omging. Dat hij dan ontkent is wel logisch, aangezien het niet in zijn belang is om te bekennen. Ik ben twee keer bij Hebben thuis geweest. De laatste keer heeft Mauritz het gesprek gevoerd. Ik ben toen in de auto blijven wachten. Ik wil aantonen dat het openbaar ministerie de zaak vanaf dag één in de doofpot heeft willen stoppen. Gelet op de verklaring van Faek Mustafa en andere feiten die ik gecontroleerd heb, ben ik er honderd procent zeker van dat het zo is gegaan. Als je onschuldig bent, is het grievend om beticht te worden van moord, maar Hebben is niet onschuldig. Ik sta nog steeds achter het persbericht dat ik destijds heb opgemaakt en dat met instemming van Mauritz op mijn website gepubliceerd zou worden. Er is niet overwogen Hebben onder een alias in het boek aan te duiden, aangezien hij de ene na de andere leugen verkondigde. Het klopt dat er wel andere personen onder een alias in het boek terecht zijn gekomen. Voor de publicatie van het boek heb ik niet met de getuigen gesproken. Ik ging af op hetgeen Mauritz mij over de inhoud van de verklaringen vertelde. Ik heb gezien dat Mauritz contact had met diverse getuigen. Toen ik op een bepaald moment begon te twijfel aan de getuigenverklaringen, heb ik de getuigen persoonlijk benaderd. Dit was met wisselend succes, overigens. Faek Mustafa wilde niets bevestigen of ontkennen, maar een vriend heeft mij bevestigd dat hij deze verklaring tegenover Mauritz heeft afgelegd. Ik hoorde dat hij zijn verklaring niet bij de notaris heeft laten vastleggen, omdat Mauritz hem een bedrag in het vooruitzicht stelde, maar dat niet betaalde. Ik heb van alle drie getuigen vernomen dat zij geen kluisverklaring hebben afgelegd. Ik denk nog steeds dat Hebben als medeplichtige aan moord kan worden veroordeeld.

Ik heb er spijt van dat ik niet in hoger beroep ben gegaan tegen de beslissing waarbij aan mij een voorwaardelijke gevangenisstraf is opgelegd en waarvan thans de tenuitvoerlegging
wordt gevorderd. Ik vind het namelijk een fout vonnis. Er was geen sprake van smaad, maar ik ben er wel voor veroordeeld. Het openbaar ministerie te Leeuwarden wil mij het leven zuur maken en vordert daarom de tenuitvoerlegging.

Ik kan mij wel vinden in het reclasseringsrapport dat is opgemaakt, gelet op het feit dat ik er een aanvulling op heb mogen geven. Ik vind niet dat sprake is van een hoog recidiverisico en ik ben het evenmin eens met de stelling dat ik geen inlevingsvermogen zou hebben.

De voorzitter geeft nadat verdachte zijn verklaring heeft afgelegd, aan de rechters, de officier van justitie en de raadsman de gelegenheid tot het stellen van vragen aan verdachte.

De officier van justitie voert het woord overeenkomstig de inhoud van een door hem overgelegd schriftelijk requisitoir, en vordert veroordeling van verdachte ter zake het primair ten laste gelegde tot een gevangenisstraf van 4 maanden. Daarnaast heeft de officier van justitie de toewijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging gevorderd.

De officier van justitie legt deze vordering -na voorlezing- aan de rechtbank over.

Verdachte en de raadsman voeren het woord tot verdediging, laatstgenoemde overeenkomstig de inhoud van een door hem overgelegde pleitnota, welke aan dit procesverbaal is gehecht en waarvan de inhoud als hier ingevoegd moet worden beschouwd.

