Als ik kamerlid was, zou ik deze vervolgvragen stellen:

Vervolgvragen van het lid Brinkman (Brinkman) aan de minister van Veiligheid en Justitie over het onderzoek naar de moord op Marianne Vaatstra (ingezonden 24 mei 2012)

 

Vraag 1

Is het waar dat de politie reeds in het weekeinde van de moord informatie heeft ontvangen van de toen 13-jarige I.W. over mogelijke betrokkenheid van F.M. en A.H. 1)?

Antwoord op vraag 1

I.W. heeft op10 september 1999 aangifte gedaan dat zij op die dag omstreeks 14:00 uur samen met een vriendin, rijdende op hun fietsen, lastig werden gevallen door twee, haar onbekende donker gekleurde mannen. Deze donker gekleurde mannen waren ook op de fiets en hadden I.W. tegen haar wil over haar wang en haren gestreken. Dit was ruim vier maanden na de moord op Marianne Vaatstra.

Vervolgvraag 1: I.W. stelt dat zij direct na de moord (op dinsdag 4 mei 1999) ook aangifte heeft gedaan, dan wel een verklaring heeft afgelegd, specifiek tegen F.M. vanwege de genoemde doodsbedreigingen. Is het de mening van uw ministerie dat I.W. niet de waarheid spreekt?

Vraag 2

Is het waar dat I.W. heeft gezegd vervolgens telefonisch met de dood te zijn bedreigd door F.M. door het volgende te zeggen:”als jij niet stopt met praten, vermoorden we jou ook?” Is het waar dat zij van deze doodbedreiging samen met haar vader aangifte heeft gedaan op of omstreeks 4 mei 1999, welke aangifte is bevestigd door het rechercheteam?

Antwoord op vraag 2

De ouders van I.W. hebben aangegeven aan dat zij tussen 10 en 12 september 1999 een anoniem telefoontje hadden ontvangen dat I.W. na Marianne Vaatstra het volgende slachtoffer zou worden.

Vervolgvraag 2: U bevestigt dat I.W. in september anoniem (ook) met de dood is bedreigd in verband met de moord op Marianne Vaatstra. Wat kan hiervan de reden zijn geweest als zij niet eerdere verklaringen had afgelegd tegen (en over) de bij naam en toenaam genoemde verdachten, zijnde  F.M. en A.H.?

Vraag 3

Welke onderzoeksinspanningen zijn naar aanleiding van deze aangifte verricht? Meer in het bijzonder: is F.M. hierover gehoord of als verdachte aangemerkt? Wat is de reden dat deze aangifte niet tot verdere vervolging of hechtenis van F.M heeft geleid? Hoe is het mogelijk dat een dergelijke aanwijzing van betrokkenheid en daderkennis van F.M. niet tot vervolging kwam en er geen publicatie over is geweest, terwijl andere verdenkingen wel met de pers zijn gedeeld?

Antwoord op vraag 3

Naar aanleiding van de aangifte van I.W. is er onderzoek gedaan naar de twee onbekende donker gekleurde mannen. De identiteit van de twee donker getinte mannen is, na onderzoek door de politie, niet bekend geworden.

Vervolgvraag 3: Stelt u dat er geen onderzoek is gedaan naar F.M. omdat er door I.W. geen aangifte tegen hem is gedaan wegens doodsbedreiging? Is er dan wel onderzoek gedaan naar het motief van de bedreigingen uit september, waarom juist I.W. werd bedreigd in verband met de moord op Marianne Vaatstra? Bent u het met mij eens dat als zij eerdere verklaringen heeft afgelegd, het motief voor de bedreiging en haar aanranding met blijvend nekletsel voor de hand ligt, zijnde haar te bewegen hiermee te stoppen?  

 

Vraag 4

Is het waar dat het onderzoekrapport van het Openbaar Ministerie (OM) over A.H. concludeert dat de juiste verdachte in Turkije is aangehouden en dat deze niet klein en dik is maar lang en slank, zoals de aangehouden A.H.? Klopt het dat vier personeelsleden van het toenmalige asielzoekerscentrum (AZC), die zowel A.H. als F.M. jarenlang hebben meegemaakt, hebben verklaard dat A.H. een hechte vriend was van F.M. en dat hij een klein gezet postuur had met een lengte van hooguit 1.65 meter? Klopt het bericht dat deze vier personeelsleden hebben verklaard dat zij de aangehouden A.H. niet kennen, dat zij door het rechercheteam minimaal twee keer zijn gehoord en dat dit ook bij proces-verbaal is bevestigd?

