De zitting (2)

De officier mocht beginnen met het verwoorden van de aanklacht. Hij vertelde dat het delict waar het om ging smaadschrift was. Nadrukkelijk had hij laster weggelaten uit de aanklacht, omdat het OM geen aanwijzingen had kunnen vinden dat de verdachten weten dat de beweringen over Wolfgang niet de waarheid zijn. Laster is immers een delict waarbij iemand bewust de goede naam van iemand besmeurt met aantijgingen in de wetenschap dat het leugens zijn. De officier wilde dan ook bij voorbaat voorbijgaan aan de vraag of de stellingen over Wolfgang Hebben de waarheid zijn. Wat hem betreft ging het vooral om de vraag of die stellingen “onnodig grievend” zijn. Dat was volgens hem het relevante criterium. Mocht smaadschrift niet bewezen kunnen worden dan wilde hij er “belediging”  van maken, een minder zwaar delict dan smaad.

Uiteraard heb je tijdens de zitting niet de tijd om dit allemaal te kunnen verteren. Die tijd heb je pas achteraf, en dan kom ik tot de conclusie dat de officier kennelijk een eigen sausje over de wet gooit. Nergens staat in wetsartikel over smaad dat het een criterium is dat de uitlatingen “onnodig grievend” moeten zijn.

Artikel 261

1) Hij die opzettelijk iemands eer of goede naam aanrandt, door telastlegging van een bepaald feit, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, wordt, als schuldig aan smaad, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie.

2) Indien dit geschiedt door middel van geschriften of afbeeldingen, verspreid, openlijk tentoongesteld of aangeslagen, of door geschriften waarvan de inhoud openlijk ten gehore wordt gebracht, wordt de dader, als schuldig aan smaadschrift, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van de derde categorie.

3) Noch smaad, noch smaadschrift bestaat voor zover de dader heeft gehandeld tot noodzakelijke verdediging, of te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat het te last gelegde waar was en dat het algemeen belang de telastlegging eiste.

Er wordt slechts gesteld dat van smaad geen sprake is als 1) de dader te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat het te last gelegde waar was en 2) dat het algemeen belang de telastlegging eiste. Dat zijn de twee criteria die getoetst dienen te worden om vast te stellen of er sprake is van smaad. Het criterium van “onnodig grievend” komt in de wet niet voor.

Als ik ruchtbaarheid geef aan de stelling “Mijn buurman is een dronkelap” of “mijn buurmeisje heeft een lippenstift gestolen bij de Hema”, dan zou dat best waar kunnen zijn, maar die publicaties dienen geen algemeen belang. In dat geval is sprake van smaad en zijn de uitlatingen inderdaad onnodig grievend, hoewel die laatste term nergens in het wetsartikel staat.  Zij staan niet in verhouding tot een algemeen belang en rechtvaardigen niet de aantasting van de persoonlijke levenssfeer van het slachtoffer.  De proportionaliteit is zoek.

Het zou natuurlijk helemaal smaad zijn, of beter gezegd laster, als de dader weet dat de beweringen niet waar zijn. Dat criterium hoeft in deze zaak echter niet te worden getoetst van de officier. Blijkbaar legt de officier zich er bij neer dat de verdachten te goeder trouw mochten aannemen dat het te last gelegde de waarheid is en voldoende grond vindt in de beschikbare feiten. Wat blijft er dan nog over om te toetsen? Welnu, de vraag of het algemeen belang opweegt tegen de aantasting van de persoonlijke levenssfeer van Wolfgang. Ondanks het feit dat de officier voorbij wil gaan aan de vraag of het gestelde de waarheid is, noemde hij de stellingen “buitenproportioneel”. Hij stelt hier in feite dat de stellingen niet voldoende het algemeen belang dienen ten opzichte van de aantasting van de privacy van Wolfgang. Maar is dat ook zo? Zijn stellingen als “De moord op Marianne is gepleegd in de caravan van Wolfgang.” of “Wolfgang is medeplichtig aan de moord op Marianne en het uitwissen van sporen.” inderdaad buitenproportioneel? Kun je dat nog wel volhouden als je niet eens wilt  onderzoeken of het gestelde de waarheid is en getuigen weigert om vast te stellen of het gestelde voldoende grond vindt in de feiten?

De officier bleef (uiteraard) binnen de lijntjes van de zaak van Wolfgang.  Het gaat hem erom aan te tonen dat ik op een “buitenproportionele wijze” Wolfgang beticht van betrokkenheid bij deze moord. De officier weet echter donders goed dat het mij om iets veel groters gaat. De officier weet dat ik al jaren claim en wil aantonen dat (de top van) Justitie  vanaf de dag van de moord wist dat de moord in de caravan van Wolfgang is gepleegd. Door asielzoekers. De officier weet dat ik claim dat deze asielzoekers en ook Wolfgang en Ludger Dill respectievelijk een vrijgeleide hebben gekregen en uit de wind zijn gehouden door Harm Brouwer en Joris Demmink. De officier weet dat Wolfgang en de weggesluisde Ali slechts “klein bier” voor mij zijn. De officier weet dat het mij geen biet uitmaakt dat deze jongens van de haak zijn gehaald, omdat ik de “misdaadbestrijders” die hiervoor verantwoordelijk zijn veel grotere misdadigers acht. De officier weet dat ik zijn voormalige bazen beschuldig van een inmense samenzwering en cover-up van de ware toedracht. De officier weet dat Demmink op de voorkant staat van mijn boek als “Hoofd Doofpot”.  De officier weet dat ik zaaks -en persofficier Henk Mous een beroepsleugenaar noem, en ex HOvJ Annette Bronsvoort crimineel. De officier weet dat ik stel dat juist zijn organisatie het Nederlandse publiek en de Tweede Kamer heeft voorgelogen met het zogenaamde rapport Ali H.