In aanvulling hierop deelt de raadsman -zakelijk weergeven- het volgende mede:

Ik bepleit -geheel subsidiair- dat rekening moet worden gehouden met de omstandigheid dat verdachte op goede gronden de aanklacht in het boek heeft opgenomen, hetgeen in strafverminderende zin dient te worden meegenomen. Gelet hierop dient aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf wordt opgelegd. Ook hoeft geen tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf te worden uitgesproken. Het is ook mogelijk de proeftijd te verlengen. Het is buiten proportioneel als verdachte op welke manier dan ook een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou moeten ondergaan.

De officier van justitie ziet af van repliek.

Weer geen reactie. 

Aan verdachte wordt het recht gelaten het laatst te spreken.
De voorzitter verklaart het onderzoek gesloten en deelt mede, dat volgens de beslissing van de rechtbank de uitspraak zal plaatsvinden ter terechtzitting van 5 juli 2016 te 13.00 uur.

In dit PV staat NIETS over wat Mauritz allemaal heeft gezegd. Het is dus sowieso een aanfluiting en geen accuraat verslag.  Wat ook ontbreekt is mijn laatste vraag aan de voorzitter of heer Mauritz even de kluisverklaringen wilde produceren. Antwoord: Nee, dat gaan we niet doen, mijnheer Dankbaar! Helemaal debiel in het licht van onderstaande mailwisseling:

 

From: Wim Dankbaar

Sent: Wednesday, September 7, 2016 4:26 PM

To: ‘J. Hans Mauritz – Kantoor Thuis’

Subject: RE: Kort Geding > Re: Dankbaar/ Mauritz, Hosting2go

Beste Hans,

Als jij vindt dat ik jou met  ultra-smadelijke en mega-lasterlijke teksten heb belasterd, dan moet je gewoon uitleggen hoe dat zit. Wat klopt er niet van wat ik stel?

“Wat de kluisverklaringen betreft: Je gaat ooit nog raar staan kijken.”

In welke zin? Dat ze toch bestaan? Waarom kwam je dan niet eerder met het bewijs ervoor? Waarom produceerde je ze niet tijdens de rechtszaak van Wolfgang? Waarom liet je je tot twee maanden voorwaardelijk veroordelen als je die kluisverklaringen in je kontzak had?

Mvg

Wim

Van: J. Hans Mauritz – Kantoor Thuis  
Verzonden: woensdag 7 september 2016 20:51
Aan: Wim Dankbaar
Onderwerp: Re: Kort Geding > Re: Dankbaar/ Mauritz, Hosting2go

Ze zaten niet in mij  kontzak. Ze zaten in de binnenzak van mijn jasje.

En nou niet meer mailen, voor de 201-ste keer

 

 

Over Wim Dankbaar

researcher/publicist/ondernemer
Dit bericht werd geplaatst in Joris Demmink, Marianne Vaatstra. Bookmark de permalink .

21 reacties op Het proces-verbaal van de zitting strafzaak Wolfgang.

  1. Kan de pleitnotitie van mr. Vlug ook online komen?

    • Wim Dankbaar zegt:

      Die bestaat niet. Het pleiten werd gedaan door Henk Mous.

      • In het proces-verbaal wat jij net online plaatst staat:

        “Dit volgt ook uit het feit dat het openbaar ministerie aan het dossier stukken uit het dossier van Jasper S. heeft toegevoegd, te weten de pleitnotitie van mr. Vlug en het vonnis van de rechtbank. ”

        Dus de pleitnota van mr. Vlug maakt onderdeel uit van jouw strafdossier in de strafzaak in verband met smaad.

  2. BerendT zegt:

    Dit proces-verbaal is niet compleet. Alles met betrekking tot Hans Mauritz ontbreekt.

  3. hansjohn zegt:

    Hans Mauritz wist je toch al een tijd terug, zich bijna verkneukelend?, te vertellen welke zaken je te wachten stonden?

  4. N.E. Derlander zegt:

    “De in het derde lid van artikel 261 van het Wetboek van Strafrecht opgenomen “te goeder trouw” is echter geobjectiveerd. De rechtbank zal dit marginaal toetsen. Het is derhalve niet de vraag of de getuigen betrouwbaar waren, maar of verdachte te goeder trouw mocht aannemen dat het te last gelegde waar was en dat het algemeen belang de telastlegging eiste”.