Vraag 5

Deelt u de mening dat, indien deze verklaringen juist zijn, de aangehouden A.H. in Turkije niet dezelfde A.H. is waarmee F.M. altijd werd gezien? Waarom zijn deze feiten niet genoemd in het onderzoeksrapport over A.H.?

Vraag 16

Is het waar dat uit een verklaring van een medewerker van het toenmalige Grenshospitium Tafelberg te Amsterdam naar voren komt dat in het weekeinde van de moord door twee politieagenten een asielzoeker uit Kollum werd aangeleverd voor uitzetting naar het buitenland? Weet u dat uit deze verklaring blijkt het ’s avonds laat was, nadat de administratie om hem dezelfde dag te registreren naar huis was? Weet u dat uit deze verklaring blijkt dat de asielzoeker A. werd genoemd en voldeed aan het latere signalement van de hoofdverdachte A.H. (klein en gedrongen)? Weet u de verklaring blijkt dat bij navraag bij de directie bleek dat hij de volgende dag reeds was uitgezet? Weet u dat de medewerker stelt hem van de latere opsporingsfoto te herkennen als de hoofdverdachte? Is het waar dat de huidige hoofdofficier van justitie van het parket Leeuwarden een aantal maanden geleden ook in kennis is gesteld van deze verklaring?

Vraag 17

Wat zijn de opsporingshandelingen die het rechercheteam met betrekking tot deze verklaring heeft verricht en wat was daarvan het resultaat? In het geval niets is ondernomen, kunt u de reden daarvoor geven?

Vraag 18

Deelt u de mening dat het bij een rechercheonderzoek niet alleen gaat om het bewijs dat iemand de dader is, maar ook om uit te sluiten dat een ander de dader zou kunnen zijn? Zo ja, deelt u de mening dat de juiste A.H. (klein en gezet postuur) moet worden opgespoord en dat zijn DNA moet worden vergeleken met het DNA van het gevonden spermaspoor? Zo ja, hoe gaat u dit initiëren?

Antwoord op de vragen 4, 5 en 16-18

Met betrekking tot het onderzoek rondom A.H. verwijs ik u naar het op website van het openbaar ministerie te Leeuwarden geplaatste[1] samenvatting van het onderzoeksrapport over het onderzoek naar aanleiding van de uitzendingen van het televisieprogramma Eén Vandaag in maart 2010.

Vervolgvraag 4: Vragen 4, 5 en 16-18 hebben betrekking op onvolkomenheden en ongerijmdheden die ik zie in het onderzoeksrapport over Ali H. U verwijst mij vervolgens naar hetzelfde rapport waarover de vragen gaan. Dit is voor mij niet toereikend. Anderzijds is het ook zo dat de antwoorden juist niet in het bedoelde rapport te vinden zijn. Wilt u de vragen 4, 5 en 16-18 individueel beantwoorden? Kunt u tevens aangeven welke getuigen die de verdachte Ali H. kenden (bijvoorbeeld F.M., de 4 beveiligers, B.V., S.v.R., I.W., A.K., [de vriendin van Marianne], G.V., G.A., R.v.Z. en J.H.), hebben bevestigd dat de in Turkije aangehouden man inderdaad de gezochte hoofdverdachte Ali H. was?

 

Vraag 6

Klopt het dat in het onderzoeksrapport van het OM het volgende wordt gesteld: “(t)erwijl het rechercheteam bezig is de verblijfplaats van (A.H.) te achterhalen komt ook het verhaal van (G.V.) uit IJmuiden bij de politie binnen?” Hoe en via welke bron is het verhaal van G.V. bij de politie binnengekomen, daar G.V. beweert dat hij in 1990 nooit contact heeft gezocht met justitie, maar enkel heeft gesproken met een verslaggever van de Telegraaf over deze zaak?

Antwoord op vraag 6

Ja. De informatie is verkregen via een journalist van een landelijk dagblad. Overigens ga ik er in de beantwoording van deze vraag van uit dat niet 1990 maar 1999 is bedoeld door de vragensteller.