Maar dat mag ik allemaal blijven zeggen en schrijven zonder dat ik door één van deze lieden wordt aangeklaagd voor “smaad”. Of toch niet? Wordt Wolfgang gebruikt om mij de mond te snoeren om een veel grotere misstand aan de kaak te blijven stellen?

Terug naar de zitting. Mijn advocaat kreeg het woord. Hij betoogde dat ik slechts een misstand wil blootleggen en daarvoor voldoende feiten en getuigen opvoerde om het gestelde niet als smaad te kunnen bestempelen. Bovendien dat het publiceren van deze feiten een groot algemeen maatschappelijk belang dient. Hij vatte de misstand samen als het aantonen dat Jasper Steringa niet verantwoordelijk is voor de moord op Marianne  Vaatstra. Dat er een alternatief scenario bestaat dat op feiten is gestoeld, feiten die het OM heeft genegeerd.

Nadat hij uitgesproken was sprak ik de wens uit dat ik het verhaal van mijn advocaat nog enigszins wilde toelichten. De voorzitter begreep dat niet zo, want ik had toch een advocaat om mijn verhaal te doen? Ja, zei ik, maar ik ben het niet helemaal eens met zijn verhaal en wil dat graag nog wat corrigeren. De voorzitter zei toen iets van: Ik denk niet dat uw advocaat dat leuk zal vinden. Welnu, dat maakt mij niets uit, want het gaat in een rechtszaak niet om het belang of het (mogelijk gekrenkte) ego van de advocaat, maar om het belang van de verdachte die een podium behoort te krijgen om zijn verhaal zo goed mogelijk voor het voetlicht te brengen, en waar nodig zijn advocaat moet kunnen  corrigeren. Toen mocht ik zeggen dat de misstand die ik wil aantonen niet zozeer is dat Jasper Steringa de moord niet heeft gepleegd, maar veeleer dat Justitie dat al vanaf dag één wist en de werkelijke moordenaars vanaf dag één buiten beeld hebben gebracht. DAT is de misstand waar het mij om gaat, dat Justitie in deze zaak zelf crimineel heeft gehandeld! Ik werd bedankt voor de toelichting.

Ik weet niet meer precies of het nu hiervoor of hierna was, maar ik heb ook nog betoogd dat ik mijn stellingen niet op lichtvaardige gronden baseer. Ik heb bijvoorbeeld te maken met een voormalige co-auteur annex uitgever van het gewraakte boek, annex medeverdachte, die tot vandaag, zelfs in rechte, volhoudt dat hij verklaringen van drie belangrijke getuigen onder ede bij een notaris heeft laten deponeren. Eén van die verklaringen onder ede is volgens Mauritz een verklaring van Faek Mustafa, die ook volgens het OM een goede vriend was van voormalige “hoofdverdachte” Ali Hassan. Volgens die verklaring is Faek onbedoeld en ongewild getuige geweest van de moord op Marianne, gepleegd door Ali in de caravan van Wolfgang, en heeft hij dit op de dag van de moord aan de politie verteld.

De voorzitter zei toen iets als volgt: Maar ik kan toch ook morgen bij een notaris een verklaring laten deponeren dat ik zwart haar heb? Is dat dan waar? Ik antwoordde dat ik het onwaarschijnlijk vond dat een notaris daaraan zou meewerken, omdat het evident is dat u blond bent. Bovendien heb ik altijd begrepen dat een verklaring onder ede bij een notaris eenzelfde bewijswaarde heeft als een verklaring onder ede voor de rechter en dat een valse verklaring bij een notaris ook het strafbare delict van meineed oplevert. Zou de voorzitter dit niet ook weten?

(Later meer)

Speciaal aanbod voor acht boeken

 

 

Over Wim Dankbaar

researcher/publicist/ondernemer
Dit bericht werd geplaatst in Joris Demmink, Marianne Vaatstra. Bookmark de permalink .

2 reacties op De zitting (2)

  1. ries zegt:

    Beste Wim uit het hele relaas hier blijkt overduidelijk dat ze je willen laten hangen, wat je allemaal inbrengt zal ze een worst zijn en alles zal indien mogenlijk genegeerd worden de vraag is niet eens meer of je gelijkt hebt maar hoe ze je kunnen kaltstellen daarvoor trekken ze alle registers open.
    Al vertel je 100% de waarheid dan nog zullen ze dat totaal negeren en wegpoetsen met drog redenen en idem argumenten niets gaat de ”heren” te ver om hun broodheren te beschermen.
    Ze zullen proberen je als fantast, clown en wie weet wat nog meer neer te zetten.
    Jouw advocaat is hopelijk van een zwaar genoeg caliber maar lezende jouw relaas heeft hij niet de werkelijke essentie te berde gebracht althans niet geheel en waar gaat het nu helemaal over, de OVJ pakt je random aan en jouw advocaat had de strekking van jouw inbreng moeten vertolken, gemiste kans van Stapel.
    Hoop toch op een gunstige uitkomst voor jou en anders hoger op Wim desnoods tot aan Europa toe! moge de waarheid winnen.
    Sterkte

  2. hansjohn zegt:

    Het kan zo maar weer dezelfde kant op gaan als een paar jaar terug.
    Er zal lang gestudeerd zijn om 1 en ander zo in te kleden dat er vooral niet getoetst (getuigd) hoeft te worden, maar wel een mogelijkheid is om schuldig worden bevonden en te straffen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s