    Ik zou wel eens uitgeschreven willen weten wat de toegezegde marginale toetsing door de rechters heeft opgeleverd.

    • Wim Dankbaar zegt:

      Er staat in het PV ook niet dat de voorzitter het volgende zei:

      We geloven wel dat u getuigen heeft en dat zij verklaard hebben wat u zegt dat ze verklaard hebben. En ook dat u mocht aannemen dat die verklaringen de waarheid zijn. En daarom vinden wij het niet nodig dat deze getuigen gehoord worden.

      Met deze uitspraak zei ze dus in feite: Het is niet mogelijk u te veroordelen voor smaad.

      • N.E. Derlander zegt:

        Kortom: het PV is geen getrouwe weergave van hetgeen tijdens de zitting is besproken. Is daar verweer tegen mogelijk?

        Wat de getuigen betreft:
        De OvJ zei volgens het PV: “Ik vind dat niet terzake doet wat anderen richting de auteurs hebben geuit. De auteurs hebben namelijk een eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van de inhoud van het boek en de wijze waarop deze inhoud daarin wordt weergegeven. Ik blijf bij het standpunt dat het getuigenverzoek moet worden afgewezen”.

        De voorzitter zei volgens het PV: “Het is derhalve niet de vraag of de getuigen betrouwbaar waren, maar of verdachte te goeder trouw mocht aannemen dat het te last gelegde waar was en dat het algemeen belang de telastlegging eiste”.

        Als een OvJ het niet ter zake doende vindt wat anderen verklaren, wat is in het algemeen dan nog de zin van een getuigenverhoor? En de voorzitter blijkt door haar uitspraak “maar of de verdachte te goeder trouw mocht aannemen”…… er van uit te gaan dat de verdachte dit niet “te goeder trouw” mocht aannemen. Helemaal zeker van haar zaak is ze echter niet want ze maakt een voorbehoud. Ze vindt wel, zo blijkt uit het vonnis, dat verdachte zich louter heeft gebaseerd op de kluisverklaringen en zelf te weinig bronnenonderzoek heeft verricht.

        Een spagaat: de verdachte wordt verweten te weinig bronnenonderzoek te hebben gedaan, maar mag zijn bronnen niet laten verklaren, omdat deze er toch niet toe doen (volgens de OvJ) en vaststellen of verdachte te goeder trouw mocht aannemen hetgeen de getuigen tegen hem verklaard hebben, door ze onder ede te horen, acht de rechtbank in dit stadium niet van belang?????? (In welk stadium dan wel?)

        Vandaar mijn vraag over de marginale toetsing, en daar komt dit voorbehoud bij. Wat is er uit het voorbehoud gekomen? Of is de eindconclusie van de rechtbank dat de verdachte niet te goeder trouw de woorden van de getuigen voor waarheid mocht aannemen. Zo deze er is, hoe is deze eindconclusie dan bepaald?

    • BerendT zegt:

      Dat staat in het vonnis:
      “Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte onvoldoende en onzorgvuldig bronnenonderzoek verricht. In plaats daarvan is hij volledig afgegaan op hetgeen de medeverdachte hierover verklaarde, terwijl hij op de hoogte moet zijn geweest van de manier waarop verklaringen werden verkregen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte aldus niet in redelijkheid te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat aangever op enigerlei wijze betrokken was bij de moord op Marianne Vaatstra. Gelet daarop behoeft het verweer dat verdachte met de publicatie het algemeen belang diende, geen bespreking.”

      Ter zitting weigert de rechtbank het horen van getuigen omdat de rechtbank wel wil aannemen dat “de uitlatingen door de getuigen zijn gedaan, zoals door en namens verdachte is gesteld”. Hoe de rechtbank dan tot zo’n vonnis kan komen is mij volslagen duister.