Vervolgvraag 6: Inderdaad is 1999 bedoeld. Waarom is destijds geen contact gemaakt met de bron (G.V.) van het verhaal zelf en diens medegedetineerde? Waarom zijn er geen rechercheteamleden naar Noorwegen gereisd om zich met eigen ogen te vergewissen dat de medegedetineerde van G.V. niet de gezochte hoofdverdachte Ali H. was, terwijl het bekend was dat deze gedetineerde aan alle eisen van het signalement voldeed (Irakees, circa 27 jaar, asielzoeker, klein gedrongen postuur, had in Nederland gewoond, adressenboekje omgeving Kollum). Waarom zijn er enige tijd later dan wel teamleden en een officier van justitie naar Turkije afgereisd om een man aan te houden die zelfs niet aan het signalement voldeed?

 

Vraag 7

Kent u de antwoorden van uw voorganger in 2010 op eerdere vragen, waarin het volgende staat: “(g)elet op de gespannen situatie rondom het azc in Kollum werd besloten om F.M. over te plaatsen naar het azc te Drachten. Van daaruit is F.M. op 2 juni 1999 overgeplaatst naar het azc Alphen aan den Rijn. Als verblijfsvergunninghouder is hij, in mei 2000, vervolgens regulier gehuisvest”? Waarom werd F.M., en alleen hij, overgeplaatst naar een ander AZC? 2)

Antwoord op vraag 7

Ja, die antwoorden ken ik. F.M. is niet alleen, maar samen met zijn vader overgeplaatst. De reden voor deze overplaatsing had inderdaad te maken met de gespannen situatie rondom het AZC na de verkrachting van en moord op Marianne Vaatstra en het feit dat F.M. op dat moment werd verdacht van een verkrachting van S.v.R. Deze zaak is later geseponeerd.

Zoals ook in de samenvatting van het onderzoek (zie het antwoord op vraag 4) is gesteld, is van F.M. biologisch materiaal afgenomen en dat bleek niet overeen te komen met de DNA dadersporen welke zijn aangetroffen op en rond het lichaam van Marianne Vaatstra.

Vervolgvraag 7: Mijn vraag was wat de exacte reden voor de overplaatsing van F.M. in mei 1999 was, niet zozeer waar het mee te maken had. Het was, naar nu is gebleken, bij de politie direct bekend dat hij 1) Marianne Vaatstra eerder had bedreigd met een keeldoorsnijdend gebaar, 2) dat hij een vriend was van de gezochte hoofdverdachte Ali H. en 3) dat hij verdacht werd van een andere verkrachting in diezelfde nacht als de moord op Marianne. Waarom werd juist F.M. overgeplaatst uit het AZC als zijn verdenking immers niets van doen had met de moord op Marianne Vaatstra?

Vraag 8

Is het waar dat verklaringen van twee medewerkers van het AZC Kollum (twee van de vier eerdergenoemde personeelsleden) en van de plaatsvervangende directeur die van deze overplaatsing getuige waren, bij u bekend zijn? Is het waar dat uit deze verklaringen blijkt dat de overplaatsing van F.M. op maandag 3 mei 1999 heeft plaatsgevonden, de eerste werkdag, twee dagen na de moord op Marianne Vaatstra?

Is het waar dat de twee medewerkers hebben verklaard dat zij van de plaatsvervangend directeur te horen kregen dat F.M. naar het AZC Musselkanaal zou worden overgeplaatst? Weet u de plaatsvervangend directeur bovendien heeft verklaard dat F.M. voor deze overplaatsing op het politiebureau Buitenpost is gehoord? Weet u dat de plaatsvervangend directeur heeft bevestigd dat tot deze overplaatsing van F.M. door de driehoek (burgemeester, OM en politie) is besloten en dat hij met betrekking tot deze feiten door het rechercheteam is gehoord?

Antwoord op vraag 8

F.M. is niet op 3 mei, maar op 27 mei 1999 overgeplaatst naar het AZC te Drachten. Zie verder het antwoord op vraag 7.

Vervolgvraag 8: Wilt u de vragen beantwoorden of de door mij opgesomde verklaringen u bekend zijn en zo ja, waarom zij kennelijk als ongeloofwaardig werden gezien en niet behandeld werden in het rapport over Ali H.? (Zie verklaring A.B. van 7 april 2010)

Vraag 9

Waarom wordt deze informatie niet behandeld in het onderzoekrapport over A.H.?

Antwoord op vraag 9

Omdat het door u bedoelde onderzoeksrapport slechts gaat over A.H en dus niet over de zaak-Vaatstra.

