Verdediging smaadzaak (slot)

 

“4.8.1

Het belang van het AD, en daarmee ook van zijn (onderzoeks)journalist, is dat hij zich in het openbaar kritisch, informerend, opiniërend en waarschuwend moet kunnen uitlaten over misstanden die de samenleving raken. Een achterliggend belang dat met de publicaties is gediend is dat niet, door gebrek aan bekendheid bij het grote publiek, misstanden die de samenleving raken, blijven voortbestaan. Het belang van [eiser] is erin gelegen dat hij niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan voor hem ongewenste negatieve publiciteit en (mogelijke) schade aan eer en goede naam als gevolg daarvan.”

Ook in deze zaak is een achterliggend belang dat deze misstand door gebrek aan bekendheid bij het grote publiek, kan blijven voortbestaan.

4.8.2

Welk van deze belangen het zwaarste weegt, hangt af van de omstandigheden van het geval in onderlinge samenhang beschouwd, waarbij onder meer relevant is (i) de aard van de gepubliceerde verdenkingen en de ernst van de te verwachten gevolgen voor degene op wie die verdenkingen betrekking hebben, (ii) de ernst – bezien vanuit het algemeen belang – van de misstand welke de publicatie aan de kaak beoogt te stellen, (iii) de mate waarin ten tijde van de publicatie de verdenkingen steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal, (iv) de totstandkoming en inkleding van de verdenkingen, bezien in verhouding tot de onder (i) tot en met (iii) bedoelde omstandigheden, (v) het gezag dat het medium geniet en (vi) de maatschappelijke positie van de betrokken persoon. Genoemde omstandigheden wegen niet alle even zwaar. Welke omstandigheden van toepassing zijn en welk gewicht aan toepasselijke omstandigheden moet worden gehecht hangt af van het concrete geval.” 

De ernst  – bezien vanuit het algemeen belang – van de misstand welke de publicatie aan de kaak beoogt te stellen, is in dit geval veel groter dan de ernst van de misstand uit de zaak Demmink versus Algemeen Dagblad. Een topambtenaar die sex heeft met minderjarigen is iets anders dan een topambtenaar die in één van de meest gepubliceerde moordzaken van Nederland verkrachters en moordenaars een vrijgeleide geeft, jarenlang misbruik maakt van zijn macht om het Nederlandse publiek voor te liegen en bewijsmateriaal te manipuleren.

“4.10

In de tekst van de gewraakte artikelen (in het bijzonder de tekst van het artikel van 6 oktober 2012), als geheel en in hun onderlinge samenhang bezien, komen slechts waarnemingen en conclusies van de door het AD voor de artikelen gebezigde bronnen voor (de rechtbank duidt, in navolging van partijen, hierna met “bronnen” personen aan met wie [gedaagde] heeft gesproken; als sprake is van documenten wordt dat vermeld). Dat volgt uit het gebruik van woorden als “dat zeggen meerdere getuigen”, “meerdere ooggetuigen stellen”, “drie ooggetuigen vertellen” en het gebruik van citaten met aanhalingstekens. De omgang met [persoon1] en met minderjarige jongens uit diens omgeving is door het AD niet als feit gepresenteerd. De gewraakte publicaties bevatten feitelijk niet meer dan een weergave van hetgeen meerdere (al dan niet anonieme) bronnen hebben verklaard. Het AD houdt daarmee gepaste afstand van de verklaringen van zijn bronnen en laat de lezer ruimte zelf een oordeel te vormen over het gewicht dat aan de verklaringen moet worden gehecht. Deze inkleding kan dan ook de toets der kritiek doorstaan.”

Ook dit is hier in deze zaak naar mijn mening van toepassing. Zelfs in meerdere mate. Het boek bevat feitelijk niet meer dan een weergave van wat meerdere bronnen hebben verklaard. In mijn nieuwe (tweede) boek zijn de belangrijkste bronnen op basis waarvan de informatie grond vindt, zoals Faek en Rida, niet eens anoniem. Ik noem ze met naam en toenaam en ik ben bereid om ze als getuigen op te roepen.

“De (betrouwbaarheid van de) bronnen

4.13

Het AD heeft voldoende inzicht verschaft in de wijze waarop de gewraakte artikelen tot stand zijn gekomen en de manier waarop hij gebruik heeft gemaakt van de uit (deels anonieme) bronnen verkregen informatie. Door het AD is duidelijk gemaakt dat hij zich er terdege van bewust is geweest dat met betrekking tot de verstrekte informatie grote zorgvuldigheid in acht genomen moest worden.

4.14

Zoals door het AD niet weersproken is gesteld, en dus vaststaat, is aan de gewraakte publicaties meer dan een jaar onderzoek, verricht door een ervaren onderzoeksjournalist, voorafgegaan.

