Tuchtklacht Yehudi Moszkowicz

Vandaag was de zitting in Arnhem over de tuchtklacht tegen Yehudi Moszkowicz. Velen vragen mij hoe het is gegaan? Ik zal binnenkort met een uitgebreid verslag en analyse komen. Vooralsnog volsta ik met een samenvatting. Ik heb al mijn punten naar voren mogen en kunnen brengen, maar de voorzitter Mr. Steenbergen heeft bij mij (en de rest van de toehoorders) de indruk achtergelaten dat hij Yehudi wil beschermen. Dat is ergens ook wel logisch, want als Mr. Steenbergen Yehudi moet berispen of van het tableau moet schrappen, dan geeft hij mij een eclatante overwinning in deze super afbreukgevoelige zaak voor het OM en de rechterlijke macht.

In elk geval heeft de Raad kennis genomen van mijn navolgende pleidooi, dat ik in zijn geheel voor mocht lezen. 

Schijnmandaat en spookpartij

Moszkowicz is niet benaderd door Terpstra, maar door haar ex-echtgenoot Bauke Vaatstra. Hij is degene die zich verzet tegen publicatie/ openbaarmaking van het dagboek van Terpstra, maar niet Terpstra zelf. Ik verzoek dan ook  om een voorlopig getuigenverhoor om Terpstra als getuige op te roepen, zodat zij kan verklaren in hoeverre zij nu werkelijk ooit enig bezwaar heeft geuit tegen de openbaarmaking van haar dagboek. Moszkowicz werd op de zittingen vergezeld door Freddy Vaatstra, een zoon van Terpstra. De werkelijkheid is dan ook dat Mr Moszkowicz niet Terpstra bijstaat, maar haar ex-man en haar kinderen. Zij verzetten zich tegen publicatie van het dagboek, maar Terpstra zelf niet. Zij heeft zowel vóór als na de publicatie nimmer ondubbelzinning aangegeven dat zij niet wilde dat de inhoud van het dagboek op enigerlei wijze openbaar gemaakt zou worden. In de tuchtklacht heb ik naar voren gebracht dat Terpstra niet wist dat ik door haar in rechte betrokken werd. Het werd volgens Terpstra allemaal door Bauke Vaatstra en haar kinderen geregeld. Terpstra heeft veelvuldig aangegeven dat zij niets te maken heeft met de aanklachten tegen mij en daar ook niet achter staat.

In april 2012 stuurde Terpstra mij een e-mail, waarin ze mij ter ondersteuning van mijn onderzoek informatie geeft over een lerares in Kollum, die in de periode rond de moord op Marianne Vaaststra het nodige had meegemaakt met de asielzoekers in het AZC te Kollum. Even later stuurt Terpstra mij nog een e-mail, waarin ze aangeeft nog altijd achter mijn bevindingen te staan, ondanks het feit dat Bauke Vaatstra daar op dat moment al anders over denkt. Op 12 juni 2012 vraagt ze mij om haar eigen e-mail van 6 juni niet op mijn website te plaatsen, omdat ze dan commentaar verwacht uit haar familiekring.

Bauke Vaatstra en de kinderen hebben Terpstra onder druk gezet om zich als partij te stellen, omdat zij de auteur van haar dagboek is. Er is hier dus geen sprake van vrije wil, maar van emotionele dwang. Ondanks het feit dat ik daarom heb gevraagd, heeft Moszkowicz nooit een getekende opdrachtbevestiging uit oktober 2013 kunnen overleggen, waarin Terpstra hem mandaat verleent om tegen mij te procederen. Terpstra heeft tegenover meerdere mensen gezegd dat zij achter de inhoud van mijn boek staat en dus niet werkelijk tegen publicatie was, maar ondere emotionele druk van haar eigen familie is gezet. In de tuchtklacht geven wij hier meerdere bewijzen voor.

In tegenstrijd met wat Moszkowicz beweert is de verhouding tussen Terpstra en mij nooit verslechterd.  Ook na de arrestatie van Steringa liet Terpstra weten dat zij niet gelooft dat Steringa de moordenaar is van haar dochter. Dat blijkt onder meer uit een telefoongesprek met Terpstra, dat enkele dagen na de arrestatie van Steringa plaatsvond. In het gesprek bevestigt Terpstra wederom dat zij onder druk van haar kinderen staat. Zij heeft hen moeten beloven geen contacten meer te onderhouden met mij en anderen, anders: “raak ik ze helemaal kwijt“.