  5. Pingback: Eindtijdsignalen en andere opvallende nieuwsfeiten, verzameld door: ArieGoedhart | Silvia's Boinnk!!!

  6. N.E. Derlander zegt:

    Leuk dat de rechtbank de redelijkheid bij de goede trouw betrekken, want juist het feit dat er verschillende getuigen zijn die gelijkluidend verklaren ten aanzien van het door de verdacht ten laste gelegde maakt dat de verdachte in redelijkheid de goede trouw mocht aannemen.

    Bedoelt de rechtbank met “is van oordeel dat verdachte aldus niet in redelijkheid te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat aangever op enigerlei wijze betrokken was bij de moord op Marianne Vaatstra”, dat uit de verklaringen van de getuigen in redelijkheid niet kan worden vastgesteld dat de moord op Marianne Vaatstra in de caravan van de aangever heeft plaatsgevonden (waar dan wel?), of dat in redelijkheid niet kan worden aangenomen dat de aangever de eigenaar dan wel de bezitter was van de caravan, of dat in redelijkheid niet kan worden aangenomen dat de caravan op de aangegeven (AZC) plaats stond? Volgens verdachte was er minimaal 1 getuige aanwezig bij de moord, die dit reeds vrijwel direct na de moord heeft verklaard op het politiebureau. Heeft de rechtbank dit vaststaande feit betrokken in haar oordeel? Of doet het i.c. niet ter zake wat “anderen” (nota bene tegenover de Politie en) aan verdachte verklaard hebben?

  7. Wim Dankbaar zegt:

    Toen de voorzitter dit zei:

    We geloven wel dat u getuigen heeft en dat zij verklaard hebben wat u zegt dat ze verklaard hebben. En ook dat u mocht aannemen dat die verklaringen de waarheid zijn.

    Toen dacht ik: Nou, da’s mooi! Dan kan ik dus nooit schuldig bevonden worden aan smaad!

    Het is een beetje anders verwoord in het PV, maar komt op hetzelfde neer:

    “In het kader van de beoordeling van de onderhavige zaak wil de rechtbank wel aannemen dat de uitlatingen door de getuigen zijn gedaan, zoals door en namens verdachte is gesteld.”

    • N.E. Derlander zegt:

      Klopt!, maar de rechtbank heeft zich ingedekt door vraagtekens te plaatsen bij het feit of verdachte te goeder trouw mocht aannemen dat het te last gelegde waar was en dat het algemeen belang de telastlegging eiste. En voorts of verdachte daartoe voldoende bronnenonderzoek heeft verricht. Wat de bevindingen van de rechtbank hierover (vandaar mijn vraag naar uitkomst: marginale onderzoek en voorbehoud) zijn, wordt niet duidelijk uit het vonnis en uit het PV. Zoals ik eerder heb gezegd, het verhoor van de getuigen “onder ede” had dat bronnenonderzoek nu juist kunnen ondersteunen en klaarheid kunnen brengen. De rechtbank vond dat echter niet nodig in dit stadium (in welk stadium dan wel?) en de OvJ vindt dat deze er niet toe doen (m.i. vreemde opvatting van een OvJ, zelfs in het kader van lid 3 art 261 Wetboek van Strafrecht).

  8. hansjohn zegt:

    Die pleitnota van Jan Vlug in de zaak tegen Jasper S. zou ik best willen zien. We hebben een audio van de zaak, maar Jan Vlugs pleidooi/pleitnota missen we nog.

  9. hansjohn zegt:

    Jouw advocaat heeft dus niet de pleitnota waarover gesproken wordt, ontvangen?

    “Alles wat in strijd is met deze denkrichting is per definitie niet de waarheid. Dit volgt ook uit het feit dat het openbaar ministerie aan het dossier stukken uit het dossier van Jasper S. heeft toegevoegd, te weten de pleitnotitie van mr. Vlug en het vonnis van de rechtbank.”