[gedaagde] heeft – naar hij ter zitting ook heeft toegelicht – met veel bronnen gesproken en beschikte over een grote hoeveelheid documentatie. Hetgeen door de verschillende bronnen is verklaard, is onderworpen aan een nauwgezet proces van verificatie, waarbij details zijn gecheckt. De keuze in wat er van het beschikbare materiaal wel en niet is gepubliceerd, is aan het AD. Het AD heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat hij naar de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie voldoende deugdelijk onderzoek heeft verricht en dat hij de bronnen die informatie aandroegen die niet verifieerbaar bleek of waarvoor betaling werd gevraagd niet heeft benut voor de artikelen. Concrete betwisting daarvan van de zijde van [eiser] ontbreekt.”

Ook het bovenstaande geldt in deze zaak, naar mijn mening ook in meerdere mate. Mijn onderzoek beslaat inmiddels een periode van 6 jaar in plaats van een jaar. Ook heb ik voldoende aannemelijk gemaakt dat ik naar de betrouwbaarheid van de bronnen en de verstrekte informatie voldoende deugdelijk onderzoek heb verricht. Dit blijkt ook wel uit de lovende recensies en het feit dat geen lezer nog zijn geld heeft teruggevraagd.
“4.16

Het geheel overziende is niet gebleken dat het AD onbetrouwbare bronnen heeft gebruikt of bronnen ten aanzien waarvan zoveel twijfels bestonden dat hij daarover meer verantwoording zou hebben moeten afleggen dan in de artikelen is gedaan of zou hebben moeten afzien van het gebruik. Zijn onderzoeksplicht heeft het AD dan ook voldoende nageleefd.

4.17

Uit het voorgaande volgt voorts dat er voor de gewraakte krantenartikelen voldoende fundament bestond in de vorm van serieus te nemen aanwijzingen en bronnen die de geuite beschuldigingen konden (en kunnen) dragen. Er bestond mitsdien voldoende steun in het ten tijde van de publicatie beschikbare feitenmateriaal. De ontwikkelingen nadien geven ook geen grond om daarover thans anders te denken.” 

Ook hier bestond en bestaat voldoende fundament om de gewraakte stellingen te kunnen uiten. Ook hier bestond voldoende steun in het beschikbare feitenmateriaal. Zelfs als ik uitga van de hypothese dat ik onbetrouwbare bronnen zou hebben gebruikt, dan ben ik bereid om deze bronnen onder ede als getuige op te roepen in deze rechtzaak, teneinde vast te stellen in hoeverre zij onbetrouwbaar zouden zijn. Dit is overigens ook de wens van de eiser, de heer Hebben. De enige bron die voor mij tot nu toe (deels) onbetrouwbaar is gebleken, is mijn voormalige co-auteur Hans Mauritz.

“4.18

Daarmee heeft het AD geen oordeel gegeven over de gerelateerde feiten, doch een potentiële misstand gesignaleerd. Aldus heeft het AD zorgvuldige journalistiek bedreven. Hij mocht, wat betreft de inhoud van de gewraakte publicaties, afgaan op hetgeen ten tijde van de publicaties bij hem bekend was. Dat jegens [eiser], zoals hij betoogt en door het AD en de Stichting niet wordt betwist, animositeit bestaat, die door de artikelen is verergerd, doet aan het voorgaande niet af.”

Ook dit is 1 op 1 van toepassing op deze zaak. Ik signaleer een (potentiële) misstand. Ik ben daarbij zorgvuldig te werk gegaan. Ik mocht afgaan op de inhoud van de gewraakte publicaties, die onderbouwd zijn met verklaringen van deugdelijke en meervoudige bronnen.  

“4.21

Het AD heeft met zijn publicaties aan de orde willen stellen dat [eiser] contacten had met een beruchte jongenspooier en met minderjarige jongens uit diens omgeving en voorts dat deugdelijk onderzoek van bevoegde zijde daaromtrent tot dusver was uitgebleven. Het onderwerp dat aan de kaak wordt gesteld is niet alleen ernstig, maar ook van wezenlijk maatschappelijk belang (zie onder 4.8.2, i en ii). Daarvoor mag in de media aandacht worden gevraagd. De vorm van grote artikelen in een dagblad is daarvoor geëigend.”