Bovendien meen ik dat Terpstra nog steeds op mijn hand is. Ik heb daar vele  overtuigende bewijzen voor, onder andere het zogenaamde “campingverslag” van zijn voormalige co-auteur Hans Mauritz. In januari 2014 belt ook mevrouw Akky van der Veer met Terpstra. In dit gesprek bevestigt Terpstra ook dat zij niet inhoudelijk op de hoogte is van de claims tegen mij en dat alles door Bauke en de kinderen wordt geregeld. In de zomer van 2014 vertelt Terpstra ook aan een Ida de Vries, die zij op straat tegenkomt, dat zij het boek heeft gelezen en achter de inhoud staat, maar dit niet hardop durft te zeggen omdat zij anders grote problemen met haar kinderen krijgt.

In de dagvaarding wordt gesproken over de “complottheorie” van Dankbaar. In tegenstelling tot hetgeen daarover wordt gesteld, wordt deze theorie door Terpstra geenszins als pijnlijk ervaren. Zij vertelt aan elke vriendin en vertrouweling, dat zij achter de inhoud van het boek staat. Terpstra heeft overigens wel aan deze vriendinnen gevraagd een en ander niet verder te vertellen, omdat zij in dat geval grote problemen met haar kinderen verwacht. Dus tegen vriendinnen zegt zij dat de waarheid wat haar betreft te lezen is in het boek van Dankbaar, hetzelfde boek, dat zij volgens de dagvaarding wilde verbieden. Met de bewering dat hij benaderd is door Terpstra en haar belangen behartigt, pleegde Moszkowicz valsheid in geschrifte en misbruik van recht.

Belangenconflict en misbruik van recht.

Terpstra is weliswaar formeel de procedure tegen mij begonnen, maar de publicaties van haar dagboek door anderen zijn volledig ongemoeid gelaten. Als gevolg daarvan is het complete dagboek tot vandaag op het internet te lezen, waarmee Terpstra kennelijk geen problemen heeft. Zo is het dagboek te lezen op de website van journalist Micha Kat

Moszkowicz maakt misbruik van recht door in kort geding te eisen dat ik geen delen van het dagboek openbaar maak, terwijl anderen die dat reeds hadden gedaan, ongemoeid worden gelaten. Zoals gezegd is het gehele dagboek reeds sinds 6 november 2013 door Micha Kat op zijn website gepubliceerd. Hiertegen is niets ondernomen en evenmin tegen de openbaarmaking van het dagboek op de website van “Vuur”. Kennelijk gaat het haar ex-man en kinderen er niet om om de openbaarmaking van het dagboek te voorkomen, maar was het erom te doen mij te dwingen mijn boek niet te publiceren. Het heeft er dan ook alle schijn van dat zowel het kort geding met geen ander doel zijn geëntameerd om mij op onrechtmatige wijze “aan te pakken”. Het doel is geweest om mij, niet in opdracht van Terpstra zelf, maar in opdracht van Bauke Vaatstra en zijn kinderen, het leven zuur en geld afhandig te maken. Overigens rijst de vraag of mij iets verweten kan worden als ik iets openbaar zou hebben gemaakt, wat reeds een half jaar openbaar was! Met kennelijke instemming van Terpstra, die daartegen immers niets ondernam. Als het Terpstra werkelijk te doen was geweest om openbaarmaking van haar dagboek te beletten, had zij ook de personen die het complete dagboek hebben gepubliceerd,  in rechte betrokken, en dat is niet gebeurd. In dit verband is onderstaande e-mail van Micha Kat aan Dankbaar ook veelzeggend:

Beste Wim,

Bij deze bevestig ik dat Yehudi Moszkowicz mij nimmer heeft gesommeerd de dagboeken van Maaite Terpstra te verwijderen van mijn website.