Vervolgvraag 9: Het onderzoeksrapport over de toenmalige hoofdverdachte in de zaak-Vaatstra lijkt mij wel degelijk over de zaak Vaatstra te gaan. In het rapport worden talloze verklaringen over Ali H. en F.M. behandeld maar de verklaringen van bovengenoemde personen niet. Wat is hiervan de reden?

 

Vraag 10

Wie was in de genoemde driehoek de verantwoordelijke hoofdofficier van Justitie tijdens de overplaatsing van F.M., naar verluidt op 3 mei 1999? Wie was in 2007 de initiatiefnemer tot het oprichten van het nieuwe 3D rechercheteam?

Antwoord op vraag 10

De verantwoordelijke hoofdofficier was destijds mr. H.N. Brouwer. Het Openbaar Ministerie Leeuwarden en de Korpsleiding politie Fryslân namen het initiatief tot het oprichten van het bedoelde team.

Vervolgvraag 10: Is het u bekend dat mr. H.N. Brouwer ontkent dat hij destijds de verantwoordelijke hoofdofficier was en stelt dat hij zijn taken per 1 mei (de dag van de moord) heeft overgedragen aan een plaatsvervangende hoofdofficier? Bevestigt u met uw antwoord dat de heer Brouwer niet de waarheid sprak?

 

Het is openbare informatie dat zijn opvolger plaatsvervangend HOvJ, mr. M. Severein was. Ongeacht de datum van overplaatsing van F.M. vraag ik u nogmaals: Wie van hen twee was de hoofdofficier die de beslissing nam om F.M. over te plaatsen en welke overweging lag daaraan ten grondslag?

Vraag 11

Is het waar dat het OM stelt dat F.M. niet betrokken was bij de moord op Marianne Vaatstra, omdat zijn DNA niet overeenkomt met het gevonden daderspoor?

Antwoord op vraag 11

Ja. Zie het antwoord op vraag 7.

Vraag 11: Bevestigt u met deze verwijzing dat het OM stelt dat F.M. alleen al om die reden niet betrokken was bij de moord? Bent u er mee bekend dat F.M. bevriend was met de hoofdverdachte en eveneens kort na de moord werd overgeplaatst zoals ook al in vraag 8 is verwoord?

 

Vraag 12

Deelt u de mening dat, indien er twee of meerdere daders betrokken zijn, dat enkel betekent dat hij niet de donor is van het gevonden spermaspoor, maar dat hij evengoed wel betrokken kan zijn bij de moord?

Antwoord op vraag 12

Er is geen enkele aanwijzing voor de betrokkenheid van meer daders. Sterker: uit het sporenonderzoek is komen vast te staan dat er sprake is van één dader. De pleger van het seksuele delict heeft Marianne Vaatstra ook om het leven gebracht.

Vervolgvraag 12: De vraag die u niet beantwoordt, was of u de mening deelt dat er mogelijk meer daders betrokken kunnen zijn geweest bij de moord (voorbereiding, ontvoering, vervoer, kneveling). Kunt u aangeven hoe daarnaast is komen vast te staan dat de donor van het sperma dezelfde man moet zijn geweest die Marianne ook heeft gewurgd en de keel heeft doorgesneden?

 

Vraag 13

Klopt het dat het OM in het rapport het volgende stelt: “Uit de Noorse DNA-databank blijkt in 2010 bovendien dat het DNA-profiel van de man niet overeenkomt met dat van de moordenaar van Marianne?” Weet u dat uit navraag bij de Noorse nationale politie 3), die de Noorse databank beheert, is gebleken dat een dergelijk onderzoek op verzoek uit Nederland niet bekend is? Hoe verklaart u de discrepantie tussen deze bevinding en de bewering in het rapport? Als de conclusie is dat het DNA-profiel van de mede gedetineerde van G.V. niet is vergeleken met de moordenaar van de Marianne Vaatstra, deelt u dan de mening dat dit moet gebeuren?

Antwoord op vraag 13

In mei 2010 is via Interpol Oslo alle benodigde en gevraagde informatie verkregen waaronder het DNA-profiel van de bedoelde gedetineerde. Het DNA-profiel van de medegedetineerde van G.V. bleek niet overeen te komen met de DNA dadersporen welke zijn aangetroffen op en rond het lichaam van Marianne.