Het gaat in deze zaak toevallig (of niet?) ook om de heer Demmink. De misstand die hier aan de kaak gesteld wordt is zo mogelijk nog ernstiger dan de misstand die het AD aankaartte. Dat was immers de misstand dat de heer Demmink als hoge ambtenaar klant was van een pooier voor sex met minderjarige jongens. Hier is de misstand dat de heer Demmink willens en wetens de werkelijke moordenaar van Marianne Vaatstra een heimelijk vrijgeleide heeft gegeven en zijn netwerk heeft aangestuurd om de overige medeplichtigen, waaronder Wolfgang Hebben en Ludger Dill, uit de wind te houden. De misstand is daarenboven dat daar nu al 16 jaar lang over gelogen wordt ten koste van miljoenen belastinggeld en mankracht en uiteindelijk ten koste van een onschuldige zondebok, die men om wat voor reden dan ook zo gek heeft gekregen om de moord valselijk te bekennen. Ook hier is het onderwerp niet alleen ernstig maar ook van wezenlijk maatschappelijk belang. Daarvoor mag in de media en dus ook via een boek  aandacht worden gevraagd. In dit verband is het ook opmerkelijk dat de heer Demmink tegen mijn boek, dat naar mijn mening een veel ernstiger misstand aan de kaak stelt, geen actie heeft ondernomen. De heer Demmink staat op de voorkant van mijn nieuwe boek al afgebeeld met de tekst “Hoofd Doofpot”.  Het simpele feit dat hij er het zwijgen toe doet, impliceert reeds dat er van zijn kant een angst bestaat om een smaadzaak tegen het boek te verliezen, juist vanwege de stevige onderbouwing ervan. Als er iemand belang bij heeft om dit boek te laten verbieden is hij het wel. De stelling dat in het boek de waarheid staat, wordt uiteraard eerder versterkt dan verzwakt door de omstandigheid dat de heer Demmink zich stil houdt.

“4.23.3

Tenslotte is relevant dat het AD niet de eerste was die dergelijke berichten publiceerde; dat maakt minder aannemelijk dat juist deze berichten grote gevolgen zouden hebben. [eiser] was reeds gedurende een periode van meer dan tien jaar geconfronteerd met een reeks van beschuldigingen van pedofiele contacten met minderjarige jongens, als gevolg waarvan [eiser] eerder in de publieke belangstelling heeft gestaan. Daar stelt [eiser] weliswaar, op zichzelf terecht, tegenover dat het juist enige tijd stil was geweest, maar dat doet niet af aan het gegeven dat geen sprake was van een onbezoedeld blazoen op dit punt. “

Ook in deze zaak geldt dat de heer Hebben niet voor het eerst geconfronteerd werd met dergelijke berichten. Hij was reeds 10 jaar lang onderwerp van speculaties over betrokkenheid bij de moord op Marianne Vaatstra.  Zelf heeft hij onder zijn eigen naam reeds de publiciteit gezocht in 2002 om die “praatjes” te weerleggen, zonder overigens gedurende al die tijd tegen iemand een aanklacht wegens smaad in te dienen.

 4.24

Aan het voorgaande doet niet af dat de gewraakte artikelen door [eiser] als kwetsend worden ervaren. De beschuldigingen jegens [eiser] zijn door het AD met het grootst mogelijk publicitair effect gebracht. Dat het AD met de gewraakte publicaties een publicitair effect voor ogen had, is op zichzelf niet onrechtmatig jegens [eiser]. Zoals al is overwogen stellen de publicaties potentieel ernstige misstanden aan de orde, waarvoor voldoende feitelijke grondslag bestond. Bij de uitoefening van het in artikel 10, eerste lid EVRM gewaarborgde recht moet een zekere mate van overdrijving of provocatie toelaatbaar geacht worden. Het AD heeft daarbij met deze twee artikelen de grenzen niet overschreden.” 

Ook deze overwegingen zijn van toepassing op deze zaak. 

4.25

Resumerend en concluderend: de gewraakte publicaties van het AD zijn niet onrechtmatig. Daarmee komt de grondslag aan de vordering te ontvallen, zodat deze moet worden afgewezen.

Dit zou ook de conclusie moeten zijn voor deze zaak.

 

 

Neem een uurtje de tijd en je denkt nooit meer hetzelfde over Justitie. Mocht je daarna ook menen dat we door onze eigen overheid belazerd zijn in deze zaak, stuur deze email dan door aan minimaal 10 mensen en/of deel de link op facebook, twitter of waar je ook actief bent. Is het geen schande dat dit door de media wordt doodgezwegen? “

De doofpotters

Wie onze rechtsstaat wil behoeden voor verder verval en gebruik wil maken van dit aanbod om de waarheid over dit misdadige overheidsbedrog te verspreiden zolang het nog kan en mag, maakt 50 euro over op rekening NL06INGB0688160883 ten name van W. J. Dankbaar, Overveen, met als omschrijving: 8 boeken.

Zo hoeft u voorlopig niet na te denken over wat voor cadeautje u bij de volgende gelegenheid moet geven.  Een cadeau dat u voor slechts een kwart van de winkelwaarde koopt en bovendien een algemeen maatschappelijk belang dient. U mag er ook minder bestellen. Dan is elk boek 6 euro, maar er komt nog 4 euro in totaal aan verzendkosten bij.

Over Wim Dankbaar

researcher/publicist/ondernemer
Dit bericht werd geplaatst in Joris Demmink, Marianne Vaatstra. Bookmark de permalink .

Een reactie op Verdediging smaadzaak (slot)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s