    Het OM, jouw aanklager heeft iets bijgevoegd waaruit blijkt dat jouw versie niet de waarheid is.
    Dat zou jouw advocaat dan moeten hebben ontvangen.

    Hebben/heeft gegene(n) die destijds bij het proces tegen Jasper zijn(is) geweest, Jan Vlug horen pleiten?

  10. Wim Dankbaar zegt:

    E: Ok, nou ik zit hier met iemand die steeds in het AZC geweest is in Kollum.
    Ja, je was destijds heel erg jong en je kwam regelmatig op het AZC.
    Kun je mij daar wat over vertellen, hoe dat ging en wat je daar deed?

    I: Ik hielp daar. Vrijwilligers werk deed ik daar, met de kinderen leuke dingen doen.
    Leren fietsen, al die dingen. Gewoon wat in de maatschappij hoorde, deed ik met kinderen op het AZC na mijn schooltijd.

    E: Ok, dus het was echt een hobby van je om leuke dingen te doen met de kinderen.

    I: Ja, ik wou hun graag een toekomst bieden.

    E: ja gewoon gezellig.

    I: altijd, ja

    E: heel positief dus?

    I: ja heel positief.

    E: er waren op het AZC een paar dingen die ook niet positief waren hè?
    Die jij ook gezien hebt.

    I: Nou ja, de heren daar en de jongens en vreemde mensen, mannen op het AZC waren er altijd.
    En er gebeurden ook dingen die daar niet door de beugel konden eigenlijk, voor mijn gevoel niet.

    E: Ja, en dat waren dingen zoals?

    I: Handel, drugs, uh, dingen op seksueel gebied. Ja, in de caravan van Wolfgang

    E: Ja, de Duitser.

    I: De Duitser, er gebeurden daar vele dingen dat eigenlijk niet kon.

    E: Ok, en dat heb jij allemaal gezien

    I: Ik heb alles gezien en ik weet ook wel wat voor bewoners daar woonden en hoe ze waren, dus ja.

    E: Ja, jij kan ons een hele hoop vertellen over dat AZC dus?

    I: Ja.

    E: Ok, nou uh Wolgang, ja de caravan van Wolfgang. Ben je er wel eens in geweest?

    I: Nee, ik mocht er niet in.

    E: Je mocht er niet in?

    I: Nee dat was verboden.

    E: Je zag dat er genoeg rare dingen omheen speelden?
    I: Ja, ze zaten als het mooi weer was buiten, die jongens, dat was altijd dezelfde groep.
    En met bier en wiet en handel, al dat soort spullen.

    E: Ok, en wie zaten er in die groep?

    I: Nou, Fa’ek.

    E: Ja, de bekende Fa’ek, laat me raden, z’n vriend Ali?

    I: Ja, … nou die Duitser, ik noemde hem nooit Wolfgang, maar die Duitser die ik bedoelde en nog een jongen zeg maar, van het AZC.

    E: Ok, en die andere jongen die uh ja, die ken jij ook wel goed geloof ik hè?
    Die uh, ja die heeft ook het één en ander, die is ook spoorloos verdwenen.

    I: Ja dat klopt, dus die heb ik daarna op het AZC ook nooit meer gezien.

    E: Ok, nou daar gaan we zo nog even op terug komen, maar laten we even terug gaan naar, ja, die hele trieste nacht waarop Marianne verdwenen is. Ja wat kun je daar een beetje over vertellen uit eigen ervaringen, waar was je zelf en hoe heb je het ervaren?

    I: Ik was thuis, ik was als 13 jarig meisje gewoon naar die playbackshow gegaan in Kollumerzwaag.
    Ik was daarvoor s’middags wel in Kollum geweest, waar Ali en de andere jongens ook waren.

    E: Ok, dus je hebt Ali en de jongens in kollum zien rondlopen die dag.