Vervolgvraag 13: Waarom is pas in mei 2010 door het OM besloten tot een DNA check en niet al in 1999 noch in 2009 toen de verdachte opnieuw in beeld kwam? Waarom was een DNA check nodig als het OM in 1999 al zo zeker wist dat het niet om de gezochte verdachte ging? Het mag u bekend zijn dat de directeur van de betreffende gevangenis niet op de hoogte is van enige navraag van Nederland of Interpol over deze gedetineerde. Hoe verklaart u dat?

Navraag bij Noorse nationale politie (Kripo) die de Noorse DNA databank beheert, heeft uitgewezen dat zij niet bekend zijn met een DNA check voor deze gedetineerde en dat ook de rechtbank Kristiansand ontkent dat er op 19 mei 1999 een asielzoeker is veroordeeld. Hoe verklaart u dat?

Opname van het profiel van een verdachte in de DNA-databank gebeurt (ook in Noorwegen), onder zeer strenge voorwaarden in zeden- en geweldsdelicten waarop een minimale straf staat van 4 jaar of meer, en dus niet op de mogelijke veroordeling van acht maanden detentie waarvan vier voorwaardelijk wegens bedreiging. Hoe valt dit te rijmen met een DNA check in de Noorse databank in mei 2010 als het rapport van het OM uit januari 2011 slechts meldt:

De asielzoeker is sinds 1998 in Noorwegen. Hij zou daar eerder meisjes hebben lastig gevallen en met een mes mensen hebben bedreigd. Op 19 mei 1999 is hij veroordeeld tot vier maanden gevangenisstraf – en vier maanden voorwaardelijk – voor mishandeling, bedreiging en vernieling. Op 2 augustus 1999 komt hij vrij op voorwaarde dat hij zich dagelijks bij de politie meldt. Dat doet hij trouw, aldus de Noorse autoriteiten”.

Als deze asielzoeker zich in 1999 al niet wegens deze feiten (bedreiging) in de DNA-databank bevond, hoe konden de journalisten van de Telegraaf dan al in 1999 en in 2009 wetenschap hebben dat hij op basis van zijn DNA was uitgesloten? En hoe en om welke reden is hij dan uiteindelijk wél in de Noorse DNA- databank opgenomen dat dit pas door het OM in mei 2010 kon worden gecheckt?  

Bent u bereid om de correspondentie met Interpol over deze navraag en DNA check aan mij ter inzage te geven? Met andere woorden: Is uw ministerie bereid het bewijs voor deze navraag en DNA check te leveren?

 

 

Vraag 14

Weet u dat, zoals gesteld in de tv-uitzending, het Y-Chromosomaal DNA in mannelijke lijn wordt doorgegeven? Is het waar dat uit DNA-onderzoek van de spermasporen blijkt dat de Haplogroep van de dader behoort tot R1b? Heeft u ook kennisgenomen van de mededeling van de programmamaker dat deze Haplogroep in meerderheid voorkomt in West-Europa en dat direct hierop wordt (ge)concludeerd dat de dader dus niet van het AZC kan komen?

Antwoord op vraag 14

Ja.

Vervolvraag 14: Op basis van uw antwoord “ja”, accepteert u dan ook zonder enige kritiek dat het OM onomwonden kan concluderen dat het gevonden DNA-type slechts in Nederland en in West-Europa voorkomt en dus niet kan worden gelinkt aan één of meer asielzoekers in het AZC Kollum die mogelijk afkomstig waren uit Irak, Iran of Afghanistan?  

 

Vraag 15

Bent u op de hoogte van het feit dat de Haplogroep R1b ook in delen van centraal Azië en West-Azië voorkomt? Bent u ervan op de hoogte dat voornoemde G.V. heeft gezegd dat zijn medegedetineerde, die hij heeft geïdentificeerd als A.H., tegen hem heeft verklaard dat zijn vader uit de Verenigde Staten zou komen? Deelt u de mening dat, indien deze informatie klopt, zeer wel mogelijk deze A.H. ook de Haplogroep R1b zou kunnen hebben?

Antwoord op vraag 15

Ja, ik ben ervan op de hoogte dat Haplogroep R1b ook elders kan voorkomen.

Uit politieonderzoek is gebleken wie de bewuste medegedetineerde van G.V. was. Dit bleek een korte, corpulente en getinte man te zijn. Zijn naam was echter niet A.H. Het autosomale DNA-profiel van deze medegedetineerde van G.V. bleek niet overeen te komen met de autosomale DNA dadersporen welke zijn aangetroffen op en rond het lichaam van Marianne. Nu deze persoon op basis van DNA onderzoek al is uitgesloten als dader van de moord/verkrachting van Marianne Vaatstra, is een onderzoek naar de Haplogroep van deze persoon niet meer relevant.