Het verweer van Moszkowicz dat hij simpelweg geen opdracht had om Kat in rechte te betrekken, staat haaks op zijn beweerde mandaat. De bewering dat hij dit “in overleg” met Terpstra heeft besproken is in feite intelligentiebeledigend. Micha Kat was nu juist de eerste die Terpstra’s dagboek integraal op zijn website had gepubliceerd en anderen aanspoorde dat ook te doen. Iets wat ik nooit heb gedaan. Bovendien was Micha Kat gewoon bereikbaar voor Moszkowicz. Sterker nog, hij zat om de tafel met Kat en de deken om een “niet aanvalsverdag” te sluiten. Een sommatie aan Kat onder dreiging hem in rechte te betrekken, was dus allerminst onhaalbaar. De bewering dat hij dit in overleg met Terpstra heeft gedaan, strookt ook al niet met de herhaalde uitspraken van Terpstra dat zij nooit rechtstreeks contact heeft gehad met Mr. Moszkowicz, maar dat dit allemaal door “Bauke en de kinderen” werd geregeld. Net zo min als het een probleem was om mij te sommeren, was het een probleem om Kat te sommeren. Dit speelt dus allemaal nog voordat ik het boek had gepubliceerd.

Ondanks het feit dat Moszkowicz wist dat Kat het dagboek van Terpstra had gepubliceerd op zijn website, heeft hij Kat nimmer gesommeerd om het te verwijderen. Sterker nog: Hij kwam in april 2014 tot overeenstemming met Kat inzake klachten die Kat tegen hem had ingediend. Maar dit alles zou hij “in overleg” met Terpstra hebben gedaan. Wij stellen dat hij de Deken valselijk heeft geïnformeerd en ook in dat kader is het van belang om Terpstra als getuige te horen. De gang van zaken toont niet alleen dat Mosckowizc onwaarheden spreekt tegen de Deken, maar ook dat het hem helemaal niet te doen was om publicatie van het dagboek te beletten. Het was hem en Bauke Vaatstra veel meer te doen om publicatie van mijn gehele boek te voorkomen.
Het moge zonneklaar zijn dat als Moszkowicz het mandaat van Terpstra had om publicatie van haar dagboek te voorkomen, er direct een enorm belangenconflict bestond met Micha Kat die het dagboek reeds had gepubliceerd en in onderhandeling met Moszkowicz was om een schikkingsovereenkomst te trefffen. Hetgeen ook daadwerkelijk is gebeurd nog voordat mijn boek uitkwam. Duidelijk is dat Moszkowicz zijn eigen belangen en die van Kat, conflicterend met het beweerde mandaat van zijn cliënte, heeft laten prevaleren. Los van dit alles kan uit deze gang van zaken vastgesteld worden dat de openbaarmaking van Terpstra’s dagboek door Kat, met instemming van Moszkowicz en Terpstra is geschied en gedoogd. Tot op de dag van vandaag is er geen enkel bezwaar tegen gemaakt. Waarmee die openbaarmaking in feite rechtmatig is geschied. Alleen al om die reden kon en kan Moszkowicz op juridische gronden geen succesvol bezwaar maken tegen de openbaarmaking door anderen, laat staan tegen het later verschenen hoofdstuk 4 van mijn boek dat niet eens een letterlijke weergave van dat dagboek was.

Verder is het natuurlijk opmerkelijk dat Terpstra in kort geding plotseling een contactverbod en 50.000 euro schadevergoeding heeft geëist van mij, terwijl ik haar jarenlang heb bijgestaan in haar eenzame strijd. De gevorderde schadevergoeding is nota bene hoger dan de schadevergoeding die zij momenteel van de beweerde moordenaar van haar dochter eist.

Ik erken dat Terpstra mij heeft gevraagd niets met haar dagboek te doen, omdat dat voor haar een doodsteek zou zijn. Echter, deze uitspraak wordt door Moszkowicz uit zijn verband gerukt. Terpstra bedoelde dat haar ex-man en kinderen zich dan van haar af zouden keren, onder meer met het dreigement dat zij anders haar kleinkinderen niet meer mocht zien. Dat werd door Terpstra (terecht) als een doodsteek gezien, maar die doodsteek wordt dus niet toegebracht door mij maar door haar eigen familie. Overigens was deze opmerking de enige mondelinge uitspraak die Terpstra ooit aan mij heeft gedaan om mij te weerhouden haar dagboek te publiceren. Van schriftelijke mededelingen en/of aanmaningen van Terpstra zelf, per e-mail of brief, is geen sprake geweest. Er is één e-mail (bijlage 4) waarvan door Moszkowicz  gesteld wordt, dat deze door Terpstra zou zijn geschreven en waarin Terpstra mij vraagt haar met rust te laten. Terpstra zelf heeft meegedeeld dat deze e-mail door dochter Ineke is geschreven op de middag dat haar dochter bezit had genomen van haar laptop om alle communicatie met mij te verwijderen. Hieruit blijkt wederom dat Moszkowicz geen contact heeft met Terpstra, anders had zij dit ook aan hem verteld.

Inderdaad heb ik de volgens de dagvaarding “hardnekkige” overtuiging dat Terpstra het met mij eens is. Hoe kan het ook anders, gezien de geluiden en uitspraken van Terpstra die mij direct of indirect bereiken? Hoe kan ik niet geloven dat Terpstra het met mij eens is, als Terpstra in tal van vormen heeft duidelijk gemaakt dat zij achter mijn boek staat, maar dat niet hardop durft te zeggen omdat zij zelf zegt dat ze anders problemen met haar familie krijgt.

Als het inderdaad zo zou zijn dat Terpstra er zeer veel waarde aan hecht om duidelijk te maken dat zij niets meer te maken wil hebben met mij, waarom verschijnt zij dan op geen enkele rechtszitting om dat ook dan, in het bijzijn van mij en een rechter, te bevestigen?  Waarom verschijnen slechts haar zonen Freddy en Johan, van wie Terpstra zelf  stelt dat zij, samen met hun vader, de initiatiefnemers zijn van de procedures tegen mij? Waarom zegt Terpstra achter de schermen dat zij achter de inhoud van mijn boek staat? Waarom zegt ze keer op keer dat zij van niets weet en dat alles “door Bauke en de kinderen wordt geregeld”? Waarom negeert Mr. Moszkowicz angstvallig het verzoek om Terpstra onder ede te laten getuigen?

Terpstra heeft het boek ná het kort geding met graagte gelezen en vertelt een ieder die het horen wil dat zij achter de inhoud. Aan minimaal vier getuigen heeft zij dit bevestigd. Desondanks zijn in de dagvaarding namens Terpstra allerlei vorderingen geformuleerd in de volle wetenschap dat deze niet van Terpstra zelf afkomstig zijn, laat staan dat zij daarachter staat.

Onrechtmatige beslaglegging en inning van dwangsommen

Door Moszkowicz worden dwangsommen en zelfs gijzeling gevorderd, omdat het vonnis in kort geding mij er niet van zou hebben weerhouden door te gaan met publicatie/openbaarmaking van het dagboek van Terpstra. Ik stel dat dat ik niet heb gehandeld in strijd met het kort gedingvonnis toen ik in mijn boek in eigen woorden weergaf wat Terpstra in haar dagboek had opgeschreven.

Het probleem doet zich voor Moszkowicz inmiddels een bedrag van 200.000 euro aan dwangsommen heeft geïnd, op grond van een onjuiste voorstelling van zaken. Moszkowicz stelt dat ik dwangsommen heb verbeurd, vanaf het moment dat in mei 2014 het boek verscheen met in hoofdstuk 4 een beschrijving van de strekking van het dagboek van Terpstra. Inmiddels zouden die dwangsommen volgens Moszkowicz zijn verbeurd tot het maximum van 200.000 euro.

Ik heb in tegenstelling tot anderen het vonnis niet overtreden. Alleen daarom al heb ik geen dwangsommen kunnen verbeuren.

Zelfs als men ervan zou gaan dat het vonnis wel zou zijn ovetreden, zijn er geen dwangsommen verbeurd. Zoals blijkt uit artikel 611 verjaren dwangsommen na verloop van zes maanden na de dag waarop zij zijn verbeurd. Op 9 mei 2014 is het boek uitgegeven. Daarmee zijn in de visie van Moszkowicz vanaf die datum dwangsommen verbeurd. Moszkowicz heeft echter nooit aan meegedeeld dat ik dwangsommen aan het verbeuren zou zijn, terwijl een dwangsom juist is bedoeld als een prikkel tot nakoming. Ik heb ook iets anders gedaan dan wat het vonnis mij verbood, ik heb het dagboek in andere bewoordingen heb beschreven en  ervan  afgezien om het letterlijk weer te geven zoals anderen dat al wel hadden gedaan. Hoe dan ook zijn alle verbeurde dwangsommen, zo daar al sprake van zou zijn, inmiddels verjaard. Moszkowicz heeft mij er nimmer op gewezen dat Terpstra aanspraak maakte op verbeurde dwangsommen. Daarnaast ontving ik berichten dat Terpstra blij was met het boek en daar achter stond. Alle  eventuele dwangsommen zijn inmiddels verjaard. Moszkowicz heeft nimmer iets ondernomen om de verjaring van de dwangsommen te stuiten. Zelfs al zou Moszkowicz een punt hebben, wat hij dus niet heeft, dan nog heeft Moszkowicz op meerdere fronten zijn aanspraak op die dwangsommen verspeeld.

Hiermede is voldaan aan lid 3 van artikel 611:  Ik was redelijkerwijs niet bekend met de mogelijkheid dat ik dwangsommen aan het verbeuren was, zelfs indien Moszkowicz een punt zou hebben.

Verjaring van dwangsom

Een dwangsom verjaart door verloop van zes maanden na de dag waarop zij verbeurd is, aldus het wetboek. De gedachte hierachter is dat voorkomen moet worden dat de schuldeiser door stilzitten dwangsommen ongelimiteerd zou kunnen laten oplopen. Deze korte verjaringstermijn hangt ermee samen dat de dwangsom is bedoeld als prikkel tot nakoming. Bovendien brengt de billijkheid mee dat degene aan wie de dwangsom is opgelegd binnen korte tijd van zijn wederpartij moet horen dat hij volgens die wederpartij dwangsommen heeft verbeurd.

Precies wat artikel 611 beoogt te voorkomen heeft Mr. Moszkowicz gedaan. Hij heeft stilgezeten in de hoop dat dat hij de door hem vermeende dwangsommen ongelimiteerd kon laten oplopen. Overigens zonder mij te informeren dat ik naar zijn mening dwangsommen aan het verbeuren zou zijn. Met andere woorden: Moszkowicz heeft de door hem vermeende dwangsommen op geen enkele wijze aangewend als de bedoelde prikkel tot nakoming..

In het geval dat Moszkowicz mij wel had aangeschreven dat ik in overtreding van het vonnis was, en naar zijn mening dwangsommen aan het verbeuren was, had ik toen reeds  kunnen besluiten om hoofdstuk 4 te verwijderen om geen enkel risico te lopen. Het hoofdstuk 4 was voor Dankbaar immers geen zeer belangrijk hoofdstuk voor het boek als geheel.

De Hoge Raad heeft in 2012 in het geschil tussen Kratos en Gulf Oil bepaald dat de verjaring van dwangsommen na 6 maanden gestuit dient te worden, ook als er nog een hoger beroep in de kwestie loopt. De conclusie is: “De crediteur die nog niet tot tenuitvoerlegging van een bij voorraad uitvoerbaar verklaarde dwangsomveroordeling over wil gaan zolang zijn wederpartij die veroordeling aanvecht in hoger beroep, doet er dus goed aan ten minste ieder halfjaar de verjaring te stuiten.”

Ook deze wettelijk verplichte stuiting heeft Moszkowicz niet gedaan, zodat ook om die reden zijn beweerde recht op invordering van dwangsommen is komen te vervallen. Desondanks is in de zomer van 2015 beslag gelegd op banksaldo van mij voor  € 200.000. Vervolgens is dat bedrag ook geïnd en terecht gekomen op de derdengeldenrekening van Moszkowicz.

De dwangsommen zijn dan ook verjaard en Moszkowicz heeft onrechtmatig beslag doen leggen op mijn banksaldo en vervolgens onrechtmatig het maximale bedrag van geïnd. Ik heb Moszkowicz per emails (bijlage 37) laten weten dat hij alleen al wegens de verjaring van deze dwangsommen geen poot heeft om op te staan. Toch heeft hij het beslag intact gelaten en de dwangsommen geïnd, in de volle wetenschap dat dit onrechtmatig is en ik kosten moet maken om deze onrechtmatigheid in kort geding te herstellen.

Toestemming

Moszkowicz stelt dat er nimmer toestemming is verleend door Terpstra om haar dagboek of delen daarvan te publiceren. Dit is een pertinente onwaarheid. In theorie is het mogelijk dat Terpstra die toestemming heeft ingetrokken, maar dat zij nooit toestemming heeft verleend is onjuist.