    I: Ja en ze vroegen ook of ik naar Paradiso kwam, maar dat mocht niet want ik was te jong.
    Dus ben ik naar de playbackshow gegaan en s’avonds half 9 tot 10 uur, op bed gegaan.
    En de volgende dag werd het al snel duidelijk dat Marianne vermist werd en rond half 1 kreeg ik telefoon dat zij vermoord was en overleden. Dus toen ja, ben ik in een soort shocktoestand terecht gekomen.

    E: ja, maar je hebt wel inderdaad vanaf het eerste moment heb je eigenlijk al wel dingen aangegeven, dat er in een bepaalde richting gekeken moest worden.

    I: Altijd, ja heb ik gelijk… Drie dagen na de moord ben ik zelfs naar het politiebureau geweest.
    Voor aangiftes gedaan voor die jongens van het AZC. Maar daar is niks mee gedaan.
    Ze zeiden, justitie zei tegen mij dat ik me daar niet mee moest bemoeien, want de politie deed dat werk wel.

    E: ja ja, en jij was geen rechercheur dus niet je neus in gaan steken.

    I: Ze hebben het ook niet eens opgeschreven

    E: Ok, dus dat is heel opmerkelijk want zoals we allemaal weten, iedereen die aangifte wil doen in Nederland die mag dat doen en de politie hoort dat op te nemen, dus dat is ook een hele grote schande dat ze dat inderdaad destijds niet gedaan hebben

    I: Ja, dat klopt.

    E: De politie was niet de enige die jou niet geloofde, dat heeft voor jou hele grote persoonlijke gevolgen gehad hè?

    I: absoluut ja

    E: Ja, jij werd in principe gewoon niet geloofd

    I: Niet geloofd, was gek verklaard door de justitie. Echt onvoorstelbaar hoe mensen iemand zo kapot kunnen maken.

    E: ja, jij werd wat dat betreft echt, ja gewoon voor gek verklaard

    I: Ja

    E: Ondertussen speelde er op de achtergrond nog iets anders want jij werd ook nog bedreigd hè later?

    I: Ja, na de moord op Marianne heb ik wel heel veel gepraat. En daarna zijn wij telefonisch bedreigd en constant over de telefoon bedreigd en thuis om ons huis heen bedreigd.
    En op een gegeven moment ging ik voor het eerst weer alleen op de fiets naar school en die middag hebben ze me op gewacht. Ben ik meegenomen en ben ik betast, bedreigd en in de wurggreep gelegd. Waardoor ik momenteel psychische maar ook lichamelijke schade heb.

    E: Ja, want jou nek is uh, jouw nekwervel is verschoven

    I: Verschoven waar je op dit moment eigenlijk niet zo veel meer aan kan doen.
    Ja een operatie, maar het is niet 100% zeker dat ik daar uit kan komen.

    E: Ja, en na al die jaren heb je er nog pijn van geloof ik hè?

    I: Elke dag ja

    E: ongelooflijk. Die bedreigingen die destijds naar jou zijn geuit, die werden door die ene jongen die ook in die groep van Wolgang uh

    I: Ja, door hun allen. Met zijn allen deden ze dat

    E: Ok, maar tegen de tijd dat dit incident plaats vond waren ze in principe, waren Fa’ek en Ali al weg.

    I: Ja, ik ben 15 september meegomen. Want toen was ik eindelijk, zoals ik het zou zeggen, weer alleen op straat.

    E: Ja, en toen hebben ze je …

    I: Toen gelijk, de eerste dag dat ik alleen was hebben ze me meegenomen.

    E: Ongelooflijk zeg. Je vertelde in de voorbereidingen voor dit filmpje vertelde je nog wat anders over de handeltjes die op het AZC plaats vonden.

    I: Ja, drugshandel, wapenhandel, en uh ook vaak handel in lederen jassen. In aanstekers, in playboyspullen, ook vrouwenhandel.
    E: Ja, hele bizarre dingen.

    I: Hele bizarre aparte dingen ja.

    E: Jij hebt zelf ook de Jolanda Meijer gezien daar

    I: Ja, klopt, Ja die was ook op het AZC, die ging via de achterkant van het AZC er in, niet via de voorkant.

    E: Ernstig, in ieder geval heel zorgwekkend is dat. Uhm, even terug naar de aansteker, want de playboy items die verkocht werden waren destijds nogal uniek zeg maar.

    I: Ja, echt zo’n ding ja.

    E: Niet algemeen verkrijgbaar en daarom is het heel erg interessant om te weten want en uh, een aansteker gevonden is in het handtasje van Marinne

    I: Ja, met zo’n…

    E: Een playboy aansteker.

    I: Een playboy aansteker ja.

    E: Nou jij hebt een foto van die aansteker heb jij, en jij hebt een bijzondere ontdekking gedaan op die aansteker, want er staat namelijk een tekst in gekrast.

    I: Ja, er zo te zien zie ik, zacolis. Een Z, een A, een C, een O, een L, een I en een S. Als je er een E voor doet krijg je EZACOLIS.

    E: Ja nou, dat is voor iedereen duidelijk, het schijnt te betekenen: “je vader is een schaap”. In het koerdisch.

    I: Ja, in het koerdisch

    E: In het koerdisch, tja, dus van wie zou die aansteker zijn?

    I: Ja, zouden we daar achter kunnen komen?

    E: Ja, dat is een goeie vraag, kijk het is natuurlijk het werk van de politie, die hebben het natuurlijk ook gezien hè, die aansteker, die hebben hem natuurlijk gevonden

    I: Ja, die zeggen dat de aansteker niets te maken had met de moordenaar of de hele moord, dus

    E: Ja, terwijl die wel in haar tasje is gevonden

    I: Ja, Marianne had niet zo’n aansteker, die heb ik nooit bij haar gezien

    E: haar vingerafdrukken zijn ook niet gevonden hè?

    I: Nee, helemaal niks van Marianne, nee.

    E: Nee, dus dat is eigenlijk een heel opmerkelijk item in deze zaak, de aansteker

    I: absoluut.

    E: Nou, jij weet dat ze daar in dat AZC in die dingen handelden

    I: Ja, in playboy.

    E: Daar zou een hele directe link kunnen liggen.

    I: Absoluut.

    E: Dat zeker onderzocht zou moeten worden. Ok, nou dat is dus één punt.
    Je vertelde ons nog iets anders, over de hangplek van de jongeren, regelmatig zaten ze bij het Pardyske.

    I: Paradyske, ja.

    E: Op het hoekje van de straat.

    I: Of in de straat of in de tunnel, de bosgebieden.

    E: Ja, dus dat was echt een beetje hun hanggebied.

    I: Ja, daar gingen ze meisjes, jonge meiden dus lastigvallen.

    E: Ja, want daar liep een fietspad ook hè?

    I: Ja en die kwamen dan van het zwembad of van het Lauwerscollege, van school en dan wachtten ze hen op en dan gingen ze iemand klemrijden en lastigvallen.

    E: Ja, hele vervelende jongens dus in principe als je daar als dertien jarig meisje langsfietst.

    I: Ja, ze waren super vervelend.

    E: Echt op zoek naar aandacht. Ok, en die plek daar is nog iets bijzonders mee, die uh, dat hoekje waar die jongens zaten want de badmeester heeft daar het trainingsjack gevonden waar…

    I: Ja klopt, een bebloed trainigsjack gevonden na de moord. Deze meneer is hiermee naar het politiebureau gegaan en heeft het aangegeven maar justitie heeft er niks mee gedaan. Dus dat is de doofpot ingegaan.

  11. van Tours zegt:

    Kan de griffier ook aangeklaagd worden, voor valsheid in geschrifte? Twee gronden: ten eerste het weglaten van de uitspraken die ontlastend zijn voor Wim Dankbaar, ten tweede het verdraaien van de tekst van de rechter, waarin staat dat Wim Dankbaar mocht aannemen dat de getuigen de waarheid spreken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s