Vervolgvraag 15: Bent u het, na voorgaande, met mij eens dat er op basis van getuigenverklaringen en hiaten in het onderzoek nog steeds vraagtekens bestaan over de identiteit, het signalement, het DNA-profiel en de mogelijke verblijfplaats van zowel A.H. als A.H.H. en hun mogelijke betrokkenheid bij de moord op Marianne Vaatstra? Zo ja, bent u bereid om het onderzoek in die richting voort te zetten?

 

Naschrift

Het is werkelijk onthutsend en intelligentie-beledigend hoe het OM (de minister) zich denken te kunnen verdedigen zonder één enkel bewijs te hoeven leveren. Uit bovenstaande blijkt o.a. het volgende waar nooit een antwoord op gevonden is:

 

  1. Er bevindt zich dus wel degelijk een Irakees in Noorwegen die aan het signalement van diverse Nederlandse getuigen van de moord voldoet en ooit zelfs in Nederland en in de omgeving van Kollum moet hebben gewoond. Het OM (de minister) beroept zich vervolgens volledig ten onrechte op een ANDERE NAAM en op (DNA-)onderzoek dat aantoonbaar nooit heeft plaatsgehad. Niet bij de rechtbank in Kristiansand, niet bij de gevangenis of het AZC en zelfs niet bij de Kripo (DNA-databank).
  2. Het enkele feit al dat deze asielzoeker in Noorwegen in de DNA-databank ZOU voorkomen wijst op een gewelds- of zedendelict met een strafbaarstelling van minimaal 4 jaar naar Nederlandse maatstaven. Het is evident dat dat in 1999 nog niet aan de orde was zodat Dominique Weesie in 1999, zowel als Jolande van de Graaf in 2009 tegenover Gerrit Veldman hebben zitten raaskallen over DNA-onderzoek. Ook het OM maakt in haar rapport van januari 2011 geen melding van andere misdrijven dan ‘mishandeling, bedreiging en vernieling’ waar slechts 8 maanden detentie, waarvan 4 voorwaardelijk voor stond.
  3. Ook het OM heeft nooit aangetoond of zelfs maar aannemelijk gemaakt op basis waarvan die Noorse ‘Irakees’ zich dus in de DNA-databank bevond.

 

Bijgaand treft u een verklaring van 7 april 2010 bij PV, van de enige beveiliger van de vier die (kennelijk onder grote druk) heeft willen verklaren tegenover het coldcase-team, waarin ook hij bij herhaling bevestigt dat F.M. op die maandag de 3e mei 1999  – alléén en dus zonder zijn vader – was overgeplaatst naar Musselkanaal, nadat hij al op zaterdag 1 mei door hem op het sportveld werd gemist. Hetgeen dus opnieuw strookt met de aanhouding van F.M. op diezelfde datum (de 1e mei 1999) en zijn overplaatsing op 3 mei 1999. De datum 27 mei 1999, zoals door de minister gehanteerd als overplaatsingsdatum van F.M., viel echter op een donderdag, hetgeen opnieuw in tegenspraak is met de overplaatsing van F.M. op maandag en dat is ook verklaard door andere getuigen, w.o. de adjunct directeur van het AZC. Bovendien verklaart deze beveiliger bij PV tegenover het coldcase-team niet dat hij Ali H. positief heeft herkend a.d.h.v. de aan hem getoonde foto’s (dat blijft, afgezien van nog een aantal andere feiten dus onderdeel van nadere discussie) maar dat hij slechts enige foto’s herkende die door lezers van dit rapport niet nader zijn te controleren.