In 2008 heeft Terpstra haar vriendinnen Klaske Ferwerda en Hilly Veenstra gevraagd om te bezien of haar dagboek in boekvorm kon worden uitgebracht. Dit heeft geleid tot gesprekken met de Kollumer Courant en hun uitgeverij Banda. Die laatste heeft uiteindelijk laten weten dat zij afzagen van uitgave. Het is dan ook uitsluitend te danken aan de afwijzing van Banda dat het zogeheten dagboek van Terpstra nooit als boek met haar toestemming is gepubliceerd. Ook in een interview met het weekblad Libelle verwoordde Terpstra haar intenties om het dagboek te laten publiceren:

Ik heb er wel eens over gedacht mijn verhaal op te laten schrijven. Ik heb de afgelopen jaren allerlei stukken en aantekeningen verzameld. De titel heb ik al: De moord die niet opgelost mócht worden.

In het dagboek zelf schreef Terpstra reeds in 2002: “Ik weet nog niet wat ik ooit met dit schrijven doe, maar van mij mogen de mensen wel weten, wat hier met Justitie aan de hand is. Want zolang mensen niet wakker gemaakt worden, zullen velen nog in ons recht geloven en gaat er niks veranderen. Zij hebben de macht en zullen deze misbruiken.

Ook de volgende verklaring van journalist Micha Kat is hier relevant:

In begin april 2010 bezocht ik in mijn hoedanigheid als journalist mevrouw Maaike Terpstra op haar woonadres in Zwaagwesteinde. Tijdens dit bezoek heeft zij mij voorgelezen uit haar aantekeningen, die later in de media bekend zijn geworden als het dagboek van Maaike. Ik mocht deze teksten overnemen voor gebruik in een door mij te publiceren artikel. Het was mij duidelijk dat Maaike hiervoor toestemming verleende en de wens had haar aantekeningen met het publiek te delen. Het artikel is hieronder bijgevoegd.

Ook vandaag de dag nog stemmen Terpstra en Moszkowicz erin toe dat het complete, letterlijke dagboek op het Internet is gepubliceerd door anderen.

Eind oktober 2012, nog vóór de aanhouding van Steringa, wordt Klaske Ferwerda ernstig onder druk gezet door Bauke Vaatstra, zijn dochter Wilma en schoonzoon Willem, om het dagboek dat haar door Terpstra gegeven was, terug te geven, hetgeen zij ook doet. Ferwerda heeft over deze gang van zaken een schriftelijke verklaring opgesteld, die is bijgevoegd als bijlage. Dat de op Ferwerda uitgeoefende druk om het dagboek terug te geven niets te maken had met de wil van Terpstra zelf blijkt uit latere contacten tussen Ferwerda en Terpstra. In december 2012 bijvoorbeeld ontvangt Ferwerda nog een warme kerstkaart met de volgende tekst:

Sterkte in ook voor jou, Klaske, deze moeilijke tijd. Bedankt voor alles. Groeten Maaike Terpstra.

In een artikel in het Haarlems Dagblad van 4 januari 2013 (bijlage 20) zegt Bauke Vaatstra over Dankbaar:

Het is allemaal te gek voor woorden. Ik heb met de zaaksofficier overlegd of we die vieze leugenaar aan kunnen pakken, maar dat ligt moeilijk

In een interview met journalist Nanko Kiel (bijlage 21) zegt Vaatstra:

Hij drijft mij en mijn kinderen tot waanzin. Heeft mijn ex-vrouw Maaike gehersenspoeld met zijn complottheorieën”.

Uit bovengenoemde gebeurtenissen en publicaties blijkt wederom, dat het niet  Terpstra was, maar Bauke Vaatstra en zijn kinderen die sinds de aanhouding van Steringa fel gekant waren tegen verdere verspreiding en/of publicatie van het dagboek. Vaatstra bezigt hierbij ongemeen felle, lasterlijke uitspraken als “vieze leugenaar“, terwijl ik slechts stellingen verwoord die Vaatstra tot voor kort ook zelf aanhing. Dat het hogere doel van Bauke Vaatstra c.s. in feite was om publicatie van mijn algehele boek te voorkomen, moge blijken uit de eis dat in kort geding ook een verbod werd gevraagd op publicatie van Dankbaar’s volledige boek. Bauke Vaatstra en zijn kinderen hadden kennelijk geen belang bij de verschijning van een boek, dat de tegen Jasper Steringa gerezen verdenking ernstig in twijfel trekt. Opvallend is dat er door Vaatstra niet namens Terpstra, maar uitsluitend over Terpstra wordt gesproken. Daarmee staat geenszins vast, dat Terpstra dat zelf niet wilde.  Een en ander blijkt overigens ook duidelijk uit de e-mail van Vaatstra aan Moszkowicz, bijgevoegd als bijlage, waarin hij stelt dat het dagboek van Terpstra door Klaske Ferwerda zonder instemming van Terpstra zou zijn doorgegeven aan mij. Tevens spreekt hij over de ongewenste publicatie van het dagboek op internet en dat Micha Kat dit reeds heeft gedaan. Kat was op dat moment reeds in overtreding, maar werd ongemoeid gelaten door Mosckowicz vanwege het genoemde belangenconflict. Hoe dan ook wordt duidelijk dat Vaatstra niet wilde dat het dagboek aan het publiek bekend zou worden gemaakt, maar ook dat zegt uiteraard niets over de wens van zijn ex-vrouw, die het dagboek heeft geschreven en de auteursrechthebbende is. Uit deze email blijkt ook weer dat tijdens de sommatie niet Terpstra de contactpersoon voor Moszkowicz was maar Vaatstra. De bewering in de sommatiebrief dat hij benaderd is door Terpstra is daarmee valsheid in geschrifte.

Samenvattend zijn de handelingen van Moszkowicz een aaneenschakeling van onrechtmatig en vexatoir  procederen, misbruik van recht, belangenverstrengeling en liegen tegenover de Deken en de Raad van Discipline.

Dankuwel!

Op deze laatste alinea zei de voorzitter: Grote woorden, mijnheer Dankbaar! Grote woorden!

Inderdaad, Mr. Steenbergen! Grote woorden! Maar wel WARE woorden!

(U dient niet te beoordelen of de woorden groot zijn maar of ze waar zijn!)

Yehudi was uitermate zwak in zijn verdediging. En bracht ook weer een aantal valse documenten in het geding.

(Later meer)

Over Wim Dankbaar

researcher/publicist/ondernemer
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

5 reacties op Tuchtklacht Yehudi Moszkowicz

  1. Hans Palenlader zegt:

    Bedankt voor de update Wim en groot respekt hoe je dit allemaal weer weet te doorstaan. Hou vol!

  2. Bertus zegt:

    Goed stuk, was erg benieuwd hoe het was gegaan vandaag.
    Is er binnen deze procedure nog een mogelijkheid om de door Mosckowicz ingebrachte (valse) stukken aan de orde te stellen?

    Bertus

  3. Transparency zegt:

    Waren er ook maar meer politici met een rechte rug, oprecht en vasthoudend zoals Wim. Klasse.

  4. Mooi slot van de zitting, jammer dat dat mannetje niet keihard wordt aangepakt.

  5. hansjohn zegt:

    Als de rechter geen enkele maatregel neemt, kan in elk geval worden aangenomen dat Maaike geen bezwaar heeft tegen het online zetten van het dagboek. Het zou er haar dan om gaan WIE dat doet. (Niet dat we dat geloven, maar als we Mosco’s logica volgen)

    Dit:
    Het verweer van Moszkowicz dat hij simpelweg geen opdracht had om Kat in rechte te betrekken, staat haaks op zijn beweerde mandaat. De bewering dat hij dit “in overleg” met Terpstra heeft besproken is in feite intelligentiebeledigend. Micha Kat was nu juist de eerste die Terpstra’s dagboek integraal op zijn website had gepubliceerd en anderen aanspoorde dat ook te doen. Iets wat ik nooit heb gedaan. Bovendien was Micha Kat gewoon bereikbaar voor Moszkowicz. Sterker nog, hij zat om de tafel met Kat en de deken om een “niet aanvalsverdag” te sluiten.

    Laat de kranten dat maar eens schrijven dan: “Dagboek mag niet door Dankbaar gepubliceerd worden, wel door Kat en Vuur.”
    Kat kan het dagboek ook op z’n nieuwe site site plaatsen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s