 

Ten leste zij nog vermeld dat bovenstaande medewerker in zijn verklaring van 7 april 2010 melding maakt van ene Ali H.H. die hij herkende (en zich blijkbaar in caravan 59 bevond) en die op de vraag:

Kende u Ali Hussein Hassan”?, als antwoord gaf: “Ja, want ook hij sportte veel. Onder meer voetbal en volleybal. Daarnaast bezocht hij veelvuldig de fitness-room”. De verklaring van deze beveiliger staat dan dus opnieuw in schril contrast met de medische toestand van de uiteindelijk in Istanbul aangehouden ‘verdachte’ waar het OM zich nu al 13 jaar op beroept. Deze ‘verdachte’ Turk was om reden van een hartfalen naar Nederland afgereisd met zijn paspoort in zijn onderbroek en was (aantoonbaar)  niet in staat tot sporten vanwege een gat in zijn hart waarvoor hij zich in Nederland noodgedwongen liet opereren. Laat staan dat hij zich in die korte periode tussen eind 1998 en mei 1999 veelvuldig zou hebben laten zien als voetballer, volleyballer of als regelmatige klant van de fitness-room en als onafscheidelijke vriend van Feik Mustafa. Laat staan dus als ‘aanvoerder’ van de jongere Turkmenen gezien zijn gezondheidstoestand.

 

Over Wim Dankbaar

researcher/publicist/ondernemer
Dit bericht werd geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink .

5 reacties op Als ik kamerlid was, zou ik deze vervolgvragen stellen:

  1. Ron zegt:

    Jammer dat hij deze vragen niet eerder stelde, dat had hem wellicht heel wat stemmen opgeleverd. Wie gaat deze vragen nu stellen?

  2. hkdh zegt:

    Hero Brinkman heeft op 18sept’12 vervolgkamervragen gesteld.
    Deze zijn nogal anders dan wat jij hier voorstelt Wim.
    De ondertitel van dit verhaal (‘Vervolgvragen van ….) kan je beter verwijderen, dat geeft maar dubbele verwarring.
    Jouw voorgestelde vervolgvragen zijn heel wat indringender dan die van Hero.
    Het gaat toch niet helpen, de 2eKamer geeft de minister voluit gelegenheid te draaien, te liegen, te traineren, etc., in specifieke juridische kwesties.
    De clue ligt hier niet zozeer bij de Burgemeester (die heeft zich gewoon laten gebruiken door het COA), niet bij Brouwer (die heeft maar wat gedaan, zoals hij altijd doet, flexibel als hij is), maar bij Joris D./COA die verwikkeld waren in een vestigingsgevecht voor een nieuw AZC aldaar (dat zij verloren).
    Zie hiervoor ook de Kamervragen van Fritsma 2010 over nieuwe AZC’s.
    https://zoek.officielebekendmakingen.nl/ah-tk-20102011-639.html
    Dokkum kan zo nog een nieuwe Bonifacius gaan beleven.

    Nieuwe AZC vestigingen worden door COA eerst geregeld met gemeentebesturen en dan pas wordt de bevolking geraadpleegd/verteld hoe ze zich moeten gaan gedragen. (zie de antwoorden op de Fritsma-vragen), e.e.a. zonder inmenging van het ministerie.
    Dit is de distantie-methode, vergelijkbaar met het OM, een nieuwe variant van de old-boys-net methode, dit netwerk werd daarvoor te klein.
    Politiek gezien is de betekenis van ‘inspraak krijgen’, gewijzigd in ‘op ingesproken worden’, toekomstige uitgaven van de Dikke van Dale zullen dat bevestigen.

    Fryslân, let op you saeck.

  3. hkdh zegt:

    Overigens zit het er dik in, dat er een verificatierapport uit Noorwegen ligt, maar dan op de gefingeerde naam van de celgenoot van Gerrit V. en dus van iemand anders.
    Van het begin af vertrouw ik de identificatie van de dikke Ali niet, een soort personal guard resp. dubbelagent/infiltrant/informant. Het gebruik van de Ali H.H. identiteit, de man die daar net vertrokken was, is m.i. ook niet toevallig. Bovendien is Ali H.H. een soort Piet Jansen in het Midden-Oosten.
    De fixatie op het DNA als daderaanwijzing is ook niet voor niets, terwijl een uitgebreid ‘Wie was waar wanneer’ onderzoek veel meer kansen had.

  4. hkdh zegt:

    Vandaag, 1-vandaag tv, het is opvallend hoe sterk men het verhaal van het OM gelooft in Zwaagwesteinde e.o. en zelfs niet refereert aan de kamervragen van Hero of het zware leven van Stephanie.

  5. Pingback: ‘SBS-OM’ in paniek om Vaatstra-publicatie en zet daarom weer hun Maffiajournalist Peter R. de Vries in als onbezoldigd ‘Politiecommissaris’. | Steve Brown ' De Vries mag God op zijn blote knieen danken dat hij nog leeft